05/02/1630, 20

05/02/1630, 20

20 Haersolte heeft uiteengezet dat agent Van der Veecke aan Z.Exc. en aan hem een brief heeft getoond van de keurvorst van Keulen, waarin deze verklaart ingenomen te zijn met de bezending aan hem waartoe HHM besloten hebben. Hij maakt echter bezwaar tegen het verzoek om een paspoort voor Dohna uit bezorgdheid dat deze stilzwijgend of uitdrukkelijk deel uitmaakt van de acht van de keizer.
HHM verzoeken en benoemen Vosbergen om dit met baron van Dohna te bespreken en dit daarna aan Z.Exc. mee te delen. Hij moet HHM over zijn bevindingen rapporteren, zodat hiernaar kan worden gehandeld.