01/11/1629, 19

01/11/1629, 19

19 1 HHM lezen het advies van de Admiraliteit te Rotterdam d.d. 18 okt. over de remonstrantie van de gedeputeerden van 's- Hertogenbosch die op 15 okt. bij HHM is ingediend. Gelet op de overwegingen die hierop door de gecommitteerden binnen deze stad zijn ingebracht en het nadere advies van de RvS van 29 okt., besluiten HHM op de punten:
I.
Ten eerste eisen de licentmeesters of hun commiezen licent van de boeren van de Meierij van 's-Hertogenbosch op graan, fruit, boter en ander gewas en gewin, dat zij aan de stad of haar bestuur leveren of te koop aanbieden, alsof zij de goederen uit vijandelijke landen brachten.
HHM besluiten dat de boeren van de Meierij als onderdanen van deze staat hun gewas en gewin en hun verhandelde gewassen licentvrij in de steden van deze zijde mogen brengen.
II.
Ook laten de licentmeesters of hun commiezen niet na om van de ingezetenen van de Meierij het licent van kleine hoeveelheden olie, zout, zeep, stokvis, haring, delen, sparren en dergelijke te eisen, die zij meenemen voor eigen gebruik en reparatie van hun beschadigde huizen, zonder deze goederen naar vijandelijke steden of plaatsen te vervoeren.
HHM zullen de ingezetenen van de Meierij niet anders behandelen dan de ingezetenen van het Land van Heusden, de Zuid-Hollandse dorpen aan het vasteland van Brabant en dergelijke gebieden, die over al hun benodigdheden licent betalen. In verband met de grote extraordinaris schade die de ingezetenen door de inlegering van de legers van beide kanten hebben geleden, zullen de ingezetenen van de Meierij uit barmhartigheid - ook om de aansluiting op die van deze staat te bevorderen en om ze mettertijd beter in staat te stellen hun lasten op te brengen - worden vrijgesteld van betaling van licent op levensmiddelen en materialen voor eigen gebruik of ter reparatie van hun huizen en gebouwen. Totdat zij het volgende seizoen hun zomerkoren hebben gezaaid, zouden zijn hun levensmiddelen en materialen moeten halen op lijsten die met dat doel door HHM worden opgesteld.
III.
Ook eisen de licentmeesters van de burgers en kooplieden van deze stad licent van hun eigen koopmanschappen en inlandse goederen die zij uit de stad vervoeren naar de Verenigde Provincies. Dit gaat in tegen de capitulatie en ongetwijfeld ook tegen de intentie van HHM.
De burgers en kooplieden te 's-Hertogenbosch mogen hun koopmanschappen en goederen vrij naar deze landen vervoeren, ook al zijn deze goederen en koopmanschappen voor de belegering uit vijandelijke of neutrale landen in de stad ingevoerd. Ze moeten zich wel reguleren naar het plakkaat op de binnenlandse paspoorten die door HHM eerder zijn uitgevaardigd.
IV.
Bij de capitulatie is in het achtste artikel helder uitgedrukt dat de burgers van de stad hun oude vrijheden en vrijstelling van de tollen moeten behouden. Toch vorderen de tollenaars te Gorinchem, Schoonhoven en elders in de Verenigde Provincies tol van de kooplieden van deze stad, zonder acht te slaan op de door hen getoonde tolbrieven of op de aangeboden borg. Ze houden daarentegen hun goederen aan totdat zij de tol hebben betaald. De tolvrijstelling is hun echter door de hertogen van Brabant bij diverse Blijde Inkomsten en in andere traktaten vergund en bevestigd en deze hebben zij tot op heden behouden.
HHM dragen de burgers en kooplieden van 's-Hertogenbosch op de genoemde tol te betalen, totdat zij behoorlijk blijk hebben gegeven van het privilege waarop de gedeputeerden van deze stad zich beroepen. Dan zullen de betalingen worden gerestitueerd.

1 Deze resolutie is door een klerk ingeschreven in S.G. 54 en gedrukt: Aitzema, S. & O. kwarto II, 1006-1007/folio I, 940-941.