16/02/1630, 17

16/02/1630, 17

17 Het rapport van Gerestein en Schaffer wordt onderzocht. Zij hebben de remonstrantie van de erfgenamen van wijlen vice-admiraal Moij Lambert overhandigd inzake hun aanspraak op het traktement van de overledene als commandeur op de kust van Vlaanderen en als vice-admiraal van Holland. Deze betreft ook andere aanspraken, alsmede een geschenk voor het veroveren en het vernielen van enkele vijandelijke en roversschepen. Na te hebben nagezien wat de Admiraliteit te Rotterdam d.d. 13 aug. 1627 op de remonstrantie heeft geapostilleerd, het advies van de Generaliteitsrekenkamer d.d. 6 okt. 1627 in aanmerking genomen, alsmede het eerdere beraad van de gedeputeerden van HHM over deze remonstrantie besluiten HHM de erfgenamen met het oog op de goede diensten van de overledene en op grond van alle acties en aanspraken van de erfgenamen in verleden en toekomst, geen uitgezonderd, de eenmalige som van 8.000 gld. toe te kennen. Deze wordt contant uitbetaald door de Admiraliteit te Rotterdam. In plaats daarvan mag ten laste van dit College (waartoe HHM de Admiraliteit machtigt) ook een obligatie ter waarde van 8.000 gld. tegen zestien procent rente worden verleend. De Admiraliteit zal hiervan per brief op de hoogte worden gesteld.