Briefwisseling van J.R. Thorbecke 1830-1872

 
English | Nederlands
317 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 7 november 1849.
319 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 16 november 1849.
324 AAN J.A. VAN ROYEN, 's-Gravenhage 28 november 1849.
325 AAN DE GOUVERNEUR VAN OVERIJSSEL, 's-Gravenhage 28 november 1849.
327 AAN DE GOUVERNEUR VAN GELDERLAND, 's-Gravenhage 2 december 1849.
328 AAN R.G. RIJKENS, 's-Gravenhage ongedateerd.
329 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 9 december 1849.
330 AAN DE GOUVERNEURS DER PROVINCIËN, 's-Gravenhage 10 december 1849.
332 AAN DE CURATOREN VAN DE HOGESCHOOL TE LEIDEN, Leiden 2 januari 1850.
333 AAN DE RAAD VAN BESTUUR VAN HET PENSIOENFONDS VAN BURGERLIJKE AMBTENAREN, 's-Gravenhage ongedateerd.
334 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 5 januari 1850.
335 AAN P. HOFSTEDE DE GROOT C.S., 's-Gravenhage ongedateerd.
336 AAN DE CURATOREN VAN DE HOGESCHOOL TE UTRECHT, 's-Gravenhage ongedateerd.
337 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 9 januari 1850.
338 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 10 januari 1850.
339 AAN A.F. INSINGER, 's-Gravenhage 11 januari 1850.
340 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN GRONINGEN, 's-Gravenhage 11 januari 1850.
341 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 12 januari 1850.
342 AAN DE GRIFFIER VAN DE STATEN VAN GELDERLAND, 's-Gravenhage ongedateerd.
344 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 16 januari 1850.
347 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 18 januari 1850.
348 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN GRONINGEN, 's-Gravenhage 18 januari 1850.
350 AAN DE DIRECTEUR VAN HET RIJKSHERBARIUM, 's-Gravenhage 18 januari 1850.
351 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 19 januari 1850.
353 AAN DE GOUVERNEUR VAN NOORD-HOLLAND, 's-Gravenhage 23 januari 1850.
355 AAN DE GOUVERNEUR VAN UTRECHT, 's-Gravenhage ongedateerd.
356 AAN DE GOUVERNEUR VAN GRONINGEN, 's-Gravenhage 25 januari 1850.
360 AAN J.J. VAN HEES VAN BERKEL, 's-Gravenhage ongedateerd.
365 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT, 's-Gravenhage ongedateerd.
366 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 4 februari 1850.
367 AAN DE GOUVERNEUR VAN GRONINGEN, 's-Gravenhage 7 februari 1850.
368 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 9 februari 1850.
370 AAN H.A. BAKE, 's-Gravenhage 22 februari 1850.
371 AAN P.J. VETH, 's-Gravenhage 12 februari 1850.
372 AAN J.F. DE BRUYN KOPS, 's-Gravenhage 12 februari 1850.
374 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN LIMBURG, 's-Gravenhage ongedateerd.
376 AAN Æ. MACKAY, 's-Gravenhage 25 februari 1850.
377 AAN DE GOUVERNEUR VAN NOORD-BRABANT, 's-Gravenhage 25 februari 1850.
378 AAN F.W. JUNGHUHN EN W.H. DE VRIESE, 's-Gravenhage 6 maart 1850.
379 AAN DE STEDELIJKE RAAD VAN GOUDA, 's-Gravenhage 11 maart 1850.
382 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 24 maart 1850.
383 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 29 maart 1850.
385 AAN J.A. RIJKENS, 's-Gravenhage 3 april 1850.
386 AAN DE GOUVERNEUR VAN GRONINGEN, 's-Gravenhage 16 april 1850.
387 AAN L. DRUCKER, 's-Gravenhage 16 april 1850.
388 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 26 april 1850.
389 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 30 april 1850.
390 AAN M.C. VAN HALL, 's-Gravenhage 30 april 1850.
391 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 1 mei 1850.
