Siewertsz van Reesema, William Carl (1882-1949)

 
English | Nederlands

SIEWERTSZ VAN REESEMA, William Carl (1882-1949)

SIEWERTSZ VAN REESEMA, William Carl, politiek activist (Rotterdam 18-8-1882 - Moskou (Sovjetunie) 22-12-1949). Zoon van François Siewertsz van Reesema, cargadoor, en Marie Florentine Daudt, onderwijzeres. Gehuwd op 6-2-1919 met Hanna Rozenberg (1893-1943). Na echtscheiding (3-7-1925) gehuwd in 1926 met Nina Aleksandrovna Argoetinskaja-Dolgoroekaja (1900-?) Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. In 1935 werd hij staatsburger van de Sovjetunie.

Willem Siewertsz van Reesema was een telg uit een doopsgezind ondernemersgeslacht uit Rotterdam. Zijn vader was directeur van een zeetransportbedrijf; zijn in het zuiden van Duitsland geboren moeder had als onderwijzeres gewerkt. Na het overlijden van zijn vader in 1896 verhuisde zijn moeder met hem en zijn twee jaar jongere zuster Erna naar Oosterbeek, waar een zuster van zijn vader woonde. Deze tante, Elisabeth Siewertsz van Reesema, die zich als schilderes in links-artistieke kringen bewoog, zou hem - naar zijn zeggen - in aanraking hebben gebracht met het werk van Multatuli en met socialistische literatuur. De jongen vatte zo sympathie op voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP).

Na in Arnhem de middelbare school te hebben voltooid ging Siewertsz van Reesema in 1900 naar de Handelsschool in Amsterdam. Drie jaar later trad hij in dienst van een Amsterdamse zeevaartmaatschappij. Onder de indruk van de - weinig succesrijke - algemene staking tegen de 'worgwetten' van het kabinet-Kuyper in april 1903 werd hij lid van de bij het Nederlandsch Verbond van Vakvereenigingen (NVV) aangesloten Algemeene Nederlandsche Bond van Handels- en Kantoorbedienden 'Mercurius'. In 1904 ging Siewertsz van Reesema in Hamburg bij een scheepvaartmaatschappij werken. In het voorjaar van 1906 werd hij ontslagen, vanwege zijn deelname aan betogingen tegen de inperking van het kiesrecht voor arbeiders. Later zou hij verklaren in politiek opzicht te zijn geradicaliseerd door het hardhandige optreden van de Duitse politie tegen de demonstranten.

In juni 1906 keerde Siewertsz van Reesema terug naar Amsterdam, waar hij in een drukkerij ging werken - naar eigen zeggen om kennis te nemen van de leefomstandigheden van de arbeiders. Na een jaar kreeg hij een betrekking bij een boekhandel. Door de erfenis van zijn vader hoefde hij zich in financieel opzicht niet veel zorgen te maken. Hij werd lid van de SDAP en sloot zich daarbinnen aan bij de marxistische stroming, die zich afzette tegen de 'reformistische' opstelling van partijleider Pieter Jelles Troelstra. Toen in februari 1909 een groot deel van deze linkervleugel de SDAP verliet en de Sociaal-Democratische Partij (SDP) oprichtte, ging Siewertsz van Reesema mee. Hij raakte persoonlijk bevriend met partijleider David Wijnkoop en werkte jarenlang nauw met hem samen in het bestuur van de SDP-afdeling Amsterdam. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in de zomer van 1914 kwam het tot een volledige breuk tussen beiden, die nooit meer zou helen. De SDP-leiding koos de zijde van de geallieerden, in de overtuiging dat een Duitse nederlaag de revolutie zou bevorderen. Deze opstelling liet zich volgens Siewertsz van Reesema niet rijmen met het tot dusverre door de SDP beleden internationalisme, dat beide oorlogvoerende partijen als imperialistisch beschouwde.

