Assen, Jacobus van (1881-1948)

 
English | Nederlands

ASSEN, Jacobus van (1881-1948)

Assen, Jacobus van, orthopedisch chirurg (Zwolle 10-7-1881 - Rotterdam 2-8-1948). Zoon van Jochem van Assen, veevoederfabrikant, en Johanna Aleida Rebecka Tijl. Gehuwd op 10-5-1916 met Henriette Rosina Loeff. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. Na haar overlijden (19-3-1920) gehuwd op 14-9-1922 met Theodora Jeanette Frieda de Bruijn. Uit dit huwelijk werden 3 zoons geboren. afbeelding van Assen, Jacobus van

Van Assen werd, na de lagere school en het gymnasium te Zwolle te hebben doorlopen, in 1899 ingeschreven aan de medische faculteit der Universiteit van Amsterdam. Tijdens zijn studie, die een jaar moest worden onderbroken wegens vereiste hulp in de fabriek van zijn vader, was hij zeer actief lid van het Amsterdamsch Studentencorps. Na zijn artsexamen op 27-10-1906 kwam Van Assen in opleiding voor chirurg in de kliniek van prof. O. Lanz in het Wilhelmina-Gasthuis te Amsterdam. In 1910 specialiseerde hij zich verder in de orthopedie onder G. Joachimsthall en M. Ficker te Berlijn.

In 1911 vestigde Van Assen zich als orthopedisch chirurg te Rotterdam, waar hij dadelijk betrokken werd bij de oprichting van de Adriaanstichting (1912), oorspronkelijk bedoeld als tehuis voor gebrekkige kinderen, maar onder leiding van Van Assen, die tot zijn dood de grote stimulator van deze inrichting zou blijven, al spoedig geworden tot een instituut waar, behalve verzorging en onderwijs, ook orthopedisch-chirurgische behandeling geboden werd. Een overzicht van de ruim 500 operaties die hij daar tussen 1914 en 1924 heeft uitgevoerd, verscheen in het Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde (T. Soc. Geneesk.) 2 (1924) 199-206. Zijn werk in de Adriaanstichting vormde overigens een onderdeel van de zeer grote regionale praktijk die hij als orthopedisch chirurg opbouwde.

Op 4 februari 1918 promoveerde Van Assen bij zijn leermeester Lanz op een dissertatie, getiteld: Bijdrage tot de kennis van traumatische aandoeningen van het bewegingsapparaat (Zwolle, 1918). Hoewel door tijdgenoten deze studie te dik voor een dissertatie en te dun voor het onderwerp werd genoemd (H.A. Laan, in Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) 62 (1918) II, 398-399), vormde zij een wezenlijke bijdrage tot het terrein der traumatische orthopedie, dat in verband met de revalidatie- en behandelingsproblematiek van deze aandoeningen na de Eerste Wereldoorlog grote belangstelling kreeg.

Na het overlijden van zijn eerste vrouw trok Van Assen zich enige tijd terug. Van juni tot oktober 1920 maakte hij deel uit van de kolenexpeditie op het s.s. Mont Cenis naar Spitsbergen. Een medisch verslag van deze reis publiceerde hij in het NTvG 64 (1920) II, 1457-1459. Eerder was hij enkele malen als scheepsarts naar West- en Ned.-Oost-Indië gevaren.

In de jaren twintig en dertig was Van Assen een der toonaangevende orthopeden in Nederland. Tientallen voordrachten, gehouden voor de Nederlandsche Orthopaedische Vereeniging, verschenen in deze jaren in samenvatting in het NTvG. Enkele daarvan vormden nieuwe bijdragen tot de orthopedie: een operatiemethode voor holvoeten (NTvG 68 (1924) I, 1907-1914), een nog niet beschreven wervelaandoening (ibidem, 74 (1930) 1,1398-1400), een variant op de myotenotomie bij spastische kinderen (ibidem, 81 (1937) III, 4636-4639) en een behandeling van scoliose (ibidem, 84 (1940) II, 2183-2186). Ook het onderwijs aan gehandicapten breidde Van Assen met enkele nieuwe methodes uit. In het algemeen toonde hij zich de pleitbezorger van de sociale orthopedie, waarvan hij in zijn monografie De zorg voor lichamelijk-gebrekkigen uit sociaal, economisch en medisch oogpunt (Den Haag, 1929) het doel formuleerde, namelijk het maken van lichamelijk gebrekkigen tot zelfstandige, werkende burgers. Deze vroege verdediging van de revalidatiegedachte vond plaats in een tijd dat de orthopedie streed voor erkening als zelfstandig specialisme, onderscheiden van de algemene chirurgie en van de heilgymnastiek. Toen de revalidatie na de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland als arbeidsveld werd herkend, werd Van Assen benoemd tot geneeskundig inspecteur algemene dienst, afd. lichamelijk gebrekkigen (januari 1948). Als deskundige trad hij herhaaldelijk op bij verzekerings- en beroepsprocedures; over enkele gevallen publiceerde hij in het Tijdschrift voor Ongevallengeneeskunde en Geneeskundig Tijdschrift der Rijksverzekeringsbank.

Voor de orthopedie als leervak werd de naam Van Assen een begrip door de publikatie van zijn Leerboek der orthopaedie (Haarlem, 1931) en de bewerking daarvan voor de huisartsenpraktijk: Orthopaedie voor huisartsen (Amsterdam, 1942; 2e dr. 1948). Hij had zitting in de Specialisten Registratie Commissie en was bestuurslid van de Vereniging Rotterdamse Medische Specialisten; zelf heeft hij verschillende orthopeden opgeleid.

Behalve door zijn werk in de Adriaanstichting gaf hij aan zijn idealen vorm door de instelling van het Consultatie-Bureau voor Lichamelijk Gebrekkigen te Rotterdam (1923) en te Alblasserdam. Bestuurslid was hij van de (Centrale) Vereeniging voor Lichamelijk Gebrekkigen en van de Vereeniging Arbeid voor Onvolwaardigen (AVO).

Van Assen is getypeerd als een man die een 'rustige, ironische critische laten we zeggen pycnische humor' bezat (La Chapelle), snel driftig en daarom wel als lastig ervaren. Zijn mensenkennis was beperkt; kwaadwilligheid doorzag hij soms te laat. In politiek opzicht liberaal; van confessie vrijzinnig gevormd, later remonstrants. Als hobby beoefende hij, hoewel matig cultureel, de klassieke talen.

De betekenis van Van Assens werk vond erkenning in de erelidmaatschappen die hem werden aangeboden door de Nederlandsche Orthopaedische Vereeniging, het Rotterdams Medisch Gezelschap, de British Orthopaedic Association en de Société Française de Chirurgie Orthopédique et de Traumatologie. Van de Société Belge d'Orthopédie was hij corresponderend lid. Dank zij Van Assens inzet en internationale contacten werd in september 1948 het eerste naoorlogse wereldcongres van de Société Internationale de Chirurgie Orthopédique et de Traumatologie te Amsterdam gehouden.

P: Behalve zijn dissertatie, de genoemde monografieën, de vele, vaak casuïstische bijdragen in NTvG (1908-1948), de verschillende bijdragen over gehandicaptenzorg in het T. Soc. Geneesk. (1924-1929) en die over orthopedische operaties in het Zschr. orthop. Chir. (1910-1934) en in de Verh. deutschen orthop. Ges. (1925-1926) moeten enkele artikelen, verschenen in het T. Ongevallengeneesk. (1917-1919), later Geneesk. T. Rijksverzekeringsbank (1921-1922) vermeld worden. Verder 'Onderwijs en beroepsopleiding van lichamelijk gebrekkige kinderen', in T. buitengewoon Onderw. 3 (1922) 81-87; 'Uit kliniek en praktijk. Ruggegraatsverkromming', in Geneesk. Gids 1 (1923) 325-331; 'Behandlung von Knöchelbrüchen mit Heraussprengung eines hinteren Volkmann'schen Dreiecks', in Zbl. Chir. 53 (1926) 1044-1045; 'Wat leeren ons 151 gevallen van poliomyelitis acuta anterior?, in Feestbundel aangeboden door leden- en oud leden van het Klinisch Genootschap te Rotterdam aan hunnen voorzitter dr. H. Klinken (Rotterdam, 1927) 1-23; 'Het lichamelijk gebrekkige en misvormde kind', in Ons Groene Kruis 2 (1927) 11 (november) 10-16; 'Wat kan geneeskundige voorzorg en behandeling voor lichamelijk gebrekkigen bereiken?', ibidem, 12 (1937) 1 (januari) 1-6; bew. van J. Berberich en P. Spiro, Therapie der Tuberkulose (Leiden, 1937. 2 dl.). Postuum verscheen een uitgebreide studie over 'Beenderen, gewrichten en spieren op hogere leeftijd', in J.G. Steenwijk, De ouderdom van geneeskundig standpunt beschouwd (Amsterdam, 1949) II, 541-590.

L: E.H. la Chapelle, in NTvG 92 (1948) III, 2528-2530; M.J. van Lieburg, De Adriaanstichting 1912-1977 (Rotterdam, 1978).

I: M.J. van Lieburg, De Adriaanstichting 1912-1977 (Rotterdam, 1978) 54.

M.J. van Lieburg


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013