Buitendijk, Alida Margaretha (1903-1950)

 
English | Nederlands

BUITENDIJK, Alida Margaretha (1903-1950)

Buitendijk, Alida Margaretha, zoöloge (Leiden 1-4-1903 - Leiden 12-9-1950). Dochter van Pieter Buitendijk, scheepsarts, en Marrigje de Graaf. Zij was ongehuwd.

Alida Buitendijk bezocht te Leiden de lagere school en de meisjes-HBS met 5-jarige cursus. Daarna studeerde zij biologie aan de Leidse universiteit, waar zij bij haar vrij gefortuneerde ouders bleef wonen. Door haar vooropleiding kon zij niet de gewone universitaire studie voltooien, maar moest genoegen nemen met de middelbare akte K IV, die zij op 15 december 1926 verwierf. Tijdens haar studie toonde zij grote interesse voor de systematische zoölogie, welke tot uiting kwam in haar toenmalige onderzoekingen over inlandse Collembola (springstaarten), vooral met de bedoeling een prijsvraag te beantwoorden, die in 1926 door de Nederlandsche Entomologische Vereeniging was uitgeschreven. Haar belangstelling voor de zoölogie erfde zij stellig van haar vader, die als scheepsarts van de stoomvaartmaatschappij Nederland tussen 1900 en 1930 op zijn vele reizen naar en van het toenmalige Nederlands- Oost-Indië belangrijke collecties zeedieren, vooral vissen, bijeenbracht, met de bedoeling deze later wetenschappelijk te onderzoeken; deze collecties schonk hij grotendeels aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Zijn dochter verstevigde de banden met dit museum door er op l oktober 1930 in dienst te treden als schrijfster 2e klasse. Al spoedig bleek dat haar wetenschappelijke belangstelling en aanleg een betere positie rechtvaardigden, doch pas op l januari 1937 werd zij bevorderd tot laborante en op 31 januari 1938 tot assistente in vaste dienst. Haar werd in de afdeling Arthropoda (geleedpotigen), onder de conservator H.C. Blote, het toezicht opgedragen over de Collembola en over alle niet tot de insecten behorende groepen van die afdeling (Crustacea == schaaldieren, Chelicerata etc.). Op l januari 1944 werd zij bevorderd tot conservator van de nieuw gevormde afdeling Arthropoda non Insecta, een functie die zij tot haar dood behield. Naast dit wetenschappelijk beroep heeft zij zich in haar vrije tijd intensief met de padvinderij beziggehouden.

In de tijd dat mej. Buitendijk een administratieve rang bekleedde vond zij de gelegenheid om, naast het museum-technische werk, haar reeds tijdens haar studie begonnen onderzoekingen over de Collembola voort te zetten; deze onderzoekingen zouden ten slotte in 1941 leiden tot de samenvattende publikatie van het deel Collembola in de serie Fauna van Nederland. Op aandrang van de directeur van het museum, H. Boschma, was zij al na 1935 onderzoekingen over Decapoda Crustacea van de groepen der Paguridea (heremietkrabben) en Brachyura (krabben) begonnen. Een tiental belangrijke publikaties over Indo-Westpacifische soorten verscheen van haar hand, grotendeels gebaseerd op het uitgebreide materiaal verzameld door de Snellius-expeditie (1929-1930) in de oostelijke Indische Archipel (Paguridea, Dromiacea, Oxystomata, Oxyrhyncha, Atelecyclidae en Xanthidae). Verder publiceerde zij belangrijke bijdragen over de krabbenfauna van Mexico, Malaya en Zuid-Afrika. Zij stelde ook een voorlopige catalogus samen van de zeer belangrijke collectie Acari (mijten), die door wijlen A.C. Oudemans, een van de belangrijkste autoriteiten op het gebied van deze diergroep, aan het museum nagelaten was. Deze catalogus werd in 1945 gepubliceerd.

Door haar vroegtijdige dood bleven enkele door haar begonnen grote projecten, zoals een revisie van de familie der Xanthidae, onvoltooid. De bewerking der Brachyura voor de serie Fauna van Nederland werd door haar beëindigd, doch is helaas niet gepubliceerd. Zij vermaakte haar gehele zoölogische bibliotheek en een aanzienlijk geldbedrag aan het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie. Van deze som werd het Alida M. Buitendijk Fonds opgericht, bedoeld om wetenschappelijke reizen van stafleden van het Museum geheel of gedeeltelijk te bekostigen.

Mej. Buitendijk was een onderzoekster van uitzonderlijke bekwaamheden, die allerlei moeilijke kwesties op haar vakgebied op ingenieuze manier wist op te lossen. Haar publikaties waren zeer zorgvuldig opgezet en met grote accuratesse uitgewerkt. Ondanks het feit dat zij op jeugdige leeftijd overleed heeft zij de kennis van de door haar onderzochte diergroepen zeer bevorderd.

P: Behalve in de tekst vermeld werk zijn haar entomologische publikaties te vinden in onder L genoemde Entomologische Berichten. Naast haar omvangrijke acarologische catalogus, in Zoologische Mededelingen ... 24 (1945) 281-391, publiceerde zij 14 carcinologische artikelen.

L: H. Boschma, in Entomologische Berichten 13 (1950) 306 (l december) 177-178; idem, in Vakblad voor Biologen 30 (1950) 10 (oktober) 174-175; J E. Leene, in Mededelingen van de Nederlandse Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding 16 (1950) 4 (oktober) l.

L.B. Holthuis


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013