13/11/1629, 12

13/11/1629, 12

12 Ter vergadering compareren de schepenen van de stad 's-Hertogenbosch Hendrick Cuysten en mr. Johan Pelgrom. Ze verzoeken HHM uit kracht van hun geloofsbrieven d.d. 5 nov. ten eerste dringend de Hollandse imposten tenminste voor een of twee jaren te matigen en te verlagen naar de in Gelderland of Brabant geldende voet. Ten tweede vragen ze het plakkaat en de ordonnantie van de veertigste penning op transporten en verkopingen van gronden van erven en renten in te trekken. Ten derde willen ze voor 's- Hertogenbosch een vergoeding uit 's lands middelen of anderszins ter compensatie van de circa 40.000 gld. jaarlijks die deze stad door de gecommitteerden van de RvS aan wijn en bieraccijns is ontnomen Ten vierde vragen ze voor de stad om een redelijke toelage uit de gemene middelen ter betaling van de onkosten van de nieuw aanbestede werken, brandstof voor de corps de gardes en andere noodzakelijkheden. Ten vijfde verzoeken ze het geschil betreffende de ontruiming van de parochiale kerken in de Meierij van 's-Hertogenbosch door interventie van enkele gedeputeerden minnelijk te schikken opdat door dit misverstand de ingezetenen van deze stad door wat overlast op het platteland niet benadeeld worden.
HHM zullen de eerste vier punten laten onderzoeken door Rantwyck, Noortwyck, Beaumont, Ploos, Veltdriel, Rutenburch en Niveen en de raden van State Olphert Barentsz., Jensma en thesaurier-generaal Van Goch. Daarna moeten de schepenen worden gehoord en moeten HHM van advies worden gediend. Op het vijfde punt stellen HHM dat hierop na voorgaand advies van de RvS is besloten. Dit punt kan dus niet zonder aantasting van de autoriteit van het land gewijzigd worden.