29/09/1629, 1

29/09/1629, 1

1 Ter vergadering compareert Gerrardt van Berckel. Hij rapporteert conform de resolutie van [22] sept. eergisteren te Roosendaal met de heer van Merquette te hebben gesproken. Hij heeft hem in kennis gesteld van de mening van HHM over de terugtrekking van de vijand van de Veluwe en het verlaten van de passage over de IJssel bij voortgang van de onderhandelingen over de bekende zaak. Merquette was eerst zeer ontstemd. Daarna vroeg hij of Berckel gelast was daar iets tegenover te stellen, aangezien de forten op de Veluwe en aan de IJssel met grote kosten en moeite waren opgeworpen en de passage was veiliggesteld. Hij vroeg in het bijzonder of HHM de stad Wezel niet aan de hertog van Palts-Neuburg wilden toevertrouwen. Berckel had telkens geantwoord niet gelast te zijn daar iets tegenover te stellen of beloften te doen. Hij verklaarde dat indien niet werd voldaan aan de voorwaarde, er geen hoop was op succes in de bekende zaak. Volgens hem beschikten HHM over andere middelen om met Gods hulp de vijand van de Veluwe te verdrijven en de passage te doen verlaten. Merquette had daarop een half uur tijd genomen om zich te beraden, maar liet bij terugkomst weten niet gelast te zijn op deze zaak. Hij zou in allerijl naar Brussel vertrekken, en Berckel de mening van Isabella maandag doen toekomen. Hij meende en hoopte de zaak zo te kunnen geleiden dat HHM tevredengesteld zouden worden. Berckel zou de zaak als afgehandeld mogen beschouwen.
HHM zullen het schrijven van Merquette afwachten.