Biografisch Woordenboek van Nederland: 1780-1830

 
English | Nederlands

SUCHTELEN, Jan Pieter graaf van (bij Russisch keizerlijk decreet van 6/18-9-1812 verheven in de adelstand van het groothertogdom Finland met de titel van baron; bij Russisch keizerlijk decreet van 22-1 / 2-2-1822 verheven tot graaf van Liikkala in het groothertogdom Finland), legerofficier, diplomaat en verzamelaar (Grave 2-8-1751 - Stockholm (Zweden) 18-1-1836). Zoon van Cornelis van Suchtelen, militair ingenieur, en van Theodora Emila van Cattenburgh. Gehuwd op 18-7-1779 met Amarentia Wilhelmina Hartingh (1756-1801). Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 4 dochters geboren, van wie 1 dochter en 2 zoons jong overleden.

Jan Pieter van Suchtelen werd geboren in het garnizoensstadje Grave aan de Maas als zoon van een majoor-ingenieur in het Staatse leger. De taak van de militaire ingenieurs bestond uit het inspecteren en ontwerpen van vesting-, belegerings- en inundatiewerken en het leiding geven aan bouw- en herstelwerkzaamheden. Jan Pieter had een oudere zuster - twee andere zusjes stierven elk kort na de geboorte - en twee jongere broers.

Al op achtjarige leeftijd, in 1759, werd Jan Pieter naar Groningen gestuurd om daar de Latijnse school te volgen. Aan de universiteit aldaar bestond namelijk een beroepsopleiding tot militair ingenieur. Jan Pieter verliet Groningen echter al in 1765. Zijn vorming als militair ingenieur zou hij voor een deel in eigen familie krijgen en wel in Sluis, waarheen Van Suchtelen senior twee jaar eerder in de rang van grootmajoor was overgeplaatst. Laatstgenoemde onderrichtte zijn zoon in de wiskunde, en in het gezelschap van zijn oom Rochus - die eveneens diende bij het Korps Ingenieurs - maakte hij een wetenschappelijke reis naar Frankrijk en Zwitserland, waar onder meer de vestingwerken werden bezocht.

In januari 1768 werd Van Suchtelen, zestien jaar oud, aangesteld als extra-ordinair ingenieur (: tweede luitenant) bij het Korps Ingenieurs. In 1774 volgde zijn aanstelling als adjudant van generaal-majoor Carel Diederik Dumoulin, die zich sterk beijverde om het wetenschappelijk peil van het korps te verhogen en het vestingstelsel aan de landsgrenzen te verbeteren. In 1779 - het jaar van zijn bevordering tot kapitein - trouwde Van Suchtelen met Ammetje Hartingh. Het echtpaar woonde in Den Haag, waar hij - zoals zo veel legerofficieren - lid was van de vrijmetselaarsloge ‘L’Union Royale’.

In 1783 verliet Van Suchtelen - met als eindrang luitenant-kolonel - het Staatse leger en vertrok naar Rusland, waar keizerin Catharina II gekwalificeerde ingenieurs zocht voor de verbetering van de militaire en civiele infrastructuur. Mogelijk ging hij daarheen op aansporing van Dumoulin, die een aan hem gerichte uitnodiging doorschoof naar zijn adjudant. Hierbij zal een rol hebben gespeeld dat het carrièreperspectief voor militair ingenieurs in het Staatse leger niet erg groot was. Van Suchtelen besloot het avontuur aan te gaan, en in hetzelfde jaar vertrokken nog drie andere militair ingenieurs naar Rusland: Maurits Anne VerHuell, Jan Falconi en Jacob Eduard de Witte.

De eerste jaren in Rusland waren, vooral in financieel opzicht, niet gemakkelijk voor Van Suchtelen en zijn gezin dat hem spoedig was nagereisd. Al snel begon echter een succesrijke carrière voor ‘Pjotr Kornilovitch’, zoals zijn bij indiensttreding gerussificeerde voornaam luidde. De eerste twee jaar was hij werkzaam in Sint-Petersburg. In mei 1785 kreeg hij een aanstelling bij het garnizoen in de marinehaven Kronstadt, zo’n 50 kilometer buiten de hoofdstad. Een jaar later bevorderd tot kolonel volgde een opdracht die hem nog verder van huis zou brengen. In Noord-Rusland moest hij leiding geven aan het graven van het Catharinakanaal, dat de rivieren de Dwina en de Kama - en daarmee het stroomgebied van de Witte Zee en dat van de Kaspische Zee - met elkaar moest verbinden. In de Russisch-Zweedse Oorlog (1788-1790) raakte hij tijdens de strijd in Finland door een kogel gewond. Als beloning voor zijn aandeel in de strijd werd hij in 1789 niet alleen bevorderd tot generaal-majoor, maar kreeg hij van de tsarina ook een landgoed ten geschenke van 300 mannelijke zielen in het gouvernement van Wiborg aan de Finse Golf.

