03/08/1629, 13

03/08/1629, 13

13 Gelezen wordt de remonstrantie van de Admiraliteit te Amsterdam . Ten eerste is een aantal provincies haar nog geld schuldig in het tweede miljoen van het jaar 1628: Gelderland 18.576 gld. 10 st., Utrecht 44.346 gld. 7 st. en Groningen 34.974 gld. 15 st., zijnde de helft van 69.949 gld. 10 st. Ten tweede blijft Friesland in gebreke wat betreft de betaling van zijn quote in de oude gerepartieerde schulden van 1626 en 1627 en van de schepen die in de staat van oorlog op deze provincie zijn gerepartieerd. Ten derde vraagt de Admiraliteit de overige Colleges te bevelen de lastgelden correct te innen van de vaart op Barbarije [Marokko], zowel ten oosten als ten westen van de Straat van Gibraltar, alsmede de schepen die deze Straat passeren. Dat geld moeten ze vervolgens ontvanger Houyffyser doen toekomen, die daarmee de 12.000 gld. kan aflossen die uitgegeven zijn voor de afwikkeling van de financiƫle zaken van de consul in Algiers en die in Tunis. Ten vierde verzoekt de Admiraliteit om wat contant geld, in mindering te brengen op haar quote in het tweede miljoen dat voor dit jaar is geconsenteerd. Ten vijfde zou de Admiraliteit twee bekwame personen willen nomineren waaruit een tweede secretaris kan worden gekozen op hetzelfde traktement en met dezelfde voordelen als de huidige secretaris heeft.
Wat de eerste twee punten betreft zal een vermanende brief geschreven worden aan de provincies die in gebreke blijven. Wat het lastgeld aangaat, zullen HHM de andere Admiraliteiten aanschrijven dit aan Houyffijser te doen toekomen. Een beslissing op de twee laatste punten wordt uitgesteld.