08/09/1629, 10

08/09/1629, 10

10 HHM lezen het advies van de RvS d.d. 7 sept. op de op 5 sept. overhandigde instructie die het Hof van Gelderland heeft gegeven aan Glimmer en de gecommitteerden van Nijmegen en Arnhem.
Het advies luidt op het eerste punt dat omdat de stad Huissen Kleefs en neutraal is en ook Hulhuizen buiten het rechtsgebied van HHM valt, de uitoefening van de mis en de roomse religie op die plaatsen niet zonder goede reden door HHM verboden kan worden. Anders zou dit voor de keizer en andere rooms-katholieke vorsten aanleiding kunnen zijn om onder het voorwendsel daartegen op te treden, deze landen vijandelijk te bejegenen wat zoveel mogelijk vermeden moet worden. Wel zal de ingezetenen van deze landen en met name die van Nijmegen, Arnhem en andere plaatsen in de Betuwe en Veluwe streng worden verboden buiten het rechtsgebied en met name te Huissen en Hulhuizen, de mis of paapse predikaties bij te wonen, of hun kinderen de paapse scholen aldaar te laten bezoeken. Met dat doel moeten oude plakkaten hernieuwd worden of nieuwe gemaakt, met zware boetes bij overtreding, opdat ze precies worden nagevolgd.
Conform het advies laten HHM daarom de plakkaten hernieuwen en verzoeken zij het Hof van Gelderland om met name de ingezetenen van Nijmegen, Arnhem en andere plaatsen in de Betuwe en Veluwe te verbieden in Huissen of Hulhuizen naar de mis of de paapse predikatie te gaan.1
Op het tweede punt van de instructie is de RvS van oordeel dat de bescherming van de stad Emmerik [Emmerich] prioriteit heeft. De daar in het begin gemaakte overeenkomst die de katholieke geestelijkheid tolereert en waar men in Wezel rekening mee heeft gehouden, moet worden ontbonden. Van een dergelijk akkoord kan geen sprake zijn zolang de paapse geestelijkheid en de jezuïeten betrekkingen onderhouden met de vijand. Zij dienen zo snel mogelijk de stad te worden uitgezet en Overcamp, die tegen het bevel van de commandant in naar 's- Heerenberg is gegaan, dient te worden gearresteerd en verhoord. In het ruime klooster van de jezuïeten kan zich veel [krijgs]volk schuilhouden en het aantal geestelijken is groot. Dit is een gevaarlijke situatie die snelle besluitvorming vereist.
HHM verklaren dat de gemaakte overeenkomst onderhouden moet worden. Toch machtigen ze Ernst Casimir en de gedeputeerden van HHM te Arnhem de belangrijkste belhamels onder de papen en jezuïeten voor een korte tijd uit Emmerik te doen vertrekken. De kinderen van de ingezetenen van de Republiek die in Emmerik door hen worden onderwezen, moeten naar hun ouders of verwanten worden gestuurd. Daarnaast verzoeken ze ook een wakend oog te houden op de betrekkingen die de papen en jezuïeten met de vijand onderhouden, en ervoor te zorgen dat zo nu en dan hun brieven worden onderschept om daaruit nadere informatie te halen. Ook dient Overcamp in de kraag gegrepen te worden om te worden verhoord. Voor de deuren van de jezuïeten moet een schildwacht worden gesteld en in het klooster moet een compagnie soldaten worden ondergebracht.
Op het derde punt vinden HHM conform het advies van de RvS dat de plakkaten tegen de komst van de jezuïeten en hetgeen daarmee samenhangt, moeten worden vernieuwd.2
Ten vierde oordelen HHM het raadzaam om voorzichtigheid te betrachten bij de uitgifte van paspoorten.
Op het vijfde punt oordeelt de RvS dat de markies van Bergen op Zoom die neutraal is en in dienst en onder eed van de koning van Spanje, niet kan worden aangetast en gerantsoeneerd. Zolang hij niets doet dat tegen de neutraliteit indruist, kan niets tegen hem in zijn neutrale woonplaats worden ondernomen, slechts kan op zijn handelen en dat van zijn gevolg worden gelet.
Alvorens hierover te beslissen vragen HHM Z.Exc. om zijn wijze raad.

1 Opgenomen in: Groot placaet-boeck I, kol.203-210.
2 Opgenomen in: Groot placaet-boeck I, kol. 203-210.