In 1792-1793 keerde Van Suchtelen met zijn vrouw voor enige tijd terug naar de Republiek der Verenigde Nederlanden, waar hij zijn familie, zijn leermeester Dumoulin en zijn vrienden en kennissen terugzag. Terug in Rusland werd hij naar Polen gestuurd om er de vestingwerken te inspecteren. Hij raakte gewond tijdens de Opstand van Warschau in april 1794 en bleef er gevangen tot de komst van de Russische troepen. Vervolgens kreeg hij de opdracht een inspectietocht te maken langs alle Russische vestingwerken van Witte Zee tot Zwarte Zee. Daarmee waren enkele jaren, van 1795 tot 1797, gemoeid. Inmiddels was Catharina begin november 1796 opgevolgd door haar zoon Paul I. De nieuwe tsaar benoemde Van Suchtelen - sinds 1797 luitenant-generaal - op 12 juli 1799 tot generaal en chef. Hij werd naar Kiev en vervolgens naar Riga gestuurd als bevelhebber van de genie.

Toen Alexander I zijn vader in 1801 als tsaar opvolgde, riep hij Van Suchtelen terug naar Sint-Petersburg en benoemde hem tot kwartiermeester-generaal. In deze belangrijke functie kon hij zijn plannen tot reorganisatie van het leger doorvoeren. Tevens werd hij aangesteld als directeur van het Cartografisch Instituut en tot inspecteur van het Werk der Ingenieurs. Van Suchtelen, die sinds mei 1801 weduwnaar was, kreeg als woning een gedeelte van het Michaelpaleis toegewezen. Hij vertoefde deze jaren in de kring van intimi van Alexander I. In diens nabijheid maakte hij op 2 december 1805 de slag bij Austerlitz mee, waar de Russen en Oostenrijkers door Napoleon verpletterend werden verslagen.

In februari 1808 begon de zogeheten Finse Oorlog, waarbij Rusland Zweden aanviel. De veldtocht was voorbereid door Van Suchtelen als kwartiermeester-generaal. Hij leidde in mei 1808 het beleg van de onneembaar geachte Zweedse eilandvesting Sveaborg, gelegen voor de haven van Helsinki, en het gelukte hem deze te veroveren, zonder dat het tot een treffen kwam. De overwinning op de Zweden - die tot gevolg had dat Finland overging naar Rusland, waarbinnen het sindsdien een autonoom groothertogdom vormde - versterkte het gezag en de positie van Van Suchtelen. In 1812 verhief de tsaar hem tot baron van het nieuwverworven groothertogdom Finland; in 1822 werd hij hier graaf van Liikkala.

Intussen had Alexander I hem in 1809 benoemd tot ambassadeur voor Rusland in Zweden. Aanvankelijk werd hij in Stockholm vijandig benaderd, omdat hij het land kort tevoren zo’n smadelijke nederlaag had toegebracht. Hij won echter snel vertrouwen en sympathie en raakte er bevriend met kroonprins Jean-Baptiste Bernadotte, vanaf 1818 koning Karel XIV Johan. Drie jaar later werden de vijanden van weleer zelfs bondgenoten tegen Frankrijk door het geheime verdrag van Sint-Petersburg van april 1812.

Toen Napoleons leger, na de rampzalig verlopen Russische veldtocht, langzaam maar zeker uit Duitsland werd verdreven, reisde Van Suchtelen, als hoofd van de Russische missie bij het Zweedse hoofdkwartier, in het voorjaar van 1813 met Bernadotte mee naar Berlijn. Daar werd hij onder meer ontvangen door de Oranjefamilie in ballingschap. Vanuit de Pruisische hoofdstad ging Van Suchtelen naar Leipzig, waar hij naast Alexander I en Bernadotte aanwezig was bij grote geallieerde overwinning op Napoleons troepen in de zogeheten Volkerenslag (16-19 oktober 1813). Bij die gelegenheid werd er een paard onder hem doodgeschoten. In het gevolg van de tsaar trok hij op 31 maart 1814 Parijs binnen en reisde daarna mee naar Brussel en de Noordelijke Nederlanden.

