Alblas, Aart Hendrik (1918-1944)

 
English | Nederlands

ALBLAS, Aart Hendrik (1918-1944)

Alblas, Aart Hendrik, marineofficier (Middelharnis 20-9-1918 - Mauthausen 6-9-1944). Zoon van Cornelis Alblas, graanhandelaar, en Maria Adriana van der Pas. Hij was ongehuwd.

Albas behaalde het einddiploma van de vijfjarige Christelijke HBS te Dordrecht en werd op 4 september 1936 benoemd tot adelborst voor de zeedienst. Hij voltooide de opleiding te Den Helder echter niet en na eervol ontslag op 1 september 1937 volgde hij tot juni 1938 de studie aan de zeevaartschool te Rotterdam. Daarna maakte hij als stuurmansleerling in dienst van de Vereenigde Nederlandsche Scheepvaartmaatschappij enige reizen naar China en Japan. Een begin 1940 verleend studieverlof maakte het mogelijk om op 23 april het diploma derde stuurman te verwerven. In mei 1940 was Alblas nog in Nederland waar hij samen met een vriend, J.A. Idema, kandidaat-notaris te Dordrecht, inlichtingen betreffende de vijand begon te verzamelen. In de nacht van 18-19 maart 1941 konden deze inlichtingen door hem naar Engeland worden meegenomen, toen het gelukte om met een andere Engelandvaarder in een kleine raceboot uit bezet gebied te ontsnappen. Hiervoor werd hem het Bronzen Kruis verleend. Ofschoon zelf te kennen gevend bij de onderzeedienst te willen dienen, werd hem, gezien zijn ervaring, verzocht zich beschikbaar te stellen als geheim agent van de Britse en Nederlandse inlichtingendiensten. Na een korte opleiding werd hij per parachute neergelaten, bij vergissing vlak bij de Duitse grens. Op 5 juli kon weer verbinding worden gelegd met Idema en via hem met diverse verzetsgroepen, zoals die van De Geus, en personen, onder meer F.J. Goedhart en S. Vaz Dias. Alblas deed het werk van agent en telegrafist en verzorgde geruime tijd de verbinding met Engeland, waarbij hij veel waardevolle militaire en soms ook politieke inlichtingen doorgaf. Hij speelde eveneens een rol bij het onderhouden der verbindingen ten behoeve van S.E. Hazelhoff Roelfzema c.s. Per 1 september 1941 werd hij benoemd tot officier bij de Koninklijke marine-reserve. Het 'Englandspiel', waarin hij enige tijd onbewust een rol speelde doordat zijn code na de arrestatie van de agent W. van der Reyden bij de Duitsers bekend was, werd hem ten slotte noodlottig. Op 16 juli 1942 werd hij gearresteerd en gevangen gezet in Scheveningen (Oranjehotel), Haren (N.Br.) en Assen. Hoewel ontsnappen mogelijk was, heeft hij dat bewust nagelaten om een familie die hem steeds had geholpen, niet in gevaar te brengen. Bij een verhoor van honderd uren achtereen liet hij niets los. Ook weigerde hij in te gaan op het voorstel van Schreieder om een dubbelrol in het 'Englandspiel' te spelen. In april 1944 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Mauthausen en daar op 6 september 1944 gefusilleerd.

Hij werd naar aanleiding van zijn verdiensten als geheim agent bij KB van 4 december 1948 nr. 16 postuum benoemd tot ridder 4e klasse in de Militaire Willemsorde. Een van de zestien in de jaren 1960-1962 bij de Koninklijke marine in dienst gestelde ondiepwatermijnenvegers werd Albas (M 868) genoemd. Het door het schip gevoerde scheepsembleem, van sabel vijf ruiten van goud, geplaatst 3 en 2, is ontleend aan het wapen van Oud-Alblas.

L: L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1969- dln.) V, passim; VI, 133; Enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945, 4A; 4B; 4C; 5C; 7C passim.

A. van der Moer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013