Westerdijk, Johanna (1883-1961)

 
English | Nederlands

WESTERDIJK, Johanna (geb. Nieuwer-Amstel 4-1-1883 – gest. Baarn 15-11-1961), plantenziektekundige en eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Dochter van Bernard Westerdijk (1853-1927), arts, en Aleida Catharina Scheffer (1857-1931). Johanna Westerdijk bleef ongehuwd.

Johanna Westerdijk groeide op als oudste van drie kinderen in een gegoed, intellectueel en kunstzinnig artsengezin in Nieuwer-Amstel. Zelf was ze een begaafd pianiste. Als toehoorster volgde ze lessen aan de Amsterdamse meisjes-hbs, maar ze deed nooit eindexamen. Wel volgde ze opnieuw als toehoorster colleges biologie aan de Universiteit van Amsterdam. In het laboratorium van Hugo de Vries werd zij onder leiding van diens assistent C.J.J. van Hall ingewijd in een toen nieuwe wetenschappelijke richting: de fytopathologie (plantenziektekunde). Nadat ze in 1904 haar mo-akte plant- en dierkunde (K-IV) had gehaald, werd ze fytopathologisch onderzoekster bij de hoogleraren K. Göbel (München) en H. Schinz (Zürich). Bij deze laatste promoveerde ze in 1906 op de regeneratie van levermossen.

Een eigen instituut

Johanna Westerdijk werd in datzelfde jaar 1906 – slechts 23 jaar oud – directrice van het Phytopathologisch Laboratorium Willie Commelin Scholten, gevestigd in een woonhuis aan de Amsterdamse Roemer Visscherstraat. Pragmatisch als ze was, wist ze dit laboratorium uit te bouwen tot een vooraanstaande wetenschappelijke onderzoeksinstelling. In 1907 kwam het in 1903 gestichte Centraal Bureau voor Schimmelcultures erbij. Onder Westerdijks leiding werd het Bureau met 11.000 soorten al snel de grootste schimmelcollectie ter wereld. Haar laboratorium dreef dan ook voornamelijk op inkomsten uit de verkoop van schimmels.

In 1913 ging Johanna Westerdijk op studiereis naar Nederlands-Indië om zich te verdiepen in ziektes van tropische cultuurgewassen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog dwong haar via Japan en de Verenigde Staten terug te reizen. In de VS hield ze voordrachten die zeer de aandacht trokken. Zo bouwde zij uitstekende internationale contacten op. In 1917 werd ze buitengewoon hoogleraar in de fytopathologie in Utrecht – en de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland. Westerdijk wist het bestuur zover te krijgen om voor haar krap behuisde instituut het landhuis Java in Baarn aan te kopen, vlak bij het Cantonspark, dat kort daarvoor als botanische tuin aan de Utrechtse universiteit was geschonken. In 1920 vond de verhuizing plaats. Het betrekken van dit gebouw, met moestuin en kassen, was een van de hoogtepunten in Westerdijks carrière, en een grote stimulans voor het onderzoek. De eerste promotie onder haar leiding was in 1922. Allengs toonden ook biologiestudenten van andere universiteiten belangstelling voor de fytopathologie. Zo werd  Westerdijk in 1930 ook aan de Universiteit van Amsterdam buitengewoon hoogleraar. Verder was ze mede-oprichtster van de Nederlandse Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding en was ze actief in de International Federation of University Women. Op het congres van 1932 werd ze gekozen tot presidente van de Federation, waarbij haar ruime talenkennis haar goed van pas kwam.

Omdat haar ogen achteruitgingen, moest Westerdijk steeds meer werk overlaten aan haar medewerkers, maar ze bleef een formidabel organisatrice die haar schimmelcultures met kunst- en vliegwerk door de oorlogsjaren loodste door onder meer tijdig een noodvoorraad agar-agar (een kweekmedium) aan te leggen. Vanwege haar wetenschappelijke verdiensten werd ze in 1951 benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Ze kreeg eredoctoraten in Uppsala (1957) en Giessen (1958). Toen Westerdijk in 1952 haar ambt neerlegde, kon ze terugzien op 56 promoties. Na haar afscheid beheerde ze nog tot 1958 de schimmelcultures. Johanna Westerdijk stierf in november 1961, 78 jaar oud.

Reputatie

Johanna Westerdijk was de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland. In haar vakgebied was ze jarenlang internationaal toonaangevend. Omdat onder haar leiding veel onderzoek is verricht naar de iepziekte heet deze in het Engels ‘Dutch elm disease’. Westerdijk stond bekend als gastvrij, muzikaal en een groot liefhebster van feestjes. Boven de deur van het laboratorium hing de tekst ‘werken en feesten vormt schoone geesten’. Bij gelegenheid gingen alle tafels aan de kant en kroop ze achter de piano om jordaanliedjes te zingen of andere muziek te maken. Volgens V.J. Koningsberger was ze ‘iemand van een onverstoorbare levensblijheid, ontembare energie en meeslepend enthousiasme, misschien soms wat overmoedig in haar afkeer van zinloze conventie en deftigdoenerij’ (308). Ook had ze veel oog voor verborgen talent: met haar enthousiasme wist ze middelmatige studenten op onverwacht hoog niveau te brengen.

Onder de titel Een beetje opstandigheid publiceerde wetenschapshistorica Patricia Faasse in 2012 een biografie over Johanna Westerdijk. In 2017 vieren universiteiten en wetenschapsorganisaties het Westerdijkjaar met activiteiten en initiatieven rondom vrouwen in de wetenschap en de ontwikkeling van het vakgebied fytopathologie.

Naslagwerken

BWN.

Publicaties

Onvolledige bibliografie in Löhnis, Johanna Westerdijk.

 Literatuur

  • Vakblad voor Biologen 12 (1931) 125-156 [themanummer].
  • Tijdschrift over Plantenziekten 58 (1952) nr. 6, 199-268 [themanummer].  
  • V.J. Koningsberger, ‘Levensbericht van Johanna Westerdijk’, Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1961/62) 305-311.
  • M.P. Löhnis, [necrologie], Mededelingen van de Nederlandse Vereniging van Vrouwen met een Academische Opleiding 28 (1962) nr. 1, 9-11.
  • M.P. Löhnis, Johanna Westerdijk, een markante persoonlijkheid (Wageningen 1963).
  • M. Bosch, Het geslacht van de wetenschap: vrouwen en hoger onderwijs in Nederland 1878-1948 (Amsterdam 1994).
  • H. Jamin, Zes keer zestig: 360 jaar universitaire geschiedenis in zes biografieën (Utrecht 1996).
  • Nederlands Dagblad, 30-12-2011.
  • Patricia Faasse, Een beetje opstandigheid. Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland (Amsterdam 2012).

Illustratie

Portret, door Arie Schippers, 2011 (Universiteitsmuseum Utrecht).

Auteur: Redactie (met dank aan Patricia Faasse)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 851

laatst gewijzigd: 18/11/2016