08/05/1628

08 - 05 - 1628

Presentielijst:

Gelderland:
Holland:
Zeeland:
Utrecht:
Friesland:
Overijssel:
Groningen:

Resoluties:

1 Kapitein Codde van der Burch schrijft d.d. Het Vlie 6 mei met de andere oorlogsschepen nabij het Rif van Skagen en de Doggersbank drie Duinkerkers te zijn tegengekomen. Op 29 april heeft hij één van de schepen met zestien gevangenen en uitgerust met tien gotelingen en twee steenstukken veroverd op voorwaarde dat het volk (zestig matrozen en 21 soldaten) in handen van justitie zou komen. Een andere Duinkerker wordt nog achtervolgd door twee oorlogsschepen. Codde verzoekt hem en de andere kruisers van musketiers te voorzien.
HHM bespreken de brief met Z.Exc. om de musketiers te regelen.

2 Marinus Jan Doorens, burgemeester van Etten en schipper op de Leur in het Land van Breda, vraagt een schip met kalk en honderdvijftig gezaagde houtdelen naar Breda te mogen brengen.
HHM vragen hierover advies aan de RvS.

3 HHM vragen advies aan de RvS over het verzoek van Jan Adriaenssen Leechwater om octrooi voor twintig jaar en een vergoeding voor zijn uitvinding van een brug die geluidloos over een rivier kan worden geplaatst.

4 HHM staan Pieter de la Maer, inwoner van Middelburg, toe 32.000 pond lont in dienst van de koning naar Engeland te brengen. Hij dient wel 's lands belasting te betalen en borg te stellen dat de goederen nergens anders naartoe worden vervoerd.

5 HHM depêcheren commissie voor de door de Staten van Gelderland genomineerde Engelbert opten Noorth, dr. in de rechten en afgevaardigd raadslid van Zutphen, als raad van de Admiraliteit te Amsterdam . Opten Noort legt hiertoe de eed af.

6 HHM laten de RvS beslissen over de door conducteur Cornelis Gerbrantsen ingediende declaratie. Hij heeft vier halve kanonnen uit Bremen gehaald die waren overgebleven van de tien aan de koning van Denemarken geleende stukken. Eerder zijn ook twee kanonnen hiervan naar Hoorn teruggestuurd.

7 De klerk Verburch meldt dat Carleton hem heeft ontboden. Door zijn neef Dudleij Carleton heeft deze laten zeggen het ongepast te vinden de door HHM geschonken gouden keten te houden aangezien de graaf van Carlil gisteravond in Brielle is aangekomen. Ook heeft hij in Delft de tapijten niet gevonden waartegen Carleton de keten wilde ruilen. Verburch heeft Carletons verzoek om de keten terug te nemen geweigerd.
HHM laten de kwestie hierbij.

8 De binnengekomen hofmeester Mortaigne bericht door Z.Exc. te zijn gelast te vertellen dat deze van Carleton heeft gehoord dat de graaf van Carlille gisteravond in Brielle is aangekomen.
HHM nemen nog geen besluit hierover.

9 Generaal Tilly klaagt d.d. Buxtehude 22 april over schending van de neutraliteit door het invallen van Nederlandse soldaten in de keizerlijke gebieden in Oost-Friesland en het hinderen van de handel door de op de Eems gelegen schepen.
Ernst Casimir schrijft d.d. Groningen 23 april dezelfde klachten van invallen door Nederlandse soldaten te hebben vernomen. Daarop heeft hij Aenholt geschreven de informatie hierover en de overtreders naar hem toe te sturen om hun een passende straf te geven.
HHM vragen hierover advies aan Z.Exc. en de RvS.

10 HHM lezen het antwoord1 over het op 29 april opgestelde rapport aangaande de zaak van Martyn van der Meden en keuren dit goed. Zij zullen de commissarissen van de koning van Denemarken langs de Elbe de door commissaris Hoogenhouck meegenomen 100.000 gld. geven. Indien dit geld gebruikt wordt voor enkele voorgenomen fortificaties, dan zullen HHM de andere 100.000 gld. overmaken. Zoals alle andere subsidies dient dit bedrag slechts voor het onderhoud van het volk en herstel van de fortificatie te Glückstadt te worden bestemd. De koninklijke commissarissen moeten het geld beheren met resident Aissema en andere commissarissen van HHM. Ter vergoeding van de levensmiddelen waarmee Krempe voor een jaar is voorzien, zullen HHM in aftrek van de vervallen of te betalen subsidies voor 1 okt. 30.000 rijksdaalder betalen aan degenen die Van der Meden assignatie geeft of daarvoor contracteert.

11 Feith en de andere heren hebben conform de resolutie van 5 mei een nadere bespreking met secretaris Gunter gehad en berichten hierover. Gunter verzoekt eerst informatie te krijgen over de door HHM getroffen maatregel tegen de toevoer aan Jutland.
HHM laten de Admiraliteitscolleges op de verschillende kantoren mensen waarschuwen dat de koning van Denemarken hun schepen en goederen zal kapen wanneer zij hun goederen naar Jutland, Holstein of daaromtrent willen verkonvooien.
Ten tweede verzoekt Gunter nog steeds teruggave van de twee door Nederlandse oorlogsschepen in Langesund genomen schepen en straf vanwege de territoriale schending.
HHM schrijven de Admiraliteit in het Noorderkwartier over deze kwestie te schrijven en het vonnis en de bewijsstukken mee te sturen om deze te onderzoeken.
Ten derde vraagt Gunter een betalingsoverzicht van de subsidies met een specificatie van de tijd waarop en de persoon aan wie is betaald.
HHM laten de ontvanger deze lijst geven.
Ten vierde wil Gunter het buskruit dat de onder contract met de koning staande kooplieden van Hamburg naar de Republiek hebben gebracht naar Denemarken uitvoeren.
HHM stemmen hiermee niet in.
Ten derde vraagt Gunter HHM de toegezegde ordonnantie van 50.000 gld. te passeren in aftrek van het subsidie.
HHM stemmen hiermee in met dien verstande dat zij slechts ordonnantie passeren van 31.978 gld. 2 st. 8 d. en Joost Brasser de overige 18.021 gld. 17 st. 8 d. laten betalen. HHM schrijven Brasser af te rekenen met secretaris Gunter.

1 Het antwoord is geïnsereerd in S.G. 3187 en gedrukt in: Aitzema, S. & O. kwarto II, 650-651/folio I, 785-786.