Aurelius, Cornelius Gerardi (1460-1531)

 
English | Nederlands

AURELIUS, Cornelius Gerardi (1460-1531)

Aurelius, Cornelius Gerardi (eigenlijk Cornelis Geritsz. of Gherytsz. van Gouda - gelatiniseerd Goudanus), augustijner kanunnik, geschiedschrijver en dichter (Gouda ca. 1460 -Dordrecht 8-8- 1531 ). Zoon van mr. Gerardus, gewoonlijk aangeduid met 'van Gouda'. De moeder is onbekend.

Aurelius (een Latijnse variant van de naam Goudanus) was lid van een familie die kennelijk geleerd en gestudeerd was en waarvan bovendien vele verwanten een kerkelijke roeping volgden. Hij had in elk geval een jongere broer, Jacob, die net als hij augustijner kanunnik zou worden, en in zijn correspondentie komen twee neven voor: Willem Hermans, een zoon van een broer of zuster van Aurelius, dichter en historicus, en Martin van Gouda, zoon van een oom, die beiden eveneens augustijner kanunnik werden. Aurelius zelf studeerde, na leerling te zijn geweest aan de Lebuinusschool in Deventer, artes aan de universiteit te Keulen van 1477 tot 1481, te Leuven in 1482 en in Parijs van 1483 tot 1485. In Parijs behaalde hij in 1485 de magistertitel. Terug in Holland werd Aurelius regulier kanunnik van Sint Augustinus. Als kloosterling verbleef hij afwisselend in de kloosters Sint-Martinus op den Donk, ten zuiden van Schoonhoven, dat behoorde tot het kapittel van Sion, en Sint-Hiëronymusdal (Lopsen), vlak bij Leiden, dat deel uitmaakte van het aan het kapittel van Sion verwante Windesheimer kapittel. Afhankelijk van het klooster als verblijfplaats, voegde hij Duncenus of Lopsenus aan zijn naam toe. In beide kloosters vervulde Aurelius belangrijke functies: van 1488 tot 1493 scriptor in Lopsen, in 1494 prior van Sint-Martinus op den Donk, van 1502 tot 1504 prior van Lopsen, in de jaren 1501, 1502 en 1507 bovendien administrator in Lopsen en ten slotte van 1522 tot 1523 scriptor van Sint-Martinus op Den Donk. In opdracht van de Congregatie van Windesheim werd Aurelius, samen met vijf anderen, van oktober 1497 tot augustus 1498 uitgezonden naar Parijs in een poging het klooster van Saint-Victor te hervormen. Na de opheffing van het door faillissement getroffen klooster te Lopsen in januari 1526 woonde Aurelius tot zijn dood in het Windesheimer klooster Bernstein bij Dordrecht.

Zijn leven als kloosterling probeerde Aurelius te combineren met een carrière als humanistisch geleerde. Hij is de auteur van een groot aantal werken van religieuze en historische aard, die voor een belangrijk deel niet in druk zijn verschenen. Hij schreef religieuze poëzie in klassieke metra, een biografie van Hiëronymus, historisch-geografische traktaten over het land der Bataven, een kroniek in de volkstaal, twee vorstenspiegels voor Karel V en beschouwingen over de kerkelijke situatie en over christelijke en klassieke deugden. Door te corresponderen met de meest vooraanstaande geleerden van zijn tijd probeerde Aurelius een plaats te veroveren in de humanistische republiek der letteren. Van grote betekenis voor zijn humanistische vorming was zijn tweede verblijf in Parijs, 1497/1498, toen hij bevriend raakte met Robert Gaguin. In Gaguins Compendium de origine et gestis Francorum (Parijs, [31 maart 1497/1498]) publiceerde Aurelius een opdrachtbrief en -gedicht.

