Brockbernd, Frederikus Joseph (1911-1983)

 
English | Nederlands

BROCKBERND, Frederikus Joseph (1911-1983)

Brockbernd, Frederikus Joseph, (kloosternaam Benedictus), Rooms-katholiek priester en omroepmedewerker (Utrecht 24-9-1911 - Breda 3-7-1983). Zoon van Frederikus Joseph Brockbernd, ober, en Alijda Geertruida van Eimeren. afbeelding van Brockbernd, Frederikus Joseph

Brockbernd begon in 1925 zijn priesterstudie aan het toenmalige aartsbisschoppelijke klein-seminarie in Culemborg, waar hij onder meer kennis maakte met de beoefening van de kerkmuziek. In 1931 begon hij zijn theologische opleiding aan het groot-seminarie te Rijsenburg. Het jaar daarop werd hij Benedictijn in het klooster te Amay-sur-Meuse in de Belgische provincie Luik, een gemeenschap speciaal gewijd aan de hereniging van de westerse en oosterse christenen. Brockbernd nam de kloosternaam Benedictus aan - na zijn priesterwijding Dom Benedictus - waarmee hij voortaan tekende. Zijn priesterstudie zette hij voort aan het Benedictijner college Sant'Anselmo te Rome, een studie door hem in 1936 afgesloten met het baccalaureaat in de theologie. Tevens volgde hij een opleiding aan de pauselijke muziekschool, waar zijn grote belangstelling werd gewekt voor het gregoriaans. Terug in België werd hij op 19 december 1937 priester gewijd. Hij vervulde verschillende functies in de kloostergemeenschap van Amay.

Bij de Duitse inval in mei 1940 viel de communiteit, die een jaar eerder naar Chevetogne in de provincie Namen was verhuisd, als gevolg van de oorlogshandelingen uiteen. Na een lange zwerftocht door Frankrijk en België bereikte pater Brockbernd ten slotte het ouderlijk huis in Utrecht. Tijdens zijn verblijf in de domstad werd hij een belangrijke informant van aartsbisschop J. de Jong. Zijn grote talenkennis stelde hem in staat de nieuwsuitzendingen van de vrije radiostations uit de hele wereld te volgen, waardoor hij de prelaat van het verloop van de oorlog op de hoogte kon houden.

Gedurende de bezetting besteedde Brockbernd een groot gedeelte van zijn tijd aan de studie van de gregoriaanse muziek aan het universitaire Instituut voor Muziekwetenschap van prof. A.A. Smijers. Hier volgde in die jaren ook de musicologe Hélène Nolthenius lessen, en toen zij in april 1946 de leiding kreeg van de muziekafdeling van de Katholieke Radio Omroep (KRO), vroeg zij pater Brockbernd de wekelijkse rubriek 'De Schoonheid van het Gregoriaans' te leiden. Vijftien jaar lang heeft hij met zijn speciale zangersgroep 'Schola Cantorum' dit programma verzorgd. In verband met zijn deskundigheid op dit gebied doceerde hij van 1946 tot 1964 gregoriaanse muziek aan het Koninklijk Conservatorium voor Muziek in Den Haag.

In mei 1946 werd pater Brockbernd op wens van aartsbisschop De Jong benoemd tot hoofd van de afdeling godsdienstige uitzendingen van de KRO. In verband daarmee kreeg hij van Rome toestemming tot verblijf buiten zijn kloostergemeenschap. Met Brockbernds benoeming had De Jong een bijzondere bedoeling. Hij had de Benedictijner pater namelijk in het geheim de rol toevertrouwd van zijn geheime informant en vertegenwoordiger met betrekking tot de interne gang van zaken bij de KRO. Deze moeilijke taak, die Brockbernd naar eigen zeggen jarenlang 'in precaire spanning' deed leven, volbracht hij tot volle tevredenheid van de aartsbisschop. Deze zag in hem dan ook de aangewezen persoon om te zijner tijd J.A.A.M. Kors als voorzitter van de KRO op te volgen. Toen deze kwestie zes jaar later actueel werd, zou De Jongs opvolger, B.J. Alfrink, daar echter anders over denken.

