Machteld van Brabant (ca. 1200-1267)

 
English | Nederlands

MACHTELD hertogin van BRABANT (geb. ca. 1200 – gest. 22-12-1267), door haar huwelijk gravin van Holland. Dochter van Hendrik I, hertog van Brabant (1165-1235) en Machteld van Boulogne (gest. 1210/11). Machteld van Brabant trouwde (1) in 1212 met Hendrik II, keurvorst van de Palts (gest. 1214); (2) in 1224 met Floris IV, graaf van Holland (1210-1234) met wie zij sinds 1214 verloofd was. Uit huwelijk (2) werden 5 of 6 kinderen geboren.

Na het overlijden van haar tweede echtgenoot Floris, liet Machteld zich als voogdes van haar minderjarige zoon Willem door gravin Johanna van Vlaanderen met Zeeland bewester Schelde belenen. Deze poging van Machteld om regentes over Zeeland te worden was echter een politiek omstreden zaak, omdat de graven van Holland juist af wilden van de leenband met Vlaanderen over Zeeland bewester Schelde, en zeker ook van het met de gravin van Vlaanderen gedeelde gezag over Zeeland. Als tegenspeler van Machteld opereerde haar zwager Willem, de broer van Floris, die de voogdij over Holland naar zich toetrok. Hij nam het huwelijksgoed van Machteld in Monster, Maasland, Lier en Zoutevenen in beslag. Al in 1235 moest Machteld dan ook afstand doen van de voogdij over Zeeland, in ruil voor teruggave van haar huwelijksgoed.

Na het overlijden van Willem, drie jaar later, was het een andere zwager, Otto, bisschop-elect van Utrecht, die de voogdij overnam. Zodra haar zoon echter meerderjarig was en in 1239 als graaf Willem II het heft in handen kreeg, trad Machteld regelmatig in zijn omgeving op. Zij bezegelde zijn eerste oorkonden en trad later als getuige bij zijn oorkonden op, of was als interveniënt betrokken bij de totstandkoming ervan. Toen Willem op 29-jarige leeftijd overleed, liet hij net als zijn vader een minderjarige opvolger na: Floris V (1254-1296). Machtelds andere zoon, Floris ‘de Voogd’, en haar dochter, Aleid van Holland, fungeerden als voogden van de jonge Floris.

Religieuze activiteiten

Er is een aantal religieuze stichtingen aan Machteld toe te schrijven. Soms verrichtte ze die alleen, soms samen met haar echtgenoot of zoon. Zo stichtte zij in 1230 samen met haar man het eerste cisterciënzerinnenklooster in Holland, in Loosduinen. Verder was ze verantwoordelijk voor de oprichting van het begijnhof in ’s-Gravenzande. Haar zoon, graaf Willem II, en haar dochters Aleid van Holland en Margaretha van Henneberg begunstigden dit begijnhof eveneens.

Machteld resideerde vaak in ’s-Gravenzande en had daar vermoedelijk een woning. Zij liet er de parochiekerk bouwen en waarschijnlijk tevens het gasthuis. Ze zorgde er bovendien voor dat deze plaats het stadsrecht kreeg. Zowel Machteld als haar zoon deed schenkingen aan het Haarlemse karmelietenklooster. De laatste trad ook op als begunstiger en wellicht ook stichter van diverse begijnhoven, en als stichter en begunstiger van bedelordekloosters. Zo ontstond er, mogelijk mede door Machtelds invloed, een band tussen bedelordekloosters en begijnhoven en de graven van Holland en Zeeland.

Uit overgeleverde anekdotes valt op te maken dat Machteld van Brabant nauw betrokken was bij religieuze zaken. Volgens een latere overlevering kreeg Machteld van haar vrome Brabantse schoonzuster Sophia twee Mariabeelden. Deze Sophia had ze weer van haar moeder gekregen, de in 1235 heilig verklaarde Elisabeth van Hongarije, weduwe van de landgraaf van Thüringen. Een van deze beelden schonk Machteld op haar beurt aan de parochiekerk in ’s-Gravenzande. Het andere zou ze aan het karmelietenklooster in Haarlem geschonken hebben. Dit verhaal illustreert enerzijds Machtelds blijvende connecties met het Brabantse hof, via het contact met haar schoonzuster, maar anderzijds ook Machtelds persoonlijke vroomheid, die zich onder meer uitte in haar affiniteit met de bedelorden.

Machteld trof in 1244 voorzieningen voor het geval zij in Brabant zou komen te overlijden – waar ze dus blijkbaar op dat moment verbleef – en zij heeft, zeer waarschijnlijk ook in Brabant, contact gehad met de dominicaan Thomas van Cantimpré, kroniekschrijver van de religieuze vrouwenbeweging. Hij tekende uit haar mond een anekdote op waaruit blijkt dat Machteld in 1253 een slagveld op Walcheren had bezocht, waar een Vlaams invasieleger tegen Hollandse en Zeeuwse troepen had gestreden. Zij zocht daar, samen met twee predikheren, naar gewonden of stervenden om hen te verzorgen of bij hun sterven bij te staan.

Machteld van Brabant overleed in 1267 en werd begraven in het cisterciënzerinnenklooster in Loosduinen. De schrijver Melis Stoke meldt slechts over haar dat ze haar hele leven eervol leefde en zeer deugdzaam was.

Naslagwerken

Van der Aa; Cordfunke; Dek Holl.; NNBW.

Literatuur

  • P.A. Henderikx, De oudste bedelordekloosters in het graafschap Holland en Zeeland. Het ontstaan van bedelordekloosters voor ca. 1310 te Dordrecht, Middelburg, Zierikzee en Haarlem, alsmede enige aspecten van de plaats van deze kloosters in het stedelijke leven en daarbuiten gedurende de Middeleeuwen (Dordrecht 1977).
  • F.W.J. Koorn, Begijnhoven in Holland en Zeeland gedurende de Middeleeuwen (Assen 1981).
  • Florence W.J. Koorn, ‘De graven van Holland en Zeeland en de begijnenbeweging’, Spiegel Historiael 18 (1983) 438-443.
  • F.W.J. Koorn, ‘Van coniunx naar comitissa. Een onderzoek naar de positie van de gravinnen van het Hollandse huis’, in: C.M. Cappon e.a. red., Ad fontes. Opstellen aangeboden aan prof. dr. C. van de Kieft ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar in de middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam (Amsterdam 1984) 153-166.

 

Illustratie

Zegel van Machteld, gravin-weduwe van Holland. Corpus Sigillorum Neerlandicorum. De Nederlandsche zegels tot 1300, 2 delen (’s-Gravenhage 1937-1940) 516.

Auteur: Florence W.J. Koorn

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 12

laatst gewijzigd: 14/09/2015