04/10/1629, 14

04/10/1629, 14

14 Teruggekeerd uit het leger compareren Van der Dusse en Van Beaumont ter vergadering. Ze hebben een brief bij zich van Z.Exc. d.d. 's-Hertogenbosch 2 oktober. Ze lichten HHM in over de huidige situatie aldaar en die van het leger, alsmede over het leger dat door graaf Ernst van Nassau nabij Arnhem wordt bijeengebracht. Ze voegen daaraan toe dat Z.Exc. bezorgd is over de verdrijving van de vijand van de Veluwe en het doen verlaten van de pas over de IJssel. Verder verzoeken ze beide legers van geld te voorzien en melden ze dat voor het leger van Z.Exc. ten minste 150.000 gld. nodig is voordat het kan afmarcheren. Ten tweede verzoeken ze al het nieuwe in het voorjaar en daarna gelichte volk in dienst te houden zolang de vijand op de Veluwe is of de pas over de IJssel bezet houdt en in het bijzonder de Zweedse troepen en de regimenten van Ferentz, Rosecrantz en Hollick. Het is door de zwakheid van het leger zonder het aanhouden van het volk niet mogelijk iets tegen de vijand uit te richten. Al zou het mooi zijn om met de vijand in onderhandeling te treden, men zou dat het best kunnen doen met de wapens in de hand.
De gedeputeerden worden voor hun moeite bedankt. Op het eerste punt wordt besloten ontvanger-generaal Doublet een staat te laten maken van de betalingen door de provincies aan legerlasten voor het lopende jaar waarom door middel van een petitie door de RvS is verzocht. De ontvanger moet tevens een staat maken van de betaling door Gelderland , Holland en Utrecht aan de 700.000 gld. die door hen extraordinaris voor de lichting van twaalfduizend man voor de aanvang van de belegering zijn beloofd. Ook zullen de in gebreke blijvende provincies worden gemaand hun achterstallen prompt aan te zuiveren en alle provincies om de consenten te betalen van de extraordinaris gelichte en in dienst genomen militie. Op het tweede punt besluiten HHM het antwoord van de gedeputeerden van HHM in het leger op hun brief betreffende het afdanken van de Zweedse troepen, af te wachten.