Eind 1914 verliet Siewertsz van Reesema - die zich in de partij vaak 'Siewertsz' noemde - de SDP. Hij trad weer toe tot de SDAP om de radicale, maar kleine oppositie te steunen tegen de gematigde Troelstra. Hij werd ook lid van het in mei 1915 opgerichte Revolutionair Socialistisch Verbond (RSV), dat onder voorzitterschap van Henriette Roland Holst zijn pijlen vooral op de SDAP richtte. Een jaar later ging de RSV - met Siewertsz van Reesema - op in de SDP. Met zijn argwanende inborst en zijn geneigdheid tot manipulatie pakte hij de strijd tegen aartsvijand Wijnkoop onmiddellijk weer op. Hij schaarde zich bij het verzet tegen de 'opportunistische' partijleiding, die onder meer te veel zou vertrouwen op de parlementaire strategie, zo schreef hij in zijn brochure De taak der Revolutionaire Socialisten. Een waarschuwing tegen de parlementaire illusie (1918). Van Reesema gaf mede leiding aan de minuscule Socialistische Propagandavereeniging 'Linkerzijde van Zimmerwald' en werd in juni 1918 redacteur van het oppositionele periodiek De Internationale. Orgaan voor onafhankelijke socialistische arbeiders-politiek. In 1919 gingen vereniging en blad al weer ten onder.

Onder invloed van de communistische machtsovername in Rusland doopte de SDP zich in 1918 om tot Communistische Partij in Nederland (CPN). De CPN decreteerde dat haar leden zich moesten inschrijven bij het syndicalistische Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS) in plaats van bij de sociaal-democratische vakcentrale NVV. Siewertsz van Reesema - die zichzelf in deze periode steeds meer als 'Van Reesema' aanduidde, ongetwijfeld omdat dit minder elitair klonk - was in 1919 betrokken bij de totstandkoming van de marginale Nederlandsche Federatie van Handels-, Kantoor- en Technisch Personeel, die zich bij het NAS aansloot. Hij zou tot 1924 voorzitter zijn, en daarmee qualitate qua lid van het bestuur van het NAS.

In februari 1919 trouwde Van Reesema met de elf jaar jongere, in Leeuwarden geboren Hanna Rozenberg. Zij was onderwijzeres in Stiens en actief in de Bond van Nederlandsche Onderwijzers. In 1915 had zij zich in Amsterdam gevestigd, waar zij mogelijk Van Reesema heeft ontmoet. Ten tijde van hun huwelijk trad zij toe tot de CPN. Zij werd onder meer secretaris van de Kommunistische Onderwijzers Vereeniging en van de Revolutionaire Vrouwenbond.

Na de Oktoberrevolutie had Van Reesema zijn blik op Sovjet-Rusland gericht. Hij vertaalde enkele brochures van bolsjewiekenleider Lenin uit het Duits, en het manifest van de in 1919 in Moskou opgerichte Communistische (of Derde) Internationale (Comintern), waarvan ook de CPN lid werd. Als secretaris van de vakverenigingscommissie van de CPN stond hij in betrekking met de in 1921 eveneens in Moskou opgerichte Roode Vakbewegings Internationale (RVI). Eind 1922 ontnam partijvoorzitter Wijnkoop hem deze post, omdat hij buiten de CPN-leiding om contact onderhield met de RVI.

In de CPN nam de weerstand tegen de als 'autocratisch' en in politiek opzicht 'opportunistisch' beschouwde partijleiding toe, wat in maart 1923 - mede door toedoen van Van Reesema - leidde tot de vorming van het Comité voor de Derde Internationale. Samen met de latere sociaal-democratische denker Jacques de Kadt werd hij als vertegenwoordiger van de oppositie in Moskou ontboden, waar de Comintern zich over het conflict in de CPN boog. In de zomer van 1924 woonde hij in de Sovjet-hoofdstad de congressen van de Comintern en de RVI bij. Hier werd opnieuw de aanhoudende partijstrijd besproken. Na zijn terugkeer in Amsterdam verschafte Van Reesema de Comintern op nogal suggestieve wijze inlichtingen over de hoofdrolspelers in het partijconflict. Daarbij maakte hij van de gelegenheid gebruik om te dingen naar een functie in het Comintern-apparaat.

Moskou zag in dat Van Reesema's optreden niet bijdroeg tot de oplossing van de problemen in de CPN. Op uitnodiging van de Comintern vertrok hij in december 1924 weer naar de Sovjetunie, waar hij tot zijn dood zou blijven. Hij ontmoette er de achttien jaar jongere Nina Argoetinskaja-Dolgoroekaja - dochter van de voormalige vorst Aleksandr Michajlovitsj Argoetinski-Dolgoroeki - met wie hij na zijn scheiding van Rozenberg huwde. In 1934 werd uit dit huwelijk een zoon, Jan Willem, geboren.

