Lebon, Jan Willem (1898-1984)

 
English | Nederlands

LEBON, Jan Willem (1898-1984)

Lebon, Jan Willem, medeoprichter en secretaris-penningmeester van de VARA (Amsterdam 14-2-1898 - Hilversum 15-1-1984). Zoon van Wilhelmus August Lebon, spoorwegarbeider, en Geertje van der Laan. Gehuwd op 21-6-1922 met Jacoba van Kreveld. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. afbeelding van Lebon, Jan Willem

Jan Lebon kwam uit een groot gezin met 12 kinderen. Door het ontslag van zijn vader als deelnemer aan de spoorwegstakingen van 1903 ging de familie gebukt onder grote geldzorgen. De Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond bood hulp en Jan werd met enkele andere kinderen tijdelijk ondergebracht bij pleeggezinnen. Hij leerde al vroeg wat zuinig financieel beheer betekende. Als goede leerling mocht hij na de lagere school nog twee vervolgklassen doorlopen. Toen Lebon ging verdienen bekwaamde hij zich op de avondschool in verscheidene, vooral administratieve vakken. Van 1911 tot 1916 was hij als kantoorbediende werkzaam bij een aantal ondernemingen. Als werknemer bij de Coöperatie 'De Dageraad' maakte hij kennis met het socialisme en sloot zich aan bij de Amsterdamsche Jeugd Organisatie, de voorloopster van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC). Daarvan werd hij penningmeester. Op 18-jarige leeftijd werd Lebon lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en hij vond zijn emplooi in de vakbeweging. Van 1916 tot 1928 was hij administrateur van de afdeling werkloosheidsbestrijding bij de Algemeene Nederlandsche Bond van Meubelmakers en Behangers. Daarnaast was hij als penningmeester enige jaren bestuurslid van een woningbouwvereniging en van de afdeling Amsterdam van de Algemeene Nederlandsche Bond van Handels- en Kantoorbedienden.

Op 1 november 1925 was hij medeoprichter van de radio-omroep Vereeniging van Arbeiders-Radioamateurs, de VARA, en werd hij onbezoldigd penningmeester, in 1926 tevens secretaris, terwijl hem daarop in 1928 het secretaris-penningmeesterschap in vaste dienst bij de omroep toeviel. Met groot verantwoordelijkheidsgevoel beheerde hij de schaarse financiën en leende zelfs, toen het nodig bleek, de vereniging uit eigen zak een belangrijk bedrag om een debacle te voorkomen. In de jaren dertig was hij medeorganisator van verscheidene landelijke acties waardoor de VARA een redelijke financiële basis kreeg. In die periode vertegenwoordigde hij zijn omroep in diverse regeringscommissies, zoals de Commissie voor het zendervraagstuk, de Televisie-Commissie, de Commissie voor de Draadomroep en de Contact-commissie voor de Wereldomroep. In 1935 was hij lid van de Raad van Beheer van de Nederlandsche Omroep Zender Maatschappij, de NOZEMA; in 1936 secretaris van het Centraal Bureau voor den Omroep, waarin de vier grote omroepen hun gezamenlijke zakelijke belangen behartigden.

Tijdens de oorlogsdagen van 1940 wist Lebon met zijn gezin naar Engeland te ontkomen. In Londen kreeg hij een functie bij de voorlichtingsdienst van de Nederlandse regering in ballingschap. Mede door zijn toedoen werd op 1 juli 1940 de omroep Radio Oranje opgericht, waarvan hij de leiding kreeg. Al was hij een competent bestuurder, het ontbrak hem aan ervaring en creativiteit inzake programmaverzorging, die bovendien door de regering aan strakke regels gebonden was. De uitzendingen bleken uiteindelijk niet aan de verwachtingen te voldoen. Naast Radio Oranje was sinds 1941 ook de zender 'De Brandaris' in de lucht, waar de journalist Hendrik van den Broek als 'De Rotterdammer' programma's verzorgde voor de Nederlandse zeevarenden. Het kabinet besloot eind 1942, gezien het succes van deze uitzendingen, 'De Brandaris' samen te voegen met Radio Oranje en Van den Broek met de leiding van de gerenoveerde omroep te belasten. Lebon voelde zich zeer gegriefd door deze gang van zaken. Hij ging met wachtgeld. Toen de regering op 5 maart 1943 de Radio-Commissie Terugkeer instelde, die de organisatie en de voorziening van de Radio-omroep na de bevrijding moest voorbereiden, benoemde zij Lebon tot secretaris van dit college. De voltooiing van het commissierapport betekende het voorlopig einde van zijn bemoeienis met de radio. Lebon werd lid van de Buitengewone Raad van Advies van de regering en in Londen directeur van de reclasseringsinstelling 'Centraal Toezicht', die hulp verleende aan Nederlandse zeelieden die met de justitie in aanraking waren gekomen. Eind 1944 keerde hij in het vaderland terug als adviseur in Radiozaken bij het Militair Gezag in de rang van kapitein.

