20/09/1629, 14

20/09/1629, 14

14 Ter vergadering compareren Carl Friedrich van Inn- und Kniphausen en Cyriacus Hisken, gedeputeerden van de ridderschap, de steden Norden en Aurich, alsmede van de huismansstand van de verzamelde stenden van het graafschap Oost-Friesland. Zij hebben in kracht van hun geloofsbrieven d.d. 21 aug. verschillende klachten ingediend over het optreden van die van de stad Emden. Zij verwijzen voor bijzonderheden naar verschillende artikelen die door hen zijn overgeleverd, alsmede naar een duplicaat van een brief van hun gecommitteerden d.d. 13 aug. aan die van Emden, alsmede een verklaring van heer Ulrich, graaf van Oost-Friesland d.d. 22 augustus.
Deze stukken zullen voor onderzoek en advies aan de RvS ter hand worden gesteld.