Aurelius verwierf echter in eigen tijd meer bekendheid door zijn correspondentie met Erasmus, met wie hij rond 1489 bevriend was geraakt. Er resteren uit de jaren 1489- 1498 veertien brieven van Erasmus aan Aurelius, vier van Aurelius aan Erasmus. Gezamenlijk schreven zij het tegen 'barbaars' scholastisch Latijn gerichte gedicht Apologia Erasmi et Cornelii sub dialogo lamentabili assumpta adversus barbaros (voorjaar 1489?). Erasmus droeg zijn Oratio de pace et discordia (ca. 1490?) aan Aurelius op. Door zijn invloed op de jeugdpoëzie van Erasmus kreeg Aurelius de eretitel praeceptor Erasmi (leermeester van Erasmus). Maar in feite werd Aurelius in zijn literaire werk beïnvloed door de ideeën van Erasmus. Aurelius heeft de loopbaan van Erasmus, ook nadat hun vriendschap omstreeks 1498 verflauwde, met grote aandacht gevolgd. Omdat Erasmus vele andere ook door hem hoger aangeschreven correspondenten vond, en als beroemd humanist het zich kon permitteren met zijn Hollandse klooster te breken, vervreemdde hij van de Hollandse humanistenwereld en van zijn vroegere kloostervrienden als Aurelius.

In oktober 1508 ontving Aurelius als dichter de lauwerkrans van keizer Maximiliaan. Maar van blijvende betekenis zou Aurelius lange tijd zijn als geschiedschrijver van Holland. Zijn bekendste werk is Die Cronycke van Hollandt, Zeelandt ende Vrieslant..., een Hollandse kroniek ingepast in het kader van de wereldgeschiedenis vanaf de schepping tot 1517, de zogenaamde Divisiekroniek, die hij schreef in opdracht van de Leidse drukker Jan Seversz. en die op 18 augustus 1517 anoniem verscheen. Aurelius zocht in klassieke en middeleeuwse geschriften naar argumenten voor de eenheid, oudheid en faam van Holland. In de Divisiekroniek verwerkte hij, grotendeels voortbouwend op oudere kronieken ook zijn twee traktaten over het antieke Batavia of Holland, die pas in 1586 door Bonaventura Vulcanius zijn uitgegeven. Op grond van een mededeling van een tijdgenoot van Aurelius, de geschiedschrijver Jan van Naaldwijk, in de proloog bij zijn tweede Hollandse kroniek kon Aurelius door R. Fruin als de samensteller van de Divisiekroniek worden aangewezen. Werd deze kroniek lange tijd afgedaan als een fantasieloze compilatie en vertaling naar het Chronicon Hollandiae van de karmeliet Johannes à Leydis, recent onderzoek wijst uit dat de Aurelius veel meer bronnen heeft verwerkt en dat hij met recht de auctor intellectualis van de kroniek mag heten, waarvan Seversz. de uitgave financierde. Behalve voor de verwerkte bronnen is de Divisiekroniek van belang omdat zij bedoeld was om het Hollands 'nationaal' besefte stimuleren tegenover het centrale Habsburgse gezag. In deze opzet speelde de Bataafse voorgeschiedenis van Holland, die Aurelius als eerste in de volkstaal beschreef, een essentiële rol. Aurelius legde een rechtstreeks verband tussen de vrije en dappere Bataven, de speciale bondgenoten van de Romeinse keizers, en de Hollanders uit zijn tijd, onderdanen van keizer Karel V. Deze zg. Bataafse mythe, onder meer bedoeld om de aanspraken op eigen privileges te legitimeren, had belangrijke politieke invloed. Met de Opstand veranderde de politiek-ideologische betekenis van de Bataafse mythe en diende zij ter legitimatie van het verzet tegen de Spaanse koning.

