29/01/1630, 17

29/01/1630, 17

17 Rantwyck en andere gedeputeerden van HHM hebben conform de resolutie van 26 jan. aan Z.Exc. de inhoud van het schriftelijke rapport van Van de Cappelle meegedeeld. Dit handelt over het verschaffen van een maand gage voor de troepen onder graaf Willem in [ Gulik en Kleef] de beraming deze maand van een betere wijze van opbrengen van het geld tot het onderhoud van deze troepen, alsmede van de betaling die inmiddels uit de particuliere kredieten te Wezel door Van der Cappelle en Oenema is gedaan. Ten tweede rapporteren de gedeputeerden te hebben gesproken met Z.Exc. over het voornemen van de vijand ten aanzien van schans Efferen. Ten derde laten ze weten dat Z.Exc. hun de inhoud van een brief van de graaf en andere zaken heeft meegedeeld, inhoudend dat de hertog van Palts-Neuburg de bewoners van de steden en van het platteland van Mark en Berg heeft verboden contributies op te brengen tot onderhoud van de voornoemde troepen. De graaf heeft de steden en dorpen van het Land van Kleef, die niet door staats garnizoen zijn bezet, zonder onderscheid in de contributies aangeslagen. Vanwege wanbetaling zijn inmiddels enkele officieren en rechters aan de westzijde van de Rijn, die volhielden niet te zijn gehouden aan de uitgeschreven contributies in verband met hun verkregen neutraliteit, opgehaald. Ten vierde zijn verschillende politieke ambtenaren, die eerder door de hertog van Palts-Neuburg in de genoemde gebieden waren aangesteld, na de inlijving van de steden afgezet en vervangen door anderen. Ten vijfde zou de graaf graag weten hoe hij zich heeft op te stellen ten aanzien van het volk van de Katholieke Liga en van de keizer.
HHM besluiten conform het advies van Z.Exc. op het eerste punt de RvS te verzoeken en te machtigen door ontvanger-generaal Doublet een maand gage voor de troepen te laten lenen in plaats van de halve maand waarin eerder is toegestemd. Het voorschot dat eerder is gegeven zal daarop wel worden gekort. Het geleende geld zal in het geheel uit de contributies van de genoemde landen worden afgelost en door Van der Capelle en Oenema onder de soldaten van de troepen worden verdeeld conform de regeling die daarvoor eerder door hen werd bedacht en in werking werd gesteld. HHM besluiten stilzwijgend aan het tweede punt voorbij te gaan. Op het derde punt besluiten HHM de graaf te schrijven alles in het werk te stellen en geen middelen te schuwen om stedelingen en plattelanders van Mark en Berg naar behoren bij te laten dragen met een door de gedeputeerden van HHM te Wezel vast te stellen tarief. Hetzelfde geldt voor de steden en gebieden van Kleef gelegen aan de oostzijde van de Rijn. Vanwege de verkregen wederzijdse speciale neutraliteit moeten de steden en plaatsen gelegen aan de west- of Kleefse zijde van de Rijn, als daar zijn Xanten, Kalkar, Kleef, Goch, Kranenburg, Sonsbeck, Uedem, Schravelen en Monreberg, uitgezonderd blijven van de contributies. Als de vijand in deze steden en gebieden ondanks de neutraliteit zogenaamde "plackillos" heeft geïnd, mag de graaf bij retorsie een gelijke som eisen. Alvorens daartoe over te gaan zal de graaf zich precies moeten laten informeren wat de vijand daar heeft genoten en wanneer, en dient hij deze informatie aan HHM te sturen. Na onderzoek zal hij een nadere opdracht tot uitvoering ontvangen. De graaf zal de opgehaalde ambtenaren van de genoemde neutrale steden en gebieden voorlopig weer moeten vrijlaten. Voorkomen moet worden dat het publieke woord van deze zijde wordt geschaad terwijl daarbij de vijand de gelegenheid krijgt de genoemde steden, plaatsen en landen opnieuw in te lijven. Op het vierde punt besluiten HHM dat de graaf zich niet mag bemoeien met het ontslag of de aanstelling van politieke ambtenaren, hij moet dat overlaten aan de Kleefse raden en degenen die door Van der Capelle en Oenema hiertoe zijn aangesteld. Op het vijfde punt besluiten HHM dat hij het volk van de Liga en van de keizer dat niet op de Veluwe is geweest, niet mag aanvallen om geen aanleiding te geven tot verbreking van de neutraliteit.