Clercq, Gustaaf de (1888-1953)

 
English | Nederlands

CLERCQ, Gustaaf de (1888-1953)

Clercq, Gustaaf de, stooktechnisch adviseur en voorzitter AVRO (Riouw in Ned.-Indië 7-11-1888 - Amsterdam 30-10-1953). Zoon van Frederik Sigismund Alexander de Clercq, resident van Riouw, en Anna Paulina van Gennep. Gehuwd sinds 8-8-1917 met Marianne Nicoline Leonore de Weerd. Uit dit huwelijk waren geen kinderen.

afbeelding van Clercq, Gustaaf de

De Clercq doorliep het gymnasium in 's-Gravenhage en Tiel en deed eindexamen in 1907. Vervolgens studeerde hij tot 1912 scheikunde aan de Universiteit van Amsterdam en was daarna werkzaam als chemicus in de praktijk. Hij werkte o.a. op de gasfabriek van Voorburg, op het natuurkundig laboratorium van Philips Eindhoven, bij de gistfabriek Hollandia in Schiedam en bij de veevoederfabriek De Klingelbeek in Arnhem, van welke fabriek hij in 1918 directeur werd. In 1920 werd de fabriek stopgezet en werd hij benoemd eerst tot adjunct-directeur en in 1923 tot directeur van de gistfabriek Hollandia in Schiedam. In 1925 trad hij als zodanig af en maakte hij twee jaar lang reizen in het buitenland alvorens zich in Amsterdam te vestigen. Daar was hij adviseur op het gebied van het stoken van verwarmingsapparatuur, waarover toentertijd nog zo goed als geen voorlichting bestond. Sinds 1929 tot de opheffing in 1941 was De Clercq tevens hoofdredacteur van het periodiek Brandstoffen. Talloze brochures over stooktechniek werden door hem geschreven. Ook verzorgde hij over deze materie cursussen aan Volksuniversiteiten.

Van 1-1-1928 tot 1-1-1936 was De Clercq penningmeester van de Algemeene Vereeniging 'Radio Omroep', van 25-7-1931 tot 11 -7-1936 tevens waarnemend voorzitter en op 11 -7 -1936 werd hij tot voorzitter gekozen. Hij is dat (met een onderbreking in de oorlog) tot zijn dood in 1953 gebleven.

Na de oorlog, toen de omroepen hun werk weer konden voortzetten, ontstonden er spanningen tussen hem als voorzitter en Willem Vogt als directeur. De Clercq liet zich sterker gelden en wenste meer dan vroeger, toen Vogts inbreng en invloed groot waren geweest, zijn stempel op het AVRO-beleid te drukken, ook op het gebied van programmazaken. Het werd ten slotte een competentiegeschil. Op 1 juli 1952 bood Vogt zijn ontslag aan. Vier dagen later was het conflict het voornaamste agendapunt op een ledenvergadering. Nog enkele jaren daarna is het (zelfs na de dood van De Clercq in 1953) rumoerig rond de AVRO gebleven.

Naast zijn werkzaamheden bij de AVRO bekleedde De Clercq sinds de oprichting van de Nederlandse Radio Unie in 1947 verschillende functies bij die Stichting: penningmeester, ondervoorzitter van het Personeelfonds en lid van de Programma Coördinatie Commissie. Van de Nederlandse Televisie Stichting was hij penningmeester. Van de Stichting Omroep Woningbouw penningmeester en van de Stichting Nederlandse Schoolradio lid van het bestuur. Van de Federatie van Omroepverenigingen was hij afwisselend voorzitter en secretaris-penningmeester. De Clercq was een bekende figuur in het Hilversumse radioleven die een persoonlijk cachet aan zijn voorzittersfunctie wist te geven, energie uitstralend, actief op de voorgrond tredend en zich als onmisbaar manager aandienend in het vooral vóór de oorlog van aanhang en steun afhankelijke bedrijf.

P: Kolenanalyses (2e dr. Amsterdam, 1931); Huisbrandstoffen en hare verbranding (2e dr. Amsterdam, 1933).

L: J. Bank, ''Een halve eeuw omroephistorie in hoofdlijnen', in Historie en perspektieven, 50 jaar AVRO. Samengest. onder red. van W. Huygen (Hilversum, 1973) 38-39; Dick Verkijk, Radio Hilversum 1940-1945 (Amsterdam, 1974).

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 303.

J.J. van Herpen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013