Na de bevrijding in 1945 nam Lebon zijn vroegere functie van secretaris-penningmeester van de VARA weer op. Als tegenstander van een Nationale Omroep werkte hij mee aan de terugkeer van het vooroorlogse bestel, zij het met de intentie dat er dan een onderlinge nauwe samenwerking zou komen op die gebieden waar dit mogelijk was. Zijn wensen zag hij vervuld bij de komst van de Stichting Nederlandse Radio Unie in februari 1947, waar hij in de functie van secretaris lid was van het Algemeen Bestuur en van de Raad van Beheer. Bij de komst van de Nederlandse Televisie Stichting in 1951 werd hij in gelijke bestuursfuncties benoemd. Tot aan zijn pensionering in 1963 bleef hij de belangen van de VARA, maar evenzeer van die van de gehele omroep behartigen.

Als lid van het hoofdbestuur en van het dagelijks bestuur van de VARA was hij ook in de vereniging met belangrijke taken belast. Lebon, die als werker achter de schermen geen bekendheid genoot bij luisteraars en kijkers, werd intern niet alleen bij zijn eigen omroep maar ook bij de collega's van de andere omroepcomponenten zeer gewaardeerd om zijn bestuurlijke bekwaamheden. Hij was een idealistisch mens met een groot rechtvaardigheids- en verantwoordelijkheidsgevoel. De nauwgezetheid waarmee hij als penningmeester waakte over de financiën van zijn omroep, een gevolg van zijn jeugdervaringen en van die uit de zorgelijke jaren van het vooroorlogse VARA-bestaan, veroorzaakte wel eens moeilijkheden, vooral bij de jongere medewerkers, die zijn 'zuinigheid' maar lastig en overdreven vonden. Aan de andere kant echter kenden ze hem als een collega met een sterk ontwikkeld sociaal gevoel dat stoelde op zijn socialistische levensvisie en als een man van het 'harmoniemodel'.

Bij Lebons afscheid van de omroep in 1963 belichtte gastspreker professor Hendrik Brugmans diens rol binnen het raam van de ontwikkeling van de VARA tot een sociaal-culturele massaorganisatie. Hij typeerde hem als een 'Hollands-nuchter mens', wiens geheim het was dat hij zijn leven lang gehouden heeft van de radio én van de mensen. Ook hem viel ten deel wat velen overkomt: men vergat hem. In 1975 bij het gouden omroepjubileum van de VARA, waarbij in allerlei programma's de pioniers herdacht werden, verzuimde men van zijn rol en betekenis melding te maken. Dit heeft hem zeer gegriefd. Daarnaast heeft het overlijden van zijn vrouw en dochter alsmede zijn slechte gezondheidstoestand zijn levensavond versomberd. Hij stierf in 1984, herdacht door de VARA als een 'harde werker, een voortreffelijk bestuurder en een goede kameraad'. Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de omroep in de eerste veertig jaren; Lebons rol, hoe weinig manifest ook naar buiten, is van grote betekenis geweest.

A: Bestuurstukken in het VARA-archief te Hilversum. Bestuursstukken NRU en NTS in archief-NOS, Hilversum.

L: Verslag houdende de uitkomsten van het onderzoek [der] Enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945 ('s-Gravenhage, 1950) Va, 531-565; Meyer Sluyser, Hier is de VARA (Amsterdam, 1950) passim; idem, Een klein mannetje met een klein potloodje (Amsterdam, 1965) 35-37; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1979) IX, 419-422; H. Brugmans, In dienst van de gemeenschap en J.A.W. Burger, Een microfoon voor het socialisme. Toespraken gehouden op 12 januari 1963 bij het afscheid van J.W. Lebon; [Hilversum: VARA, 1963]; J.W. Rengelink, in VARA Gids , 28-1-1984.

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Collectie ANEFO; Lebon in maart 1942].

H.W.A. Joosten


Bovenstaande biografie weerspiegelt de stand van het onderzoek tot aan het jaar van publicatie in het gedrukte deel van het BWN. Dit jaar is hieronder weergegeven. Alle daarna verschenen literatuur is niet in de tekst verwerkt en wordt evenmin vermeld in de literatuuropgave (onder L).

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013