Baeten, Joseph Wilhelmus Maria (1893-1964)

 
English | Nederlands

BAETEN, Joseph Wilhelmus Maria (1893-1964)

Baeten, Joseph Wilhelmus Maria, bisschop van Breda (Alphen, N.-Br. 8-4-1893 - Breda 26-8-1964). Zoon van Johannes Petrus Baeten, leerlooier, en Lucia van Aert. afbeelding van Baeten, Joseph Wilhelmus Maria

Baeten studeerde aan de beide seminaries van het bisdom Breda en ontving op 2-6-1917 de priesterwijding. Na enige jaren werkzaam te zijn geweest als kapelaan te Sas van Gent en als conrector van het Instituut St. Louis te Oudenbosch werd hij op 27-8-1921 aangesteld als secretaris van het bisdom Breda. In 1934 volgde zijn benoeming tot pastoor van de nieuwgebouwde Mariakerk te Ginneken en deken van het dekenaat Ginneken. Op 19-4-1945 werd hij vicaris-generaal en deken van het dekenaat Breda, welke functie hij, zoals gebruikelijk was, verenigde met het pastoraat van het Bredase Begijnhof. Reeds kort daarna, op 30-11-1945, benoemde Rome hem tot bisschop-coadjutor van mgr. Hopmans, de toenmalige bisschop van Breda. De bisschopswijding volgde op 27 december van dat jaar. Vanaf die tijd lag het bestuur van het bisdom feitelijk in zijn handen. Toen hij op 18-2-1951 mgr. Hopmans als bisschop opvolgde, betekende dit dan ook nauwelijks een verandering. Nadat op 9-9-1961 zijn ontslagaanvraag was aanvaard, bestuurde hij nog enige tijd het diocees als apostolisch administrator, totdat hij op 6-5-1962 zijn taak kon overdragen aan zijn opvolger, Gerardus de Vet. Als titulair aartsbisschop van Stauropolis nam hij nog deel aan de eerste zitting van het Tweede Vatikaans Concilie (1962).

Zijn episcopaat viel in een periode die voor katholiek Nederland kan gelden als een overgangstijd tussen het oude, strak gereglementeerde regime en de overrompelende ontwikkeling van de jaren '60. Het door Baeten gevoerde bestuur was ook eerder gericht op consolidatie van het verworvene dan op het openen van nieuwe mogelijkheden. Enige vernieuwingen verdienen echter vermelding. De strandzielzorg ten bate van de talrijke toeristen in Zeeland werd sterk uitgebreid. De oprichting van het Diocesaan Pastoraal Centrum voor de praktische scholing van de zielzorgers was aan Baetens initiatief te danken. Het bedrijfsapostolaat, dat het contact met de wereld van de industrie moest onderhouden, kwam onder zijn bestuur tot stand. Van Baeten kan vooral worden getuigd, dat hij in het bisdom een andere sfeer heeft opgeroepen; na het autoritaire bewind van zijn voorganger werd zijn optreden gekenmerkt door een veel grotere toegankelijkheid en hartelijkheid. Dit bleek bijzonder waardevol toen in 1956 het diocees werd uitgebreid met de dekenaten Geertruidenberg en Middelburg, die voorheen tot de bisdommen 's-Hertogenbosch en Haarlem hadden behoord: de integratie van deze nieuwe gebiedsdelen verliep zonder moeilijkheden.

L: Onderweg. Weekblad voor het bisdom Breda 8 (1964) extra nummer (augustus/ september); ibidem, 35 (5 september) 1-2, 4-5.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, afb. 2a20028.

J.L.M. de Lepper


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013