Buijs, Jan Willem Eduard (1889-1961)

BUIJS, Jan Willem Eduard (1889-1961)

Buijs, Jan Willem Eduard, architect (Soerakarta 26-8-1889 - 's-Gravenhage 19-10-1961). Zoon van Willem Roeland Buijs, werktuigkundige, en Georgina Catherine Antoinette Kuypers. Hij was ongehuwd. afbeelding van Buijs, Jan Willem Eduard

Buijs schreef zich na het eindexamen HBS in 1909 in voor de studie bouwkundig ingenieur aan de Technische Hogeschool te Delft. Door bemiddeling van prof.ir. J.A.G. van der Steur kreeg hij direct na zijn afstuderen in 1919 de functie van adjunct-architect bij Openbare Werken van de gemeente Haarlem, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de bouw van het Stedelijk Gymnasium daar (1923-1924). Ook bouwde hij in die tijd een aantal woningen voor particulieren, voor het merendeel in Wassenaar en Den Haag. In 1924 besloot Buijs zich als zelfstandig architect in Den Haag te vestigen toen hij de opdracht kreeg voor bouw van de Rudolf Steinerkliniek. Met Joan B. Lürsen, die hij in Haarlem had leren kennen, leidde hij tot 1955 het Bureau Buijs en Lürsen in Den Haag. Buijs voltooide deze grote kliniek in 1926 in een vorm zoals die door Steiner zelf aan de door hem ontworpen gebouwen was gegeven. Dat deze vormgeving niet Buijs' voorkeur had, blijkt uit niet uitgevoerde ontwerpen uit dezelfde tijd voor onder meer de Vrije School Den Haag, waar een aan de Stijl-estetiek verwante groepering van rechthoeken met verticale accenten domineert. Deze vormgeving vindt zijn hoogtepunt in het gebouw voor De Volharding, Den Haag (1927-1928), waarin vooral het glas en het gebruik van licht en kleur opmerkelijk zijn. Dit gebouw dat 's-avonds door veranderbare belettering en belichting van binnen uit tot een grote reclamezuil werd, maakte hem tijdelijk tot ver buiten Nederland zeer bekend. De Arbeiderspers in Amsterdam (1929-31) beschouwde hij als zijn liefste werk, waarschijnlijk omdat hij hierin uitdrukking kon geven aan het ideaal van een socialistisch architect: het bouwen van 'kathedralen van de Arbeid'.

Van zijn vooroorlogse werken zijn in het bijzonder nog het niet uitgevoerde Mausoleum voor Troelstra (1930) en de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (1933-37) te vermelden. Naast deze grote werken kreeg Buijs steeds opdrachten voor particuliere woonhuizen in Den Haag, Wassenaar en Voorschoten. Het huis voor mr. C.J. Leembruggen in Den Haag (1935) is het meest bijzondere door de schikking van rechthoekige vormen en door de bekleding met gele en grijze geglazuurde tegels.

In de oorlog ontwierp Buijs voor de Haagse Kunstkring het Voorhoutplan, waarin hij in de directe nabijheid van de Haagse Schouwburg een concertgebouw en andere culturele instellingen voorstelde. Deze plannen vonden geen doorgang, aangezien het door de architect Dudok ontworpen plan door de gemeente werd aangenomen. Naast een aantal opdrachten voor het ontwerpen van fabrieken wijdde Buijs zijn aandacht na de oorlog ook aan woningbouwprogramma's, zoals etagewoningen in Den Haag (1949) en in de nieuwe uitleg van Vlaardingen (1949).

Ziekte noopte hem in 1955 uit zijn bureau te treden, nadat een groot aantal particuliere woningen en twee kantoorgebouwen, te weten Het Nederlandsch Rundvee-stamboek (1951-1952) en het Hoofdproduktschap van Akkerbouwprodukten (1953-1955), in Den Haag gerealiseerd waren. Hij overleed op 72-jarige leeftijd.

Buiten zijn beroep wijdde Buijs zich aan de andere kunsten. Hij stimuleerde jonge kunstenaars en gaf opdrachten om in zijn gebouwen kunstwerken aan te brengen (Jacoba van Heemskerck, Rudolf Belling e.a.). Hij was een hartstochtelijk verzamelaar van moderne kunst. Ook als lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij was hij alleen actief waar het de kunst betrof: binnen de Arbeiders Jeugd Centrale in Den Haag gaf hij aan kinderen van arbeiders les in moderne schilder- en beeldhouwkunst en moderne architectuur en hij bezocht met hen musea. Het liefst nog hield hij zich bezig met zijn unieke verzameling kristallen, die hij steeds weer rangschikte en met lampen belichtte.

Een strijdbaar architect kan Buijs niet genoemd worden. Hij legde niet als vele van zijn collega's zijn ideeën vast in geschriften. Wel hield hij lezingen met lichtbeelden over moderne architectuur, waarin hij zich voornamelijk op de Duitse bouwkunst richtte. Voor het interieur koos hij in het bijzonder voor de wijze van vormgeven van het Bauhaus. Buijs was een van de eersten in Nederland die de stalen meubelen van Breuer gebruikte. Zijn interieurs zijn een uiting van de Nieuwe Zakelijkheid evenals het gebouw van De Arbeiderspers, dat vanwege het nieuw-zakelijke karakter tegenstand ondervond van de Amsterdamse schoonheidscommissie. Toch is Buijs niet zonder meer te klassificeren bij deze stroming. Hij probeerde in zijn ontwerpen meestal de Nieuwe Zakelijkheid met de estetiek van De Stijl te combineren. Het duidelijkst is dit in De Volharding, waar hij tevens op een expressieve, nieuwe manier de mogelijkheden van het gebruik van glas - in enkele partijen gekleurd -en elektrisch licht heeft verruimd. Voor de strenge Nieuw-Zakelijken was dit'... nog te decoratief...'. Buijs neemt daarom in de bouwkunst een eigen plaats in vergelijkbaar met W.M. Dudok en J. Wils.

A: Archief-Buijs - Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst te Amsterda

L: G.J., '1959: een gedenkjaar voor Buijs en Lürsen', in Bouwkundig Weekblad 77 (1959) 392-402; A.J. van der Steur, ibidem 79 (1961) V; Haagsche Courant 20-10-1961 en Het Vaderland 20-10-1961; C.M. Rehorst, Ir. Jan W.E. Buijs, architect (in voorbereiding).

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 281.

Ch.M. Rehorst


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013