Brockbernds omroeptaak was veelomvattend. Zo had hij ook de verantwoordelijkheid voor alle religieuze radioprogramma's, die door hem, waar nodig, in artikelen in de Katholieke Radio Gids van een inleiding of toelichting werden voorzien. Veel beluisterd in de jaren vijftig was onder meer de meditatieve uitzending op de zaterdagavond onder de titel 'Wij luiden de Zondag in', ingeleid met het 'Ave Verum' van Mozart. In zijn rubriek 'De Zingende Kerk' kreeg, naast de polyfone westerse, tevens de Grieks-Byzantijnse en de Slavisch-Byzantijnse kerkmuziek de aandacht. Behalve de Latijnse kerkdiensten zond hij, 'monnik van de Hereniging', ook nu en dan vieringen van oosterse liturgieën uit.

Als hoofd van de afdeling godsdienstige uitzendingen behoorde het tevens tot Brockbernds taak de belangrijke internationale evenementen in de Katholieke kerk te volgen, zoals het overlijden van paus Pius XII in oktober 1958 en de daaropvolgende verkiezing en kroning van diens opvolger, paus Johannes XXIII. In deze jaren van 'Koude Oorlog' besteedde hij veel aandacht aan kerkelijke gebeurtenissen achter het 'IJzeren Gordijn', zoals het proces tegen de Hongaarse kardinaal J. Mindszenty in februari 1949 en diens bevrijding tijdens de Hongaarse opstand in oktober 1956. In klankbeelden en reportages riep hij op tot materiële en geestelijke steun aan de vluchtelingen uit de Oostbloklanden, en in de gebeden die hij elke uitzenddag van de KRO persoonlijk voor de microfoon uitsprak, stond hij stil bij hun lot.

Pater Brockbernd hield niet van, wat hij noemde, 'ingeblikte godsdienst'. 'De mensen moesten het idee hebben dat ze een levende gemeenschap vormen', betoogde hij. Deze opvatting bracht hem in 1955 tot zijn befaamde schakelprogramma op Pinksterzondag 'Veni Creator' met als uitgangspunt het liturgische gezang van zeven strofen ter ere van de Heilige Geest. Zeven kathedralen uit Europa deden aan deze uitzending mee. In elke kathedraal werd een strofe gezongen, gevolgd door een korte toespraak van de plaatselijke bisschop. Pater Brockbernd sprak de verbindende teksten in de verschillende landstalen. Jaar na jaar tot en met 1960 werd deze uitzending vanuit telkens een ander land herhaald.

Zowel van katholieken als andersdenkenden kreeg Brockbernd steeds veel reacties. De luisteraars waren hem erkentelijk voor zijn programma's, vooral in de periode tot 1958, die aan de krachtige vernieuwingstendensen in de Katholieke kerk voorafging. Hij hield vast aan oude theologische opvattingen en was gehecht aan kerkelijke tradities. Daarom gaf het snelle tempo van de veranderingen in de Nederlandse kerkprovincie hem zorg en ongenoegen. Reeds in 1956 waarschuwde hij in een rapport aan de leiding van de KRO dat 'het juiste evenwicht moet worden gezocht tussen behouden en vernieuwen'. Hoewel hij meende dat de belevingsvorm van 'de geloofsinhoud, die altijd hetzelfde blijft', eigentijds moest zijn, stond hij toch wantrouwend tegenover vele door de kerkelijke overheid toegestane liturgische experimenten, zoals het gebruik van Nederlands in plaats van de Latijnse teksten tijdens een gezongen eucharistieviering. De negatief-kritische geluiden in de katholieke pers dat zijn programma's saai en ongeïnspireerd geworden waren, omdat er niets in terug te vinden was van de nieuwe geest en het elan die zich in die dagen in de kerk openbaarden, stemden hem bitter. Zijn behoudende opstelling werd op den duur ook door het KRO-bestuur niet geapprecieerd, wat hem aanleiding gaf tot veel ergernis en zijn houding ten opzichte van zijn werkgever, die vanaf het begin toch al tweeslachtig was geweest, niet verbeterde.

