Dito, Johannes Karel Marie (1904-1977)

 
English | Nederlands

DITO, Johannes Karel Marie (1904-1977)

Dito, Johannes Karel Marie, R.K. priester, lid van de Orde der Dominicanen, voorzitter van de Katholieke Radio Omroep (Velsen 9-10-1904 - Den Haag 20-9-1977). Zoon van Simon Johannes Dito, commies bij de Hollandsche IJzeren Spoorwegmij., en Rensiena Petronella Spoelstra. afbeelding van Dito, Johannes Karel Marie

Dito trad na zijn gymnasiale opleiding te Nijmegen in 1922 toe tot de Orde der Dominicanen. Op zijn priesterwijding in 1929 volgden theologische studies die in 1930 werden afgerond met het behalen van de in die Orde geldende wetenschappelijke graad van 'lector in de theologie' (vergelijkbaar met het doctoraat in de godgeleerdheid) op het in het Latijn geschreven proefschrift 'De Mediatione Beatae Mariae Virginis' (Over het Middelaarschap van de H. Maagd Maria). Aangezien hij al tijdens zijn studiejaren grote belangstelling had getoond voor het toen nog nieuwe medium radio als middel van verkondiging, nodigde de oprichter en voorzitter van de Stichting Katholieke Radio Omroep zijn ordebroeder pastoor L.H. Perquin hem in 1930 uit om zijn assistent te worden. Na een korte periode van werkzaamheid op de propaganda- en de programma-afdeling werd hij om zijn organisatorische gaven opgenomen in de dagelijkse leiding van de KRO. Hij onderhield als zodanig de contacten met vele katholieke culturele, godsdienstige en sociale organisaties; ook als secretaris van de Katholieke Radio Volksuniversiteit. Hij vertegenwoordigde de KRO bij een aantal officiële radioinstanties zoals de Radioraad, de Radio Contact Commissie, het Centraal Bureau voor de Omroep en de Indië-Programma-Commissie.

Zijn grote belangstelling voor het missiewerk bracht hem in 1933 tot het initiatief om via de kortegolfzender van Philips-[Omroep]-Holland-Indië (De PHOHI) wekelijks uitzendingen van een uur te verzorgen voor de missionarissen in de Oost. In 1935 was dit werk al uitgegroeid tot de wekelijkse verzorging van vier programma's van een uur voor landgenoten in Azië, Afrika, Midden- en Zuid-Amerika. Pater Dito had ruim zes jaar de leiding van deze 'KRO-Werelduitzendingen'. Hij was echter ook op een andere manier internationaal werkzaam. Aanvankelijk medewerker, werd hij in 1935 directeur van het Internationaal Katholiek Radio Bureau (de huidige organisatie UNDA) waarvan KRO-voorzitter L.H. Perquin in 1928 een van de oprichters was. Dit instituut beoogde samenwerking van alle katholieke radio-organisaties in Europa. Zijn arbeid op dat terrein vond erkenning in enkele buitenlandse onderscheidingen. Na de dood van KRO-voorzitter Perquin in 1938 benoemde het KRO-bestuur hem tot diens opvolger. Dito was toen 34 jaar.

Tijdens zijn KRO-voorzitterschap werd Nederland in 1940 betrokken in de Tweede Wereldoorlog en in mei door de Duitsers bezet. Gedurende de eerste tien maanden van de bezetting heeft pater Dito met de meest oprechte bedoelingen gestreden voor het behoud van het Nederlandse omroepbestel en voor het bestaan van de KRO in het bijzonder. Vooral dit laatste zag hij als zijn persoonlijke opdracht. Zijn wijze van optreden in die periode is, evenals dat van een aantal andere omroepleiders, na de oorlog ernstig bekritiseerd. Men verweet het o.m. een al te grote en gewillige meegaandheid met de eisen van de bezettende macht. Om de KRO te behouden was hij tot belangrijke concessies bereid, mits het in religieus opzicht geen principiële waren. Hoewel hij zowel met zijn bestuur als met de aartsbisschop mgr.dr. J. de Jong over diverse maatregelen overleg pleegde, trad hij ook nog wel eens eigenmachtig op waardoor gevaarlijke situaties ontstonden. Toen echter in december bleek dat de bezettingsautoriteiten de concentratie van de omroep verlangden en een beleidslijn uitstippelden waarbij de KRO zijn autonome werkzaamheid moest prijsgeven, besloot pater Dito te zamen met zijn bestuur de uitzendingen onmiddellijk stop te zetten. Dit werd hun verboden tot de dag dat de oude omroeporganisaties plaats moesten maken voor de nieuwe, op nationaal-socialistische leest geschoeide, 'Rijksradio-omroep De Nederlandsche Omroep'. De KRO eindigde op zaterdagavond 8 maart 1941 zijn werkzaamheid met een afscheidstoespraak door pater Dito. Na de liquidatie werden geen katholieke programma's meer uitgezonden.

Toen bij het wenden van de Duitse krijgskans in het geheim de terugkeer van de oude omroepen na de oorlog werd voorbereid, bleken er zowel intern als bij het episcopaat bezwaren te bestaan tegen de terugkeer van pater Dito als voorzitter van de KRO. Deze bezwaren werden sterker toen hij in mei 1944 buiten medeweten van de aartsbisschop en van het KRO-bestuur via Zwitserland en Spanje Londen wist te bereiken waar hij met de Nederlandse regering in ballingschap de toekomstige organisatie van het radiobestel besprak. Na de bevrijding in juli 1945 liet mgr. De Jong schriftelijk weten dat hij graag een ander op de voorzitterszetel van de KRO zag. Pater Dito diende in augustus 1945 zijn ontslag in bij het KRO-bestuur. Dit werd hem eervol verleend met de erkenning van de vele goede diensten die hij in de afgelopen vijftien jaar aan de KRO bewezen had. Hij werd opgevolgd door zijn ordebroeder prof.mag.dr. J.B. Kors.

Tot 1953 wijdde pater Dito zich vanuit Fribourg (Zwitserland) aan het werk van het internationale katholieke radio- en televisie-instituut UNDA. Daarna belastte de kerkelijke overheid hem met pastorale taken o.a. in Denemarken. Van 1963 tot 1971 was hij verbonden aan het internationale katholieke studie- en informatiecentrum 'Pro Mundi Vita' in Brussel dat zich vooral bezighoudt met de bestudering van godsdienstige en sociale problemen in de ontwikkelingslanden. In zijn laatste levensjaren was hij medewerker van het Centraal Missie Commissariaat, waar men profiteerde van zijn organisatorische talenten en zijn grote kennis van internationale missionaire zaken. In 1972 was hij een der organisatoren van de succesvolle oecumenische actie 'Kom over de Brug' (Kerken in Nederland helpen kerken overzee).

Pater Dito was een man van grote werkdrift, voortvarend en energiek