In Moskou trad Van Reesema in 1925 toe tot de Communistische Partij van de Sovjetunie. Hij werd tot secretaris benoemd van het zogeheten Aktionskomitee van de Comintern en de RVI. Na de opheffing van dit orgaan werd hij in november 1925 referent van de Informations-Abteilung voor Nederland, België, Zuid-Afrika en Indonesië. Van 1928 tot 1933 was hij beheerder van de bibliotheek van de Comintern. Daarna was hij tot 1935 referent voor Nederlands-Indië van de Ost-Abteilung. In de herfst van 1932 was Van Reesema tevens redacteur geworden bij de Verlagsgenossenschaft ausländischer Arbeiter in der UdSSR, één van de uitgeverijen van de Comintern. Dit werk zou hij tot 1945 verrichten. Hoofdzakelijk met Alexander Salomon de Leeuw redigeerde en annoteerde hij de Nederlandse vertaling van de belangrijkste publicaties van Lenin. Deze verschenen als Verzamelde werken in twaalf delen in de jaren 1936-1939 bij CPN-uitgeverij 'Pegasus' in Amsterdam. Als gevolg van de Duitse bezetting zou de reeks echter onvoltooid blijven. Daarnaast vertaalde Van Reesema zelf onder meer de grondwet van de Sovjetunie van 1936 en werken van Stalin in het Nederlands.

In de tweede helft van de jaren twintig was Van Reesema in Moskou nauw betrokken bij het bepalen van het beleid van de Comintern ten aanzien van de CPN. Als regel nam hij deel aan vergaderingen van het Mitteleuropäisches Ländersekretariat waarop de Nederlandse partij aan de orde kwam. Overwegend aan de hand van zijn rapporten nam de Cominternleiding beslissingen, die dan vaak weer door hem moesten worden uitgewerkt. Door deze werkwijze was Van Reesema in de gelegenheid binnen de CPN een persoonlijke tegenstander als Wijnkoop zwart te maken en een favoriet als Daan Goulooze - secretaris van de Communistische Jeugdbond 'De Zaaier' - te pousseren.

In de jaren dertig, toen de CPN zelf partijvertegenwoordigers naar Moskou zond, werd Van Reesema's sleutelpositie aangetast; ook omdat hij steeds dover werd als gevolg van de ziekte van Menière en geen vergaderingen meer kon bijwonen. Wel bleef hij door zijn kennis van de politieke verhoudingen in Moskou een spilfunctie vervullen binnen de (wisselende) Nederlandse communistische gemeenschap in de Sovjetunie. Van Reesema, die zich vierkant achter Stalin opstelde, schroomde echter niet informatie over diegenen die in zijn ogen van de juiste politieke lijn afweken, door te geven aan de Comintern en - voor zover bekend - in enkele gevallen ook aan de veiligheidsdiensten van de Sovjetunie. Zo maakte hij ingenieur Dirk Schermerhorn verdacht, die in november 1937, tijdens de door Stalin geëntameerde Grote Terreur, zou worden geëxecuteerd. Zelf vreesde Van Reesema - sinds 1935 staatsburger van de Sovjetunie - ook te worden opgepakt, maar hij overleefde alle zuiveringen van de Comintern en overleed in 1949 in Moskou op 67-jarige leefijd.

Willem Siewertsz van Reesema was een intelligente, ontwikkelde man, die, hoewel zelf afkomstig uit de 'bezittende klasse', koos voor de zaak van het 'proletariaat'. Toen hij in de Sovjetunie woonde, schonk hij de erfenis van zijn moeder - naar eigen zeggen zo'n vijftigduizend gulden - aan de CPN. Wantrouwig en achterdochtig van aard, vertoonde hij een bijna permanente neiging in de contramine te gaan, waardoor hij velen van zich afstootte. Binnen de vele politieke partijen en verenigingen waarvan hij tijdens zijn leven deel uitmaakte, was Van Reesema vrijwel continu betrokken bij interne oppositie. 'Hij was aan het intrigeren verslaafd zoals anderen aan de drank', aldus Jacques de Kadt (Uit mijn communistentijd (1965) 248).

A: Kaderdossier-Van Reesema (495/244/558) in het Russisch Staatsarchief voor Sociaal-Politieke Geschiedenis te Moskou.

P: Naast de in de tekst genoemde publicaties artikelen in De Tribune en Internationale Presse-Korrespondenz.

L: Hans Olink, De vermoorde droom. Drie Nederlandse idealisten in Sovjet-Rusland (Amsterdam 1993); Gerrit Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale, 1919-1930 (Amsterdam [etc.] 2001); Laura van Hasselt en Gerda Jansen Hendriks, 'De spin in het web van hotel Lux', in Andere Tijden. Onder red. van Ad van Liempt (Amsterdam [etc.] 2001) 115-125.

G. Voerman


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013