04/03/1630, 5

04/03/1630, 5

5 De aanwezige Van der Meyde en Nispe, generaalmeesters van de Munt, stellen HHM ten eerste in kennis van een conceptplakkaat betreffende het voorkomen van velerlei vervalste dukaten, gouden guldens en rijksdaalders uit Duitsland, en Jacobussen en gouden kopstukken uit Engeland. Daarnaast berichten zij over de waardestijging van de goede en sterke gouden speciƫn van dit land. Ten tweede hebben de generaalmeesters HHM verklaard dat de muntmeester in de provincie Utrecht zich schuldig maakt aan het slaan van schellingen zonder toestemming van de verschillende provincies.
HHM schorten een beslissing op het eerste punt op. Op het tweede punt besluiten HHM twee generaalmeesters te benoemen om een reis te maken naar de provincie Utrecht om de stempels van de schellingen in te nemen. De Staten van Utrecht zal worden geschreven dit te gedogen. Daarnaast zal hun het onrecht worden voorgehouden dat met deze gang van zaken de andere provincies wordt aangedaan, waarvoor verschillende redenen zullen worden aangevoerd.