394 AAN B.D. BOSSCHER, 's-Gravenhage 7 mei 1850.
395 AAN DE GOUVERNEUR VAN ZEELAND, 's-Gravenhage 24 mei 1850.
396 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 27 mei 1850.
397 AAN J.P. HEIJE, 's-Gravenhage 27 mei 1850.
398 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 25 juni 1850.
399 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 29 juni 1850.
400 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIES, 's-Gravenhage 8 juli 1850.
401 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND, 's-Gravenhage ongedateerd.
402 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 20 juli 1850.
403 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN LIMBURG,'s-Gravenhage 24 juli 1850.
404 AAN DE GOUVERNEUR VAN GELDERLAND, 's-Gravenhage 30 juli 1850.
405 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 1 augustus 1850.
408 AAN J.H.G. BOISSEVAIN, 's-Gravenhage 7 augustus 1850.
410 AAN DE PRESIDENT VAN DE RIDDERSCHAP VAN GELDERLAND, 's-Gravenhage 14 augustus 1850.
412 AAN W.C.A. STARING, 's-Gravenhage 24 augustus 1850.
416 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN OVERIJSSEL, 's-Gravenhage 14 september 1850.
418 AAN B. WICHERS, 's-Gravenhage 22 september 1850.
419 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 23 september 1850.
420 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 24 september 1850.
421 AAN G.A. DE MEESTER, 's-Gravenhage 28 september 1850.
423 AAN G.J. ROOSEGAARDE C.S., 's-Gravenhage 3 oktober 1850.
424 AAN DE COMMISSARISSEN DES KONINGS, 's-Gravenhage 5 oktober 1850.
425 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 6 oktober 1850.
426 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 14 oktober 1850.
427 AAN C. SANDENBERGH MATTHIESSEN VAN PETTEN EN NOLMERBAN, 's-Gravenhage 16 oktober 1850.
428 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 17 oktober 1850.
429 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 19 oktober 1850.
431 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 23 oktober 1850.
432 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 28 oktober 1850.
433 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN LIMBURG, 's-Gravenhage 2 november 1850.
434 AAN DE ALGEMEEN SECRETARIS VAN HET KONINKLIJK NEDERLANDS INSTITUUT, 's-Gravenhage 3 november 1850.
435 AAN A.G.A. VAN RAPPARD, 's-Gravenhage 10 november 1850.
436 AAN M.H. S'JACOB, 's-Gravenhage 12 november 1850.
438 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 14 december 1850.
440 AAN ADRESSANTEN UIT HET KIESDISTRICT DOETINCHEM, 's-Gravenhage 30 december 1850.
441 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-HOLLAND, 's-Gravenhage 4 januari 1851.
442 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN OVERIJSSEL, 's-Gravenhage 4 januari 1851.
443 AAN A.A. BRUCE-SCHIMMELPENNINCK, 's-Gravenhage 4 januari 1851.
446 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 11 januari 1851.
447 AAN DE COMMISSIE VOOR DE GENEESKUNDIGE STAATSREGELING, 's-Gravenhage 13 januari 1851.
448 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 15 januari 1851.
449 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 21 januari 1851.
450 AAN L.G.A. VAN LIMBURG STIRUM, 's-Gravenhage 31 januari 1851.
451 AAN DE ALGEMENE REKENKAMER, 's-Gravenhage 7 februari 1851.
452 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 10 februari 1851.
453 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 10 februari 1851.
454 AAN H.J. SPIJKER, 's-Gravenhage 10 februari 1851.
455 AAN H. VAN BEECK VOLLENHOVEN, 's-Gravenhage 13 februari 1851.
456 AAN L. VAN HOOGEVEEN STERCK, 's-Gravenhage 18 februari 1851.
460 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 27 februari 1851.
461 AAN DE CURATOREN VAN DE HOGESCHOOL TE UTRECHT, 's-Gravenhage 28 februari 1851.
462 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 5 maart 1851.
463 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 6 maart 1851.