Met de koers die de KRO aan het begin van de jaren zestig, aan de vooravond van het Tweede Vaticaans Concilie, ging varen - van leidend naar begeleidend instituut - kon pater Brockbernd zich niet verenigen. Het KRO-bestuur van haar kant liet hem bij monde van voorzitter H.W. van Doorn weten dat hem als free-lance medewerker geen opdrachten meer zouden worden verstrekt. Op 1 oktober 1962 verliet hij de omroep. Na zijn onvrijwillige vertrek heeft hij wel zijn zorg en onvrede over de koers van de KRO aan de kerkelijke autoriteiten in Rome kenbaar gemaakt en hen gewaarschuwd dat de omroep 'het geloof verkwanselde', maar zijn klachten hadden geen resultaat.

Na 1962 hoopte Brockbernd zijn kennis en kunde van het medium radio via zijn relaties in hoge kerkelijke kringen in dienst te kunnen stellen van het apostolaat in de Derde Wereld. De meeste pogingen mislukten. Alleen bij 'Radio Veritas' in Manilla op de Filippijnen, waarvan hij medeoprichter was, heeft hij in de jaren zeventig enige tijd als adviseur gewerkt. Zijn conservatieve opvattingen bleken ook daar een hindernis. Pater Brockbernd was een gefrustreerd mens geworden, die zelfs in zijn Belgische klooster geen rust meer kon vinden. In 1983 werd hij - voortdurend rondtrekkend - in een Bredaas ziekenhuis opgenomen, waar hij overleed. Hij werd begraven op het kloosterkerkhof in Chevetogne.

Pater Brockbernd was een harde werker, in zijn goede tijd een creatief programmamaker, een zelf-doener, een kritisch en veeleisend perfectionist, moeilijk voor zichzelf en voor anderen. Samenwerken met deze dominante persoonlijkheid was niet altijd gemakkelijk, al dwong hij respect af door zijn grote kennis van zaken. Aanpassing aan de na de oorlog snel optredende veranderingen in kerk en samenleving was voor hem onmogelijk. Gedurende de zestien jaren dat hij voor de KRO werkzaam was, heeft Brockbernd velen de schoonheid en de waarde van het gregoriaans laten ontdekken en daarmee baanbrekend werk verricht. Hij heeft talloze luisteraars in geestelijk opzicht verrijkt door hun de waarden van het christendom en zijn eredienst bij te brengen

A: Dossiers Rubriek Godsdienstige Uitzendingen - Radio, 1942-1962 en dossier-Dom Benedict Brockbernd in het Archief van de KRO te Hilversum. Biografische gegevens bij de Afdeling Documentatie van de KRO te Hilversum.

P: Artikelen in Katholieke Radio Gids , later Katholieke Radio- en Televisie-Gids , 1946-1961. Rapportages Godsdienstige Uitzendingen in de Jaarverslagen van de Katholieke Radio Omroep , 1947-1960.

L: Behalve artikelen over Brockbernd en zijn radioprogramma's in o.a.: Katholieke Radio Gids, 19-5-1946; de Volkskrant, 20-6-1950; Het Nieuwsblad van het Zuiden, 4-4-1953; De Tijd, 5-9-1953; Katholieke Radio Gids, 29-6-1958; De Bazuin. Weekblad voor Geloofsverkondiging, 24-1-1959; Katholieke Radio- en Televisie-Gids, 7-10-1962; Studio. Televisie- en Radioprogrammablad van de KRO, 23-7-1983: H.W.F. Aukes, Kardinaal De Jong (Utrecht [etc.], 1956); A.F. Manning, Zestig jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep (Baarn, 1985).

I: A.F. Manning, Zestig jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep (Baarn, 1985) 204.

H.W.A. Joosten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 4 (Den Haag 1994)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013