Bergh, Johannes Antonius Arnoldus van den (1882-1953)

 
English | Nederlands

BERGH, Johannes Antonius Arnoldus van den (1882-1953)

Bergh, Johannes Antonius Arnoldus van den , journalist (Utrecht 17-2- 1882 - Den Haag 1-7- 1953 ). Zoon van Karel Emgardus Gerard van den Bergh, opzichter Rijkswaterstaat, en Maurite Anne Marie Picard. Gehuwd op 22-12-1908 met Cornelia Albarda. Na haar overlijden op 17-1-1934 hertrouwd met Anna Maria Aue op 13-8-1936. Uit het eerste huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren.

Van den Bergh doorliep de lagere school te Utrecht en was aanvankelijk als ambtenaar bij de Raad van Toezicht op de spoordiensten in Den Haag werkzaam, waar hem na een reorganisatie eervol ontslag als commies op 1 mei 1923 werd verleend. Ondertussen was hij, op aandrang van de sportverslaggever van de NRC A.H.M. Meerum Terwogt, in de journalistiek gestapt, nadat door hem enkele malen blijk was gegeven allerlei gebeurtenissen goed te kunnen beschrijven, hetgeen onder meer was gebleken uit een artikel over een scheepsramp voor de kust van Hoek van Holland in 1909 voor het blad Sumatra Post in het voormalig Nederlands-Indië.

Zijn grote belangstelling voor de sport deed hem vrijwel geheel opgaan in de sportjoumalistiek. Met name ging zijn interesse uit naar de wielersport, die hij in zijn jeugd enige tijd had beoefend. Zijn eerste verhalen over deze tak van sport verschenen rond 1900 in Ons Wielerblad en geven blijk van een grote strijdvaardigheid. Hij stelde zich onder meer kritisch op tegen 'antieke huisartsen', die volgens hem wielrennen ten onrechte een ongezonde sport vonden.

In zijn hele carrière heeft Van den Bergh zich doen kennen als een gevoelsmens met een scherp opmerkingsvermogen. Zijn artikelen hadden vaak een sterk polemisch karakter. Hij legde grote belangstelling aan de dag voor de psychologische aspecten in de sport. Een bekende stelling van hem was dat 'de spieren die de prestaties moeten leveren niet de minste waarde hebben zonder het commando van de geest'.

Van den Bergh, die zich op een gegeven moment voorzag van de voornaam Joris, heeft meegewerkt aan tal van dag- en weekbladen, zoals Sportecho, Sport, Sportief, De rose Maandagmorgen, de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Dagblad. Hij weigerde steeds een vast dienstverband aan te gaan, omdat hij zeer op zijn vrijheid gesteld was. Ook als schrijver van boeken had hij succes. Met name zijn werk over de sprinter Piet Moeskops in 1922 trok sterk de aandacht door de scherpe schildering van wat zich achter de schennen van deze sport voltrekt.

Van den Bergh schreef overigens ook over andere takken van sport, zoals voetbal, biljarten en schaatsen. Wielrennen bleef echter zijn grote liefde. Aan zijn activiteiten was het te danken dat in 1936 voor het eerst een Nederlandse afvaardiging mocht meedoen aan de Tour de France; In de volgende jaren trad hij zelfs enkele malen op als ploegleider in deze befaamde wielerronde. Verder had hij een warme belangstelling voor het circus Bever. Niet alleen trok hij enige tijd met dit gezelschap rond, maar schreef zelfs een boek over het werk van deze familie. Tot aan zijn dood is hij journalistiek werkzaam gebleven.

P: Te midden der kampioenen ('s-Gravenhage, 1929); Mysterieuze krachten in de sport (Amsterdam, 1941); Het circus trekt... (Amsterdam, 1946).

L: Sportencyclopedie. Samengest. door Leo de Wolff (Amsterdam, [1951]); Encyclopedie van de voetbalsport, Hoofdred. L. Pagano [en] R. Mariën (Amsterdam [enz.], 1955); M.J. Adriani Engels, Honderd jaar sport (Amsterdam, [1959]).

G.W. Overdijkink


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013