Verviers, Emile Gerard Hubert (1886-1968)

 
English | Nederlands

VERVIERS, Emile Gerard Hubert (1886-1968)

Verviers, Emile Gerard Hubert, econoom, publicist (Roosendaal en Nispen 24-10-1886 - Oisterwijk 3-2-1968). Zoon van Jan Joseph Hubertus Verviers, beambte bij de Staatsspoorwegen, en Johanna Helena van den Elshout. Gehuwd op 29-8-1946 met Maria Martina Antonia Pijnappels. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 3 zoons geboren. afbeelding van Verviers, Emile Gerard Hubert

Verviers volgde na de lagere school de Rijks-HBS te Bergen op Zoom, werkte daarna enige tijd op het kantoor van een suikerfabriek, behaalde door studie in zijn vrije tijd de middelbare akten staatsinrichting en staathuishoudkunde. Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht was hij van 1908 tot 1911 verbonden aan het Centrale Bureau van de Katholieke Sociale Actie te Leiden, dat toen onder leiding stond van de latere minister P.J.M. Aalberse. Verviers leverde bijdragen aan het Katholiek Sociaal Weekblad, maar werkte van 1909 tot 1911 ook mee aan het katholieke dagblad De Maasbode, waarvan rector M.A. Thompson, een van de weinige vertegenwoordigers van het katholieke integralisme in Nederland, van 1898 tot 1912 hoofdredacteur was. Jarenlang onderhield Verviers een hechte vriendschap met de thomistische wijsgeer pater Th.B. ten Have, een redemptorist.

Verviers kon bogen op het respect van Aalberse, maar diens opvattingen lagen toch ver af van Verviers' conservatieve denkbeelden en sympathieën voor het integralisme, zoals zich dat tijdens het pontificaat van Pius X (1903-1914) manifesteerde. Het gehele leven van Verviers is gestoeld geweest op zijn diepe verering voor paus Pius IX en Pius X, alsmede de katholieke schrijver Léon Bloy, deels stellig een gevolg van zijn in ultramontaanse geest geleide opvoeding.

In 1911 nam Verviers in Leiden ontslag, was enige jaren werkzaam als leraar staathuishoudkunde aan middelbare scholen, o.a. in Den Bosch en Venlo, vertrok in de nazomer van 1913 naar Leuven, waar hij in 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, in de sociale en economische wetenschappen promoveerde op de doctoraatsthesis De Nederlandsche handelspolitiek tot aan de toepassing der vrijhandelsbeginselen (Leiden, [1914]).

In hetzelfde jaar behoorde hij tot de oprichters van het R.K. Huisvestingscomité, ten behoeve van de talrijke in nood verkerende oorlogsvluchtelingen. Een der andere comité-leden was mgr. A.F. Diepen, toen nog bisschoppelijk inspecteur van het onderwijs in het diocees Den Bosch. De verhouding van Verviers tot deze strenge prelaat was toen nog goed. Tien jaren bleef Verviers als secretaris-penningmeester aan dit comité verbonden, maakte vele reizen, o.a. naar Centraal-Europa, voor het verzorgen van vluchtelingentransporten.

In 1918 werd hij toegelaten als privaatdocent te Leiden voor sociale en economische politiek. Zijn benoeming was geschied op advies van Aalberse en bedoeld als voorportaal naar een hoogleraarschap, dat hij echter nooit heeft bereikt. Zijn openbare les droeg als titel De draagwijdte der individueele wilsbepaling in het economische leven (Leiden, 1918). Verviers was een kenner van de Oostenrijkse School en van de encycliek Rerum Novarum. Als wetenschapsman had Verviers de naam te beschikken over het vermogen tot een mathematisch scherp analyserend betoog, alsmede over de gave zijn woorden te kruiden met fijne ironie. Aan sociale bewogenheid ontbrak het hem zeker niet, maar ze was gedrenkt in integralistische overtuigingen, die veel te maken hadden met patriarchalisme, doch evenzeer met afkeer van democratie en parlementarisme.

