02/11/1629, 11

02/11/1629, 11

11 HHM gaan in op de punten van de gisteren door Croock ter vergadering gepresenteerde instructie voor Jan Wendelsz. die naar Tunis en Algiers gaat.
HHM besluiten op het eerste punt dat indien Jan Wendelsz. op weg daarheen enkele Turken op zee tegenkomt, hij deze vriendelijk en zonder geweld tegemoet moet treden. Maar wanneer hij ziet dat enkele schepen van deze landen door hen worden aangevallen, mag hij deze schepen bevrijden. Hij moet in ieder geval met zijn schepen buiten de kastelen van Algiers blijven om niet door Turken overvallen te worden. Ten tweede menen HHM dat Wendelsz. sterk moet aandringen op teruggave van schepen en goederen die sinds het laatste traktaat in beslag zijn genomen. Ten derde moet Wendelsz. die van Algiers en Tunis namens deze staat aanbieden vriendelijke handelsbetrekkingen met hen te onderhouden. Ten vierde worden geen cadeaus aangeboden. Ten vijfde besluiten HHM dat ingeval het aantal bevrijde ingezetenen de capaciteit van twee schepen en het jacht overschrijdt, hij voor de overige bevrijde slaven schepen mag huren om ze naar Marseille of Toulon in Frankrijk te vervoeren en deze aldaar aan land te laten gaan. Ten zesde besluiten HHM dat ingeval Jan Wendelsz. het met de Turken van Algiers of Tunis niet eens kan worden en zij de vrijlating van de gevangenen weigeren, Wendelsz. geweld mag gebruiken.
De gecommitteerden van Groningen verzoeken aan te tekenen dat zij van oordeel zijn dat de commissaris het verzoek tot vrijlating van de gevangenen met alles wat daarbij hoort in vriendschap moet doen en daarover moet rapporteren. Na dit rapport zullen HHM over het gebruik van geweld beslissen.