Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 2636

Nummer 2636
Datum 2-10-1952
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Von Balluseck 56
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Balluseck, D.J. von (info)
Ontvanger(s) Beyen, J.W. (info)
Luns, J.M.A.H. (info)
Plaats van opmaak New York
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1952
Dossiernummer 13
Trefwoorden Amerika, houding/positie van -
Butler, Sir Nicolas, Brits ambassadeur te Den Haag '52-'54
Hickerson, John D., Assistant Secretary of State for UN-Affairs St. Dept.
NG-kwestie in de vergaderingen van de Verenigde Naties
Palar, N.L., vertegenwoordiger van Indonesië bij de VN '50-'52; ambassadeur te New Delhi '52-'56
Verenigd Koninkrijk, houding/positie van -
Verenigde Naties, Algemene Vergadering, commissie 73 E
Annotatie inleidende noot:
Op 13 sept. had Von Balluseck onder no 44 geseind, dat Palar en Luns bij hem hadden  gedejeuneerd en dat  Palar daarbij Luns over de bedoeling van de door Tajibnapis, afgevaardigde van Indonesië naar Commissie 73 E van de Algemene Vergadering van de VN, aangekondigde verklaring over Nieuw-Guinea had ingelicht. 'Palar zeide, dat het Nederlandse rapport inzake Nieuw-Guinea verleden jaar de Nederlanse opvatting omtrent de souvereiniteit minder absoluut stelde dan ditmaal en dat Indonesië daarom deze keer niet kan volstaan met een korte verklaring over voorbehoud van rechten en verwachting omtrent regeling door rechtstreekse onderhandelingen, die verleden jaar in Commissie 4 werd afgelegd door Tajibnapis en toen kort door Kernkamp zonder point of order over competentie werd beantwoord. Palar was bang, dat wij ditmaal scherper tegenover elkander zouden komen te staan, hetgeen hij mij trouwens reeds eerder had doen weten. - - - Het lunch-gesprek kenmerkte zich overigens door een zeer vriendschappelijke geest.' - - - NA, archief Minkol., codetel. 1952, 13
      Op 18 sept. had Van Roijen onder no 162 vervolgens o.m. geseind: 'In overleg met Von Balluseck bracht ik [tijdens een gesprek met Hickerson op het State Department] ook ter sprake het voornemen van de Indonesiërs  om de komende dagen in de Commisie 73 een verklaring van zes bladzijden over Nieuw-Guinea af te leggen. Ik zeide Hickerson deze alleen te willen mededelen, dat de Indonesiërs van plan waren dit te doen, maar dat wij ons van onze kant hierover allerminst bezorgd maken. - - - Hickerson en zijn beide medewerkers waren kennelijk van deze zaak door hun delegatie niet op de hoogte gesteld. Zij zeiden het met mij eens te zijn, dat de Indonesiërs weinig met hun betoog in genoemde Commissie zullen bereiken. Hickerson verklaarde nog te menen, dat het verstandig zou zijn de Indonesische vertegenwoordiger zijn verklaring volledig te laten afleggen, alvorens onzerzijds te interveniëren.' Archief BZ, ingekomen codetel. Washington 1952.
     Onder no 46 seinde Von Balluseck vervolgens op 19 sept. mede namens Van Baal, dat de Amerikaanse delegatie in deze Commissie Tajibnapis verzocht had 'zich te matigen', waarop deze geantwoord had 'zijn interventie niet meer te kunnen wijzigen ingevolge daartoe ontvangen instructie. Ik moge U verzoeken - - - mij inzake het al dan niet maken van een point of order, waartegen de Amerikaanse delegatie heeft gewaarschuwd, de grootst mogelijke vrijheid te laten. De point of order zou wellicht een debat uitlokken en ingeval onverhoopt de voorzitter van Pakistan Tajibnapis niet buiten orde zou verklaren, zou diens ruling niet worden overruled, gezien de samenstelling van de Commissie. Ik zou er de voorkeur aan geven Tajibnapis te laten uitspreken en dan kort Nederlands antwoord te geven' - - -. NA, archief Minkol., codetel. 1952, 13.

slotnoot:
Onder verwijzing naar telegram Von Balluseck 56 en in overleg met Kernkamp seinde Luns op 6 okt. onder no 40 aan New York, dat hij die dag de Britse Ambassadeur [had ontboden en hem zijn verbazing had kenbaar gemaakt] over het feit, dat Mathieson zich bij de verklaringen van Pakistan, India, Egypte en Ecuador [had] aangesloten, ondanks het Uwerzijds gedane vertrouwelijk verzoek zich buiten de discussie te houden. Hieraan heb ik toegevoegd', aldus Luns,'dat zulks, hoezeer ook, naar ik gaarne wilde aannemen, Mathieson volkomen te goeder trouw en bezield met de wens 'to be helpful' gehandeld zou hebben, ongetwijfeld de indruk heeft gewekt als zou de Britse Regering het doen van concessies onzerzijds over de souvereiniteit van Nieuw-Guinea en het daardoor bereiken van overeenstemming met Indonesië toejuichen. Persoonlijk kon ik niet aannemen, dat het gerechtvaardigde van het Nederlandse standpunt, dat onderhandelen met Indonesië over de souvereiniteit niet meer mogelijk is, niet door de Britse Regering werd onderschreven. Tenslotte heb ik de hoop uitgesproken, dat de Britse gedelegeerde gemachtigd zal worden om in overleg met onze delegatie rechtzetting van zijn standpunt te geven, indien zich hiertoe alsnog een passende gelegenheid voordoet. Sir Nevile Butler antwoordde, dat hij mijn opvatting volkomen begreep, persoonlijk het gebeurde betreurde en onmiddellijk zijn Regering hiervan op de hoogte zou stellen. Hij zegde toe mij de reactie te zullen mededelen.' - - - NA, archief Minkol., codetel. 1952, 13.
Zie ook 3352: Van Roijen 152
3655: Stikker 101
PDF afbeelding (118 KB)