16/10/1629, 26

16/10/1629, 26

26 Ontvangen is een brief van de Admiraliteit te Rotterdam d.d. 15 oktober. Ze verzoekt HHM de instructie te handhaven of de nadere order uit te vaardigen dat een Oost-Indiëvaarder die door de schout van de stad Delft op verzoek van de Admiraliteit is gearresteerd, aan haar wordt uitgeleverd. De Admiraliteit heeft vier van de gevangen medeplichtigen vanwege samenzwering en andere strafbare feiten opgehangen. De magistraat van Delft weigert de genoemde gevangene uit te leveren omdat het een burger betreft. Het stadsbestuur heeft hem uit voorzorg gearresteerd en dringt erop aan dat hem de informatie en de bekentenissen van de geëxecuteerden worden toegezonden, om tegen de gevangene te kunnen procederen.
Na beraadslaging over deze brief ten opzichte van het derde artikel van de aangevoerde instructie besluiten HHM aan de Admiraliteit te Rotterdam terug te schrijven dat het derde artikel in dit geval niet van toepassing is en dat het te Amsterdam en elders, anders wordt toegepast. Daarom dienen zij aan die van Delft een kopie van de informatie en de bekentenissen van de geëxecuteerden op te sturen, waarmee tegen de gevangene te Delft naar behoren kan worden geprocedeerd.