21/09/1629, 9

21/09/1629, 9

9 Ter vergadering compareren de gedeputeerden van Wezel. Ze delen HHM de onderstaande punten mee.1 De gedeputeerden hopen op een gunstige beschikking. HHM verklaren deze te zullen onderzoeken en hun de resolutie te doen toekomen.
I Het bezettende garnizoen mag geen afbreuk doen aan de reeds lang bestaande rechten op het religieuze vlak en in wereldlijke zaken van de stad en de burgers van Wezel. Ook vraagt Wezel alles zonder uitzondering te laten als voor de gewelddadige bezetting met krijgsvolk van de Spaanse koning anno 1614.
II De privileges, vrijheden, rechtsbevoegdheden, rechten en oude gebruiken van de stad en burgers, moeten zowel in criminele zaken met gevangenneming van de kwaaddoeners die de militaire jurisdictie niet onderworpen zijn, in civiele en politieke zaken onverminderd door iedereen worden nageleefd, gehandhaafd en beschermd.
III De stad en de gemeente samen of de burgers in het bijzonder, mogen ingeval van een vordering, actie of pretentie, ongeacht wat voor een en van wie, niet met extraordinaire of militaire dringende verzoeken, molest of inbeslagname van goederen worden bezwaard. De ordentelijke rechtsgang moet worden gevolgd, voor comptente gerechten en op dito plaatsen, om na bespreking en een vonnis, pas tot inbeslagname over te gaan.
IV Wanneer de burgers zich aan officieren of soldaten vergrijpen en dus strafbaar zijn, mogen deze niet door de provoost, krijgslieden of krijgsraad worden berecht, maar moeten ze door gerechts- en raadsdienaars worden gevangengenomen, en na aanklacht en verdediging voor de overtreding naar bevind van zaken en anderen ten voorbeeld, worden gestraft.
V Soldaten die excessen plegen tegenover burgers moeten door hun krijgsraad naar behoren worden gestraft. Burgers en soldaten met wederzijdse aanspraken op elkaar, mogen door de overheid van beide kanten worden geholpen.
VI De ontvangst of inkwartiering van ruiters en soldaten door burgers in lege huizen of elders is een zaak van de magistraat en hun gedeputeerden en hetgene zij met reden en rechtvaardig hebben opgedragen, moet door de krijgsoverheid en soldaten niet worden overtreden, maar nagevolgd.
VII Kapiteins, officieren en andere krijgslieden mogen zelf huizen en logementen van eigenaars buiten en zonder door de stad te worden belast, huren.
VIII De stad en burgers in wier huizen en logementen kapiteins, officieren, ruiters en soldaten zijn ondergebracht dienen servitiën te ontvangen, zoals in andere steden waarin garnizoen van HHM is gelegerd, zonder dat de stad daarvoor opdraait door middel van belastingen.
IX De stad of burgers moeten er niet mee worden belast de corps de gardes van brandhout, turf, kaarsen of licht te voorzien ten behoeve van de ruiters en soldaten. Niet alleen zijn de stad en de gemeente uitgeput en verarmd, het zal nog moeilijker zijn voor burgers de wachten in hun corps de gardes dergelijke goederen te verschaffen.
X Gedurende de vijftienjarige inlegering door de koning van Spanje zijn de stad en burgerij voor de over water en land ingevoerde waren, koopmanschappen en allerhande levensmiddelen, maar ook over benodigdheden ten dienste van de stad en het garnizoen als hout, kolen, kalk, molen- en andere stenen, eiken en dennen, planken en andere materialen die in deze stad werden gebracht en verbruikt, geen konvooien en licenten of anderszins verschuldigd geweest. Die van Wezel vragen Z.Exc. en HHM hen ook in de toekomst vrij te laten en geen belasting te heffen.
XI Het Spaanse garnizoen heeft de stad en de magistraat de aan de stad verschuldigde accijnzen, brug-, kraan-, weg- en andere gelden en heffingen over inkomende waren, wijnen en bieren conform hun privileges en rechten laten behouden. Die van Wezel twijfelen er niet aan of Z.Exc. en HHM zullen deze rechten tot behoud van de stad handhaven en geenszins gedogen dat deze worden gereduceerd en nog minder dat daarop een surplus wordt ingesteld of een verbruiksbelasting.
XII Wanneer HHM menen dat de servitiën uit de gemene middelen zou moeten komen, zou dit leiden tot een miserabele toestand en de verarming van de stad en de burgerij en de stopzetting van de commercie. Daarom verzoeken die van Wezel Z.Exc. en HHM hun stad daarmee niet te bezwaren.
XIII De stad en de gemeente van Wezel zijn als gevolg van langdurige bezetting door het Spaanse overmachtige garnizoen, de hoge afpersingen door het krijgsvolk, de continu passerende legers van de keizer en de Spaanse koning en de konvooien van de stad op weg naar en van de Veluwe geheel uitgeput. De omringende hoven, landgoederen en de oogst van burgers en hospitalen zijn verwoest, verarmd en onder de voet gelopen waardoor de huisarmen en zieken niet meer naar behoren worden onderhouden. Het is onmogelijk soldaten die gewond en ziek zijn of dat worden, langer onder te brengen en behoorlijk te onderhouden. Daarom wensen die van Wezel van harte dat Z.Exc. en HHM op dat punt goede maatregelen treffen, dat zieke of gewonde soldaten naar elders vervoerd worden of in hun levensonderhoud wordt voorzien.
XIV De stad en de burgerij willen dat de door beide zijden aangenomen neutraliteit in stand blijft. Zij mogen niet tot handelingen worden gedwongen die de andere partij opvat als in strijd met die neutraliteit waardoor zij mogelijk hun goederen als rechtmatige buit kwijtraken.
XV Andere Kleefse steden zijn neutraal geworden, van het garnizoen ontlast en van de inlegering bevrijd. Die van Wezel verzoeken Z.Exc. en HHM om neutraliteit ter ondersteuning en herstel van hun zo lang onderdrukte en bekommerde burgers, net zoals aan de stad Goch is verleend.

1 Geïnsereerd in S.G. 3188 en gedrukt: Aitzema, S. & O. kwarto II, 971-974/folio I, 926-927.