Van Suchtelen keerde terug naar Stockholm, waar hij als ambassadeur van Rusland tot aan zijn dood bleef wonen; in de winter in de Russische ambassade aan de Drottninggatan in het centrum van de stad en in de zomer in zijn buiten ‘Villa Beylon’, enkele kilometers ten noorden van de Zweedse hoofdstad. In de winter ontving hij ’s woensdags diplomaten en politici en ’s zaterdags geleerden en kunstenaars, door hem ‘la journée des savans’ (: de geleerdendag) genoemd. ’s Zomers bekommerde Van Suchtelen zich om zijn tuinen en menagerie bij ‘Villa Beylon’. In het levensbericht dat de Algemeene Konst-en Letterbode na zijn dood publiceerde, werd zijn buitenverblijf als volgt beschreven: ‘Hij had zich daar, om zoo te spreken, een klein Holland gevormd. Partijen tulpen, hiacinten en andere bolgewassen van verschillenden bloeitijd bragten hem zijn geboortegrond voor den geest. [...] Het verheugde den ouden man ook zeer de levende dieren en vogelen, die hij er had, te zien en zelf te voeden. Dat alles stond open voor het publiek en werd vooral ’s zondags drok bezocht, hetwelk den eigenaar zeer behaagde’ (34 (1836) 259).

In de jaren dat Van Suchtelen in Stockholm woonde - en vooral toen na de Napoleontische oorlogen de rust in Europa was teruggekeerd - had hij tijd zich te wijden aan zijn verzamelingen van boeken en handschriften, autografen en munten, schilderijen en tekeningen. Zijn hele leven was hij collectioneur geweest, waarbij hij zich als een ware homo universalis niet beperkte in zijn keuzes. De door Van Suchtelen opgebouwde bibliotheek was encyclopedisch van aard, alle onderwerpen waren vertegenwoordigd. Daarnaast verzamelde hij als bibliofiel bijzondere uitgaven zoals incunabelen en de edities van vooraanstaande drukkers. Bij zijn dood telde de bibliotheek in Stockholm meer dan 26.000 boeken, daarnaast was er een omvangrijke collectie in Sint-Petersburg achtergebleven. De boeken die aan Van Suchtelen hebben toebehoord, zijn te herkennen aan zijn ex libris, bestaande uit zijn wapen en de spreuk ‘Aequa Mente’ (: Gelijkmoedig van geest). Één onderdeel uit Van Suchtelens boekerij kwam niet in Sint-Petersburg terecht, te weten zijn omvangrijke collectie van ongeveer 30.000 academische geschriften: dissertaties, oraties en disputaties. Deze werden na de dood van Van Suchtelen aan de Universiteitsbibliotheek van Helsinki geschonken, waarvan het boekenbezit in 1827 geheel was verbrand.

Ook de 260 handschriften die Van Suchtelen had verzameld, zijn in de Nationale Bibliotheek van Rusland te Sint-Petersburg terechtgekomen. Daarnaast is er de bijzonder omvangrijke autografencollectie van in totaal 13.000 dossiers, eveneens bewaard in de handschriftenafdeling van de Petersburgse bibliotheek. In beide handschriftencollecties zijn ook documenten van Van Suchtelen zelf opgenomen. Verder verzamelde hij munten, gravures, tekeningen en schilderijen. Zijn muntenkabinet telde ongeveer 11.000 stuks en zijn collectie gravures zo’n 5.000 exemplaren.

Jan Pieter van Suchtelen overleed in Stockholm in 1836 op 85-jarige leeftijd. Zijn leven speelde zich af in drie landen. Zijn jeugd- en vormingsjaren bracht hij door in de Republiek. Daarna hielp hij in de kracht van zijn leven de tsaren Catharina de Grote, Paul I en Alexander I bij de modernisering van Rusland door zijn bijdrage aan de bouw van vestingwerken en waterbouwkundige werken. In de oorlogen die dit land voerde, was Van Suchtelen de generaal die besluitvaardig, maar zonder veel machtsvertoon zijn plan trok. Als Russisch ambassadeur in Zweden was hij de rustige diplomaat die de geschillen tussen de beide landen wist bij te leggen, mede als gevolg van de Russische overwinning bij Sveaborg in 1808, waarin hijzelf een beslissende rol had gespeeld. Zijn leven lang was Van Suchtelen een homo universalis met een zeer brede belangstelling in wetenschap en kunst en die verschillende verzamelingen aanlegde en ook anderen genereus in zijn kennis liet delen.

Archivalia:

  • Persoonlijk archief van Jan Pieter van Suchtelen in het Centraal Staats Krijgshistorisch Archief (fonds 93, opus 1) te Moskou (Rusland).
  • De autografencollectie van Jan Pieter van Suchtelen in de Nationale Openbare Bibliotheek van Rusland (Afdeling Westerse handschriften, fonds 993) te Sint-Petersburg (Rusland).

Literatuur:

Portret:

Schilderij (1823-1825) door George Dawe (detail); Eregalerij van generaals uit de Vaderlandse Oorlog van 1812 in de Hermitage te Sint-Petersburg (Rusland).

Otto S. Lankhorst

laatst gewijzigd: 12/11/2013