10/09/1629, 13

10/09/1629, 13

13 Ter vergadering compareren Sommelsdyck en thesaurier-generaal Van Goch. Zij delen HHM mee dat de RvS conform de resolutie heeft geschreven aan Gelderland om betaling van het restant van de 150.000 pond die extraordinaris zijn beloofd voor het onderhoud van twaalfduizend man die in het voorjaar op de been zijn gebracht. Die van de Veluwe en het graafschap Zutphen hebben zich geëxcuseerd voor deze betaling, vanwege de verwoesting van hun platteland als gevolg van de vijandelijke overkomst op de Veluwe en de invasie in het graafschap. Die van het Kwartier Nijmegen hebben beloofd hun resterende quote in de 150.000 pond te verschaffen. Daarnaast heeft de RvS ook de Gedeputeerde Staten van Utrecht mondeling gemaand het restant van hun quote in de beloofde 200.000 gld. prompt te betalen. Ze hebben daarop toegezegd wat geld op te zullen brengen, maar dit was nog niet gebeurd en de soldaten kunnen daar niet op wachten. De gedeputeerden van Holland hebben zich bereid verklaard een flink voorschot te geven op de aan HHM beloofde 400.000 pond, wanneer de genoemde twee provincies met de betaling van de door hen toegezegde sommen weer gelijk komen met Holland . HHM wordt verzocht het onderhoud van de twaalfduizend man te reguleren. Ten tweede klagen Sommelsdyck en Van Goch dat de magistraat van Deventer op eigen gezag commies Schas die aldaar kwam om enkele compagnieën nieuw gelicht volk te betalen 5.000 pond hebben afgenomen, omdat een gelijke som aan Capelle te Zutphen was gezonden om op bevel van de RvS te worden gebruikt. De magistraat was naderhand door de RvS gemaand deze som naar Zwolle te sturen ter betaling van de Zweedse compagnieën die aldaar in garnizoen liggen, maar weigert dit. Sommelsdyck en Van Goch geven HHM ter overweging er bij de magistraat op aan te dringen de 5.000 pond op nadere aanmaning van de RvS af te staan. Ten derde verzoeken genoemde heren het onderhoud te regelen van de dertien compagnieën infanterie die geen fonds hebben en van de vanen ruiters van Rouillac en Tomas Lucas, alsmede geld te sturen naar Arnhem en Wezel waarom door de gedeputeerden aldaar verschillende keren is verzocht. Ten vierde raden ze HHM aan een resolutie te nemen op het sturen van volk naar het leger waarom door Z.Exc. is verzocht wanneer de vijand de Rijn met zijn leger passeert, conform de lijst die door Z.Exc. op 1 sept. is opgestuurd en die naderhand is vernieuwd door de thesaurier na zijn terugkeer uit het leger.
HHM besluiten op het eerste punt dat de RvS er bij de gedeputeerden van Utrecht op moet aandringen zoveel van de beloofde 200.000 pond te betalen dat zij op gelijk niveau komen met de betalingen van Gelderland en Holland voor het onderhoud van de twaalfduizend man. Op het tweede punt zullen HHM de magistraat van Deventer ernstig aanschrijven de 5.000 gld. ter beschikking van de RvS te laten, anders zullen HHM zich genoodzaakt zien hierover een scherpe resolutie te nemen. Op het derde punt wordt de RvS gemachtigd om van de presiderende kamer in de provincie Zeeland door de ontvanger-generaal 100.000 gld. te laten vorderen in mindering op de overige 250.000 gld. die door de WIC verschaft zullen worden ter afbetaling van de 400.000 pond met rente waarom is verzocht. Hieruit kunnen de dertien compagnieën en de twee vanen ruiters een maand soldij ontvangen, kan geld naar Arnhem en Wezel worden gestuurd en de rest kan worden besteed conform de eerdere resolutie. Door HHM zal de genoemde Kamer geschreven worden de 100.000 gld. te betalen. Op het vierde punt besluiten HHM de garnizoenen aan te zullen schrijven om conform de lijst van Z.Exc. de daarin genoemde compagnieën gereed te zullen houden om op patent van Z.Exc. te vertrekken naar een plaats die Z.Exc. verkiest. De RvS wordt aanbevolen goed te letten op de stad Hattem alsmede op de steden waar de vier Engelse compagnieën liggen die de koning van Groot-Brittannië wenst te reduceren en onder te brengen bij het regiment van kolonel Morgan. Ook dient de RvS na te gaan in hoeverre de reductie onder de huidige omstandigheden kan plaatsvinden.