465 AAN L.A. HISSINK, 's-Gravenhage 8 maart 1851.
466 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-BRABANT, 's-Gravenhage 14 maart 1851.
467 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 15 maart 1851.
468 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 18 maart 1851.
471 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 1 april 1851.
473 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 7 april 1851.
474 AAN DE PRESIDENT-CURATOR VAN DE HOGESCHOOL TE GRONINGEN, 's-Gravenhage 7 april 1851.
475 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 21 april 1851.
487 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 4 mei 1851.
488 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZUID- EN NOORD-HOLLAND EN LIMBURG, 's-Gravenhage 6 mei 1851.
489 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 7 mei 1851.
490 AAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 8 mei 1851.
492 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 17 juni 1851.
493 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 17 juni 1851.
495 AAN DE COMMISSARISSEN DES KONINGS, 's-Gravenhage 8 juli 1851.
496 AAN DE DIRECTEUR VAN HET KABINET DES KONINGS, 's-Gravenhage 13 juli 1851.
497 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 21 juli 1851.
498 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIES, 's-Gravenhage 27 juli 1851.
499 AAN DE BURGEMEESTER VAN AMSTERDAM, 's-Gravenhage 2 augustus 1851.
500 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 18 augustus 1851.
508 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 16 september 1851.
509 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN LIMBURG, 24 september 1851.
510 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN FRIESLAND, 's-Gravenhage 2 oktober 1851.
511 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN FRIESLAND, 's-Gravenhage 5 oktober 1851.
512 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-HOLLAND, 's-Gravenhage 7 oktober 1851.
513 AAN J. VAN HALL, 's-Gravenhage 17 oktober 1851.
514 AAN DE DIRECTIE VAN DE NEDERLANDSE RIJNSPOORWEGMAATSCHAPPIJ, 's-Gravenhage 21 oktober 1851.
515 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 22 oktober 1851.
516 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 11 november 1851.
517 AAN T.J. VAN WIJKERSLOOTH VAN WEERDESTEYN, 's-Gravenhage 12 november 1851.
519 AAN DE KONING, 's-Gravenhage, 15 november 1851.
521 AAN J.J. VAN OOSTERZEE, 's-Gravenhage 6 december 1851.
523 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZEELAND, 's-Gravenhage 11 december 1851.
524 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 15 december 1851.
525 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 18 december 1851.
528 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 30 december 1851.
529 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 7 januari 1852.
530 AAN DE DIRECTIE VAN DE NEDERLANDSE RIJNSPOORWEGMAATSCHAPPIJ, 's-Gravenhage 13 januari 1852.
531 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-BRABANT, 's-Gravenhage 13 januari 1852.
532 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GRONINGEN, 's-Gravenhage 19 januari 1852.
533 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZEELAND, 's-Gravenhage 20 januari 1852.
534 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 22 januari 1852.
535 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 13 februari 1852.
536 AAN DE BURGEMEESTER VAN VORDEN, 's-Gravenhage 16 februari 1852.
538 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 29 februari 1852.
539 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 4 maart 1852.
540 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 8 maart 1852.
545 AAN DE MINISTER VAN OPENBARE WERKEN VAN BELGIË, 's-Gravenhage 5 april 1852.
546 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT, 's-Gravenhage 6 april 1852.
547 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 9 april 1852.
548 AAN TH.M.I.A. VAN LAMSWEERDE, 's-Gravenhage 9 april 1852.
550 AAN J.D. VAN KETWICH VERSCHUUR, 's-Gravenhage 16 april 1852.
551 AAN N.M.A. VATTEMARE, 's-Gravenhage 17 april 1852.
552 AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE, 's-Gravenhage 3 mei 1852.
553 AAN J.K. HASSKARL, 's-Gravenhage 3 mei 1852.
554 AAN DE CURATOREN VAN DE HOGESCHOOL TE GRONINGEN, 's-Gravenhage 10 mei 1852.
555 AAN F.C. HEKMEYER, 's-Gravenhage 12 mei 1852.
556 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 13 mei 1852.
