Aalders, Gerhard Charles (1880-1961)

 
English | Nederlands

AALDERS, Gerhard Charles (1880-1961)

Aalders, Gerhard Charles, hoogleraar oudtestamentische vakken aan de Vrije Universiteit (Londen 25-3-1880 - Heemstede 30-1-1961). Zoon van Gerhard Jan Daniel Aalders, zakenman, later predikant bij de Gereformeerde Kerken in Nederland, en Mary Ann Elizabeth Davis. Gehuwd op 25-9-1903 met Jeannetta Maria Westerink. Zij hadden 3 zoons en 1 dochter. afbeelding van Aalders, Gerhard Charles

Na zijn gymnasiale opleiding te Kampen en Gouda studeerde Aalders van 1897 tot 1903 aan de Vrije Universiteit theologie en klassieke letteren. Vrijwel alle examens legde hij af met het predikaat magna cum laude, waarna zijn promotie cum laude volgde op 27 januari 1911 bij prof. C. van Gelderen op het proefschrift De valsche profetie in Israël (Wageningen, 1911). Op 18 oktober 1903 werd hij predikant bij de Gereformeerde Kerken te Tzummarum (Friesland) en op 1 oktober 1911 te Ermelo. In 1920 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de oudtestamentische vakken aan de Vrije Universiteit, nadat hij in 1912 reeds voor een soortgelijk ambt aan de Theologische School te Kampen bedankt had. Op 28 mei 1920 aanvaardde hij zijn ambt met een rede Tij-kentering in de Oud-Testamentische wetenschap (Kampen, 1920). In de cursusjaren 1928-1929 en 1949-1950 trad hij op als rector magnificus en hield een oratie over resp. De geschiedschrijving in het Oude Testament (Kampen, 1928) en De Oud-Testamentische profetie en de staat Israël (Kampen, 1949). In 1950 werd hij emeritus en gaf op 15 november een afscheidscollege over De huidige stand der Oud-Testamentische wetenschap (Kampen, 1951).

Aalders was een beminnelijk mens, vol belangstelling voor familie en vrienden, en hield ervan zijn wetenschappelijke arbeid af te wisselen met praktische activiteit. Als auteur was hij zeer produktief. Toen omstreeks 1920 binnen de Gereformeerde Kerken de kwestie van de interpretatie van de Scheppingsverhalen aan de orde kwam, verdedigde hij in diverse publikaties de klassiek-gereformeerde opvatting, o.a. in De Goddelijke openbaring in de eerste drie hoofdstukken van Genesis (Kampen, 1932). Ook bestreed hij chiliastische verwachtingen rondom het volk Israël. In de reeks Commentaar op het Oude Testament verschenen van zijn hand de delen over Prediker, Hooglied, Ezechiël, Daniël, Obadja en Jona. In de Korte verklaring der Heilige Schrift bewerkte hij de delen over Genesis, Esther, Prediker, Hooglied, Jeremia, Klaagliederen en Daniël. Aan het tot stand komen van de bijbelvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap had hij een werkzaam aandeel als voorzitter van de commissie voor het Oude Testament. Verder was hij jarenlang redacteur van het Gereformeerd Theologisch Tijdschrift. In het kerkelijk leven speelde hij een rol als preadviseur van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken en als deputaat voor het contact met buitenlandse kerken. Van andere werkzaamheden vallen nog te noemen het voorzitterschap van de Bond voor Gereformeerde Jeugdorganisatie en van de Vereniging tot opvoeding en verpleging van geesteszwakke kinderen.

P: Behalve de reeds genoemde werken: De profeten des Ouden Verbonds (Kampen, 1918); Het Verbond Gods (Kampen, 1939); Oud-Testamentische Kanoniek (Kampen, 1952); verder vele kleinere publikaties, referaten, artikelen in Gereformeerd Theologisch Tijdschrift en andere periodieken.

L: W.H. Gispen, in Gereformeerd Theologisch Tijdschrift 61 (1961) 1 (januari-februari) 1-3; idem, in Jaarboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland 45 (1962) 503-505; idem, in Studentenalmanak van de Vrije Universiteit 62 (1962) 41-43.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 22.

P. Hoekstra


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013