02/10/1629, 17

02/10/1629, 17

17 HHM lezen het rekest van Pieter Hoeffyser, ontvanger-generaal van de konvooien en licenten te Amsterdam. Daarin geeft hij te kennen dat de achterstallige rente en de rente van de rente die elk met makelaardij voor 247.000 pond door de suppliant zijn geleend ten behoeve van de keurvorst van Brandenburg, zijn vervallen op 31 augustus. Ze belopen, onder voorbehoud van een juiste berekening, in totaal 271.810 gld. De suppliant verzoekt HHM opdracht te geven tot aflossing van het genoemde kapitaal, alsmede van de rente en de rente van de rente, opdat zijn krediet op peil blijft.
HHM machtigen Hoeyffyser het genoemde kapitaal en de vervallen rente en de rente van de rente op de voorgaande voet ten laste van de contributies van het Land van Gulik [J├╝lich], de helft van de portie van de keurvorst van Brandenburg en de verschenen en nog te verschijnen domeinen van Gulik, Berg en Ravensberg op het krediet van het land te lenen, of de uitstaande lening alsnog te continueren voor de tijd van zes maanden met ingang van de 1 sept. jongstleden.