Beek, Johannes Albertus van (1836-1913)

 
English | Nederlands

BEEK, Johannes Albertus van (1836-1913)

Beek, Johannes Albertus van, deken en pastoor (Amersfoort 10-4-1836 - Rotterdam 2-4-1913). Zoon van Richardus Willibrordus van Beek, grutter, en Alida de Jager. Hij was ongehuwd.

In 1847 op het klein-seminarie der oud-katholieke kerk in zijn geboortestad gekomen, volgde hij van 1848 tot 1854 het onderwijs aan de stedelijke Latijnse school. Daarna studeerde hij aan het oud-katholiek seminarie. Aartsbisschop Henricus Loos voltooide persoonlijk in Utrecht de opleiding van de student. Nog diaken zijnde werd hij in 1859 kapelaan bij de aartsbisschop. Op 30 november 1859 diende deze aan Van Beek de priesterwijding toe. Vervolgens was hij als hulpgeestelijke werkzaam te Enkhuizen, Gouda, Hilversum en Utrecht. Daarna volgden twee pastoraten, van 1862 tot 1875 te Dordrecht en van 1875 tot zijn overlijden in 1913 te Rotterdam-Oppert (hh Laurentius en Maria Magdalena).

Hij maakte een bloeiperiode van het gemeenteleven mede. In veertig jaar tijd, tussen 1869 en 1909, verdubbelde het aantal oud-katholieken in den lande. Verzet tegen de onfeilbaarheidsverklaring van de Paus (1870) kwam haar bepaald niet op verlies van leden te staan. Pastoor Van Beek bekleedde verscheidene hoge kerkelijke ambten. Hij was sinds 1886 kanunnik en van 1894 af deken van het Metropolitaan Kapittel van Utrecht; voorts aartspriester van Schieland en Zuid-Holland. Hij onderkende de kentering van het getij, bevorderde meer openheid naar buiten en stimuleerde het opkomend verenigingswerk. Hij was medeoprichter van de priestervereniging Cor Unum et Anima Una (1884), van de Vereeniging Oud-Katholiek Ondersteuningsfonds (1887) en van het landelijk blad De Oud-Katholiek (1894), waarvan hij zelf jarenlang hoofdredacteur was. Het eerste internationale congres van oud-katholieken, dat in Nederland werd gehouden, vond in 1894 te Rotterdam plaats. Pastoor Van Beek was ook geschiedvorser waarvan verscheidene publikaties getuigen. Bij zijn omvangrijke arbeid binnen eigen kerk voegde hij algemeen sociaal werk. De Maatschappij tot zedelijke verbetering van gevangenen bezat in hem een toegewijd bezoeker van de gedetineerden. Ook het werk van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen vond in hem een pleitbezorger en als schoolopziener deed hij veel ter bevordering van het openbaar onderwijs.

P: Zie o.a. voor zijn publikaties bibliografie in Soli Deo Gloria .., 113-114.

L: H.J.W. Verhey, Soli Deo Gloria ... (De Bilt, 1950).

H.J.W. Verhey †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013