Berenschot, Gerardus Johannes (1887-1941)

BERENSCHOT, Gerardus Johannes (1887-1941)

Berenschot, Gerardus Johannes, luitenant-generaal, commandant van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (Solok op Sumatra 24-7-1887 - Kemajoran nabij Batavia 13-10-1941). Zoon van Gerrit Hendrik Berenschot, luitenant-kolonel van het Indische leger, en Florence Mildred Rappa. Gehuwd op 8-7-1908 met Margaretha Catharina de Boer. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Berenschot, Gerardus Johannes

Berenschot werd na de HBS te Winterswijk aan de Cadettenschool te Alkmaar en aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda opgeleid tot officier der infanterie van het Indische leger. Op 19 juli 1907 volgde de benoeming tot 2e luitenant en ruim een jaar later zijn vertrek naar Nederlands-Indië. Aanvankelijk op Java geplaatst diende Berenschot van 1910 tot 1915 in Atjeh waar hij de laatste jaren van de daar sinds 1873 woedende oorlog meemaakte als lid van het Korps Marechaussee te voet in Atjeh en Onderhorigheden. Dit korps, opgericht in 1890, had tot taak een soort tegenguerrilla te voeren en de Atjehers met hun eigen tactiek te verslaan.

Berenschot, die zich op de Cadettenschool en de KMA reeds had onderscheiden als een uitstekende leerling, werd in 1919 naar Nederland gezonden voor het volgen van de cursus aan de Hogere Krijgsschool. Hier bleken zijn kwaliteiten opnieuw en na van 1922 tot 1925 weer in Indië gediend te hebben, keerde hij terug naar Nederland waar hij geplaatst werd als leraar in de tactiek aan genoemd Instituut. Sinds 1930 wederom in Indië werd hij, inmiddels tot kolonel bevorderd, in juli 1934 benoemd tot Chef van de Generale staf welke functie hij vijf jaar vervulde. Zijn bevordering tot generaal-majoor volgde in juni 1935.

Als Chef van de Generale Staf maakte Berenschot gedeeltelijk nog de periode mee waarin drastisch op de defensie-uitgaven werd bezuinigd. De omslag als gevolg van de toegenomen internationale spanning en de expansiedrift van Japan maakten hier eind 1935 een eind aan. Berenschot is nauw betrokken geweest bij de modernisering van het KNIL, dat in de eerste plaats tot taak had de binnenlandse orde en rust te handhaven, maar nu ook op zijn neventaak - bestrijding van een buitenlandse vijand -moest worden voorbereid. In juli 1939 benoemd tot luitenant-generaal en commandant van het leger in Indië werkte hij rusteloos voort om het leger in een zo groot mogelijke staat van paraatheid te brengen. Een taak die zeer werd bemoeilijkt doordat, ondanks grote bestellingen van materieel in het buitenland, leveranties slechts druppelsgewijs binnenkwamen omdat de oorlogsindustrieën in de eerste plaats voor de grote mogendheden werkten. Op 13 oktober 1941 had Berenschot in Batavia een bespreking met de Britse opperbevelhebber in het Verre Oosten, maarschalk Sir Robert Brooke Popham. Het vliegtuig dat hem naar Bandoeng zou terugbrengen, waar het hoofdkwartier van het KNIL was gevestigd, stortte neer kort nadat het was opgestegen van het vliegveld Kemajoran. Alle inzittenden kwamen daarbij om het leven. De dood van Berenschot heeft in het toenmalige Nederlands-Indië grote indruk gemaakt. Hij stond bekend als een evenwicht mens, iemand die onmiddellijk de kern van een zaak vatte en reeds als cadet opviel door zijn aangeboren leiderseigenschappen. Als troepencommandant genoot hij een zeer grote populariteit en door de militairen werd hij beschouwd als 'een soldaat onder de soldaten'. Op een cruciaal moment, vlak voor het uitbreken van de oorlog met Japan, moest Nederlands-Indië een figuur missen die van iedereen het volle vertrouwen had. Hoewel het zeer onwaarschijnlijk is dat onder leiding van Berenschot de strijd tegen Japan langer zou zijn volgehouden - daarvoor waren leger en luchtmacht nog onvoldoende uitgerust - moet de taak voor zijn opvolger, luitenant-generaal H. ter Poorten, ondenkbaar zwaar zijn geweest, wetende welk een persoonlijkheid Berenschot, met wie hij jarenlang had samengewerkt, was en welk een gezag deze in het leger genoot.

A: Collectie-Berenschot berust bij Sectie Krijgsgeschiedenis Koninklijke Landmacht.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 115.

H.L. Zwitzer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013