05/01/1630, 2

05/01/1630, 2

2 Jaecques Mol, koopman woonachtig te Dieppe, wordt op diens verzoek akte verleend om uit handen van de gouverneur van Sluis in Vlaanderen, Hautein, en andere betrokkenen, enkele balen wol, gezouten huiden, hertenvellen en soortgelijke goederen te ontvangen. Deze zijn gestrand bij Cadzand met het schip Seinct Jean, waarop Jaecques Barbault schipper is. Voorwaarde is dat voldoende borg wordt gesteld voor alle aanspraken achteraf. Aan de gouverneur dient een behoorlijk bergloon te worden betaald naast de gebruikelijke andere rechten, die hij moet verdelen onder de gerechtigden.
Tevens is een brief van Fransois Roussel ontvangen d.d. Sluis 1 jan., alsmede een rekest, inhoudend dat de in het rekest van Jaecques Mol genoemde goederen door de laatste storm in Cadzand zijn terechtgekomen. Verder laat Roussel weten dat Mol een Fransman heeft afgevaardigd om die goederen op te eisen. Hij klaagt dat fiscaal Roelsius van de Raad van Vlaanderen hem belemmert in de uitoefening van zijn commissie als strandvonder die HHM hem op 17 nov. 1617 hebben verleend. Roelsius had namelijk na de genoemde datum eveneens van HHM en in Roussels ogen onterecht een commissie verkregen aangaande gestrande goederen. Roelsius zou gewapenderhand zonder bevel van gouverneur Hautein, Josias Joosten - die door de suppliant was aangesteld als vervangend opzichter van de zeedrift - hebben opgepakt en in gevangenschap naar Middelburg hebben vervoerd.
HHM zullen zowel de suppliant als fiscaal Roelsius schrijven dat de gestrande goederen aan de klager en eigenaar gerestitueerd moeten worden, op voorwaarde dat er voldoende borg wordt gesteld. Aan gouverneur Hautein dient een behoorlijk bergloon alsmede de gebruikelijke rechten te worden betaald. Dit bedrag zal door hem onder de personen die het toekomt worden verdeeld. Roussel en Roelsius worden gemaand om 26 jan. voor HHM te verschijnen om over het verkrijgen van hun commissie te worden gehoord, waarna één van beiden van zijn functie ontheven zal worden. Verder wordt besloten dat de fiscaal direct na ontvangst van de brief Josias Joosten zonder financieel nadeel uit hechtenis moet ontslaan, vanwege Roelsius' onbuigzaamheid en ongeoorloofd inzetten van soldaten buiten medeweten van de gouverneur.
Aangaande dezelfde kwestie is een brief ontvangen van gouverneur De Hautein d.d. Sluis 2 jan. betreffende de zorgvuldige bewaring door hem van de gestrande goederen en koopwaren van Jacques Mol, alsmede de door fiscaal Roelsius en baljuw Roussel ten aanzien daarvan genomen maatregelen.
HHM zullen de gouverneur bedanken voor zijn toewijding. Daarnaast zullen zij hem hun resoluties over de gestrande goederen bekendmaken, alsmede de met betrekking tot de fiscaal en de baljuw in deze zaak genomen maatregelen.