557 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 19 mei 1852.
558 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GRONINGEN, 's-Gravenhage 20 mei 1852.
561 AAN DE BURGEMEESTER VAN LEEUWARDEN, 's-Gravenhage 3 juni 1852.
562 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZEELAND, 's-Gravenhage 4 juni 1852.
563 AAN A.G.A. VAN RAPPARD,'s-Gravenhage 5 juni 1852.
564 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 5 juni 1852.
567 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 8 juni 1852.
569 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN LIMBURG, 's-Gravenhage 22 juni 1852.
572 AAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN, 's-Gravenhage 4 juli 1852.
575 AAN J. VAN REES EN H. VAN DER VEGTE, 's-Gravenhage 7 augustus 1852.
576 AAN DE MINISTER VAN ROOMS-KATHOLIEKE EREDIENST A.I., 's-Gravenhage 7 augustus 1852.
583 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 29 augustus 1852.
584 AAN DE GEDEPUTEERDE STATEN VAN OVERIJSSEL, Nieuwe Tonge 30 augustus 1852.
585 AAN O. PETRI, 's-Gravenhage 7 september 1852.
587 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-HOLLAND, 's-Gravenhage 16 september 1852.
591 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 2 oktober 1852.
592 AAN DE KONING, 's-Gravenhage, 7 oktober 1852.
596 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 16 oktober 1852.
597 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 20 oktober 1852.
598 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 21 oktober 1852.
599 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 25 oktober 1852.
600 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 30 oktober 1852.
601 AAN DE RAAD VAN ADMINISTRATIE DER HOLLANDSE IJZEREN SPOORWEGMAATSCHAPPIJ, 's-Gravenhage 4 november 1852.
602 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 5 november 1852.
603 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 8 november 1852.
605 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 11 november 1852.
606 AAN J.A. VAN ROYEN, 's-Gravenhage 11 november 1852.
607 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 12 november 1852.
609 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN ZUID-HOLLAND, 's-Gravenhage 15 november 1852.
610 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 18 november 1852.
611 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN GELDERLAND, 's-Gravenhage 20 november 1852.
612 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 25 november 1852.
613 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 30 november 1852.
614 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 6 december 1852.
615 AAN E. WAGNER, 's-Gravenhage 13 december 1852.
616 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN DRENTHE, 's-Gravenhage 17 december 1852.
617 AAN H.L.B. GELSING-VAN NISPEN, 's-Gravenhage 21 december 1852.
618 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 24 december 1852.
619 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 28 december 1852.
620 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 28 december 1852.
623 AAN F.M. VAN DER DUYN, 's-Gravenhage 5 januari 1853.
624 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 7 januari 1853.
625 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 9 januari 1853.
626 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 9 januari 1853.
627 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 14 januari 1853.
629 AAN G.L. JANSMA VAN DER PLOEG, 's-Gravenhage 24 januari 1853.
630 AAN M.C. VAN HALL, 's-Gravenhage 3 februari 1853.
631 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 5 februari 1853.
633 AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN, 's-Gravenhage 19 februari 1853.
634 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN NOORD-HOLLAND, 's-Gravenhage 2 maart 1853.
635 AAN J.TH. VAN SPENGLER, 's-Gravenhage 20 maart 1853.
636 AAN A. LOPEZ SUASSO DIAZ DA FONSECA, 's-Gravenhage 20 maart 1853.
639 AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN, 's-Gravenhage 26 maart 1853.
640 AAN TH.M.I.A. VAN LAMSWEERDE, 's-Gravenhage 27 maart 1853.
641 AAN DE COMMISSARIS DES KONINGS IN UTRECHT, 's-Gravenhage 30 maart 1853.
643 AAN DE COMMISSARISSEN DES KONINGS IN ALLE PROVINCIES BEHALVE NOORD-BRABANT EN LIMBURG, 's-Gravenhage 31 maart 1853.
644 AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN, 's-Gravenhage 10 april 1853.
645 AAN DE KONING, 's-Gravenhage 16 april 1853.