Op 3 april 1922 verscheen onder redactie van Verviers het eerste nummer van het veertiendaagse orgaan Katholieke Staatkunde (K.S.), een blad van duidelijk conservatief-katholieke signatuur, dat vanaf oktober 1922 wekelijks zou uitkomen. De verschijning van K.S. viel samen met dé oprichting in maart van dat jaar - o.a. op initiatief van de Haarlemse notaris R.Ch.A. van Cranenburgh - van de Nieuwe Katholieke Partij (NKP), geboren uit onbehagen over de politieke en sociale hervormingen van vlak na de oorlog, tot stand gekomen met de medewerking van de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP). In nr. 4 van K.S. stond het program van de NKP afgedrukt (15-5-1922). Zowel het blad van Verviers als de nieuwe partij waren uitingen van een onbehagen, dat o.a. leefde in ondernemerskringen. De aartsbisschop van Utrecht veroordeelde het optreden van de NKP, die zich na een totaal echec bij de verkiezingen terugtrok en spoedig verdween.

Verviers ging in K.S. voort met de verbreiding van zijn op het katholieke integralisme geënte denkbeelden. In december 1922 begon de Brabantse priester Wouter Lutkie zijn medewerking onder het pseudoniem Exspectans. Jaren later (1934) heeft Verviers zich erop beroemd, dat hij reeds in K.S. fascistische denkbeelden had verkondigd, vóór van Mussolini's optreden sprake was.

Hij erkende dat Erich Wichmann en J.H. Valckenier Kips zich in dezelfde geest hadden geuit; de filosoof G.J.P.J. Bolland noemde hij niet, doch het is denkbaar dat hij diens invloed in zijn Leidse periode had ondergaan. In ieder geval, kort na 30 oktober 1922 - de dag waarop Mussolini zijn eerste kabinet vormde en regeringschef werd - bekende Verviers kleur in K.S. van 30 november, door in zijn hoofdartikel 'De fascisten' lovend over het nieuwe regiem in Italië te schrijven, al uitte hij bedenkingen tegen het geweldkarakter van het fascisme. In 'Fascisme in Nederland', verschenen in K.S. van 22 maart 1923 stelde Verviers zich de vraag of Mussolini's voorbeeld in Nederland navolging verdiende. Het feit dat hij nu hoegenaamd geen bezwaren meer opperde tegen de methoden van geweld, is een aanwijzing dat zich bij Verviers een radicaliseringsproces had voltrokken. In november 1923 publiceerde hij in zijn blad de 'Open Brief aan Hare Majesteit de Koningin', zulks naar aanleiding van de kabinetscrisis als gevolg van de verwerping der Vlootwet. Wat Verviers in feite voorstond, was een 'koninklijk bewind', met behulp van raadslieden, die boven of buiten de parlementaire partijen stonden.

Eind 1923 nam de katholieke overheid, met name mgr. Diepen, nu bisschop van 's-Hertogenbosch, een scherp afwijzende houding aan tegen K.S. en Verviers liet het predicaat 'katholiek' los. In K.S. van 22 november van dat jaar kondigde hij de stichting aan van het Genootschap voor Opbouwende Staatkunde en vanaf 3 januari 1924 verscheen als Genootschapsorgaan het weekblad Opbouwende Staatkunde (O.S.). De anonieme redactie werd een tijdlang geleid door Lutkie, terwijl Verviers' naam al spoedig uit de kolommen verdween.

Verviers scheen zich enigszins uit het openbare leven te hebben teruggetrokken, al verleende hij steun samen met vooraanstaande katholieken aan een poging van de inmiddels rooms-katholiek geworden Frederik van Eeden wiens Walden-plannen mislukt waren, om alsnog in 1923 een kolonie in Nijkerk te stichten. Maar het plan vond geen voortgang en Van Eeden liet zich in zijn Dagboek ongunstig over Verviers uit, die hij een 'handig zakenman, bankier van nature' noemt. Inderdaad begaf Verviers zich in het zakenleven, op 2 oktober 1924 zich metterwoon in Oisterwijk vestigend.

Omstreeks 1933 werd Verviers voor enige jaren lid van Musserts NSB en kreeg zitting in de Raad van Katholieken van die beweging. In december 1934 trad hij publicistisch weer naar voren als redacteur van het zich onafhankelijk aandienende maandblad Nieuw Nederland, in feite het theoretisch orgaan van de NSB. Zijn pennevruchten in dit blad misten de strakke lijn van zijn vroegere artikelen en leken nogal rancuneus. In het eerste nummer keerde hij zich in zijn 'Centralisatie en synthese in de staatkunde' tegen het staatsabsolutisme, dat hij in Nederland reeds gerealiseerd zag en gaf als uitweg het fascisme, dat volgens hem streefde naar de 'volksstaat', die niet beheerst werd door bepaalde belangengroepen, maar een synthese van het volk in zijn totaliteit was. Begin 1936 kreeg het blad een driehoofdige leiding; naast Verviers traden de NSB'ers R. van Genechten en E.J. Roskam als redacteur op. Ook nu weer moeten er spanningen in het team zijn opgetreden, want in juli 1936 trok Verviers zich terug uit de redactie.

In 1935 en 1936 was Verviers lid van een comité dat acties op touw zette tegen de directie van het Kröller-Müller-concern, dat zich in die crisisjaren zou hebben schuldig gemaakt aan 'onnodig' ontslag van een honderdtal 'oudgedienden' en aan corruptie. Uit dit comité is vermoedelijk een nieuw initiatief van Verviers voortgekomen. Een Bureau voor Economische Ordening werd in het leven geroepen; dit zou voorlichting en leiding moeten geven op de weg naar een corporatieve maatschappij. Verviers ontwikkelde in het kader van dit bureau allerlei plannen: een corporatie voor melkvoorziening, een nationaal fonds voor werkgelegenheid, een comité voor corporatieve ordening. Het is mogelijk dat uit een dezer concepten, nl. dat van het nationaal fonds voor de werkgelegenheid de Nederlandse Werkgemeenschap (NWG) op 24 juli 1936 is ontstaan, waarvan de hoofdkantoren te 's-Gravenhage en Amsterdam werden gevestigd. Verviers heeft hierin een leidende rol gespeeld. De NWG stichtte een huurdersgemeenschap, die de contribuanten woningen ter beschikking zou gaan stellen beneden de normale huurwaarde. Ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid werd eind 1937 besloten tot de inrichting van het werkkamp 'De Scheepsstal' tussen Helmond en Bakel. In 1938 werd overgegaan tot de stichting van een werkfonds, dat obligaties zou uitgeven in stukken van 100 en 500 tegen een rente van 3½ en 4%. In 1938 werd een visserijgemeenschap in het leven geroepen die zou werken onder de naam 'Werk en Vreugd'. Ze zou motorkotters op stapel doen zetten ten behoeve van werkloze vissers.

In de pers werden doen en laten van de NWG met argusogen gevolgd. Met name in de sociaal-democratische pers werd hevig geageerd tegen deze 'beweging', die immers grotendeels in handen was van NSB'ers en hun sympathisanten. Maar ook in bezettingstijd werd er, nu van nationaal-socialistische kant, tegen het NWG geschreven. In het nummer van 6-1-1941 van Het Volk werd over Verviers gezegd dat men hem niet beschouwde als een oplichter, maar als een Peer Gyntfiguur en fantast, die niettemin regelmatig vrij belangrijke bedragen aan geld binnen kreeg, waarover hij volkomen willekeurig kon beschikken. Begin 1942 verdween de NWG. In de bezettingsjaren heeft Verviers verder geen rol gespeeld, na de oorlog nauwelijks. Wat hij na 1945 over economische, sociale en religieuze wereldsituaties op schrift stelde, werd nimmer uitgegeven.

Verviers kan gerekend worden tot degenen die naar het fascisme neigden en vanuit hun antidemocratische gezindheid, uit onvrede met de veranderingen in de maatschappij, tijdelijk een onderdak bij verschillende organisaties met antidemocratische oogmerken hebben gevonden. Daarbij komt dat Verviers' geestelijke instelling wortelde in het katholieke integralisme.

P: Behalve de reeds genoemde werken, artikelen in De Economist en R.K. Middenstander, alsmede De kentering in het materialistisch denken. Eene studie over de maatschappelijke waarde der metaphysica (Oisterwijk, 1927).

L: L.M.H. Joosten, Katholieken en Fascisme in Nederland 1920-1940 (Hilversum [enz.], 1964); A.A. de Jonge, Crisis en Critiek der Democratie (Assen, [1968]); idem. Het nationaal-socialisme in Nederland... (Den Haag, [1968]); F. van Eeden, Dagboek 1878-1923. Voor het Frederik van Eeden-Genootschap uitg. en toegel. door H.W. van Tricht (Culemborg, [1971-1973], 4dln.) IV,

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1531 [Foto: Franz Ziegler].

L. Buning †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013