Voor het optreden van Luther had Aurelius aanvankelijk enige sympathie. Uit zijn traktaat van 1522/1523 bestemd voor de Nederlandse paus Hadrianus VI blijkt dat Aurelius het verval binnen de kerk scherp kritiseerde. Ten gevolge van deze kritiek werd Aurelius verdacht van onorthodoxe opvattingen. Uit zijn correspondentie met de sacramentariër Cornelis Hoen uit 1524, aan wie hij in dat zelfde jaar het Libellus de patientia opdroeg, blijkt echter dat hij tegenstander was van een breuk met de r.-k. kerk en dat hij pleitte voor een zuivering van het geloof binnen de ene kerk. Aurelius bleef zijn hele leven vasthouden aan de ideeën van de Moderne Devotie. Het devote gedachtengoed werd gecombineerd met zijn enthousiasme voor de studia humanitatis en de klassieke letteren. Dit bepaalde zijn neostoïcijnse opvattingen over christelijke en klassieke deugden en zijn methode van tekstkritiek en historisch onderzoek.

A: Codices Vulcaniani 66, 98B, 98G, 99,99B en no 743 bij Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden in UB te Leiden. S.A,B, ms I.31 en ms I.32 in Stads- of Athenaeumbibliotheek te Deventer.

P: Bibliografie in: M.E. Kronenberg, 'Werken van Cornelius Aurelius (Donckanus) in de bibliotheek van kanunnik mr. Jan Dircsz. van der Haer (A°.1531)', in Het Boek 36 (1963-1964) 69-79.

L: R. Fruin. 'De samensteller van de zoogenaamde Divisie-Kroniek', in Verspreide Geschriften ('s-Gravenhage, 1903) VII, 66-72; P.C. Molhuysen, in Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (Leiden, 1911)1, kol. 196; A. Hulshof, 'Een middeleeuwsch kroniekje, dat tijdens de Republiek als schoolboek is gebruikt', in Het Boek 2e reeks 1 (1912) 329-336 en 365-370; H. Kampinga, De opvattingen over onze oudere vaderlandsche geschiedenis bij de Hollandsche historici der XVle en XVIIe eeuw ('s-Gravenhage, 1917); P. Debongnie, 'Corneille Gérard à Saint-Victor', in Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis 17 N.S. (1924) 161-178; J. Romein, Geschiedenis van de Noord-Nederlandsche geschiedschrijving in de Middeleeuwen (Haarlem, 1932) 208-211; H. van de Waal, Drie eeuwen vaderlandsche geschieduitbeelding 1500 -l800 ('s-Gravenhage, 1952. 2 dl.) I, 127-153, II, 63-82; C. Reedijk, Thepoems ofDesiderius Erasmus (Leiden, 1956); J. Usewijn, 'Erasmus ex poeta theologus', in Scrinium Erasmianum (Leiden, 1969. 2 dl.) I, 375-389; I. Schöffer, 'The Batavian myth during the sixteenth and seventeenth centuries', in Britain and the Netherlands. Ed. by J. S. Bromley and E.H. Kossmann ('s-Gravenhage, 1975) V, 78-101; B. Ebels-Hoving, 'Het karakter van de Divisiekroniek', in Theoretische Geschiedenis 9 (1982) 246-262; C.P.H.M. Tilmans, 'De zucht naar schoner leven in de Divisiekroniek', in Groniek (1985) 93 (3e kw.) 164-179; eadem, 'Cornelius Aurelius en het ontstaan van de Bataafse mythe in de Hollandse geschiedschrijving (tot 1517)', in Genoechlicke ende lustige historiën. Laatmiddeleeuwse geschiedschrijving in Nederland. Een bundel opstellen onder red. van B. Ebels-Hoving, C.G. Santing en C.P.H.M. Tilmans (Hilversum, 1987) 91-213; eadem, 'Cornelius Aurelius, praeceptor Erasmi? ', in Rodolphus Agricola Phrisius 1444-1485. Proceedings of the International Conference at the University of Groningen 28 - 30 October 1985. Ed.F. Akkerman, A.J. Vanderjagt (Leiden [etc.], 1988) 200-210; Karin Tilmans, Aurelius en de Divisiekroniek van 1517. Historiografie en humanisme in Holland in de tijd van Erasmus (Hilversum, 1988). Proefschrift Groningen. Tevens verschenen in de serie Hollandse studiën: 21.

Mw. C.P.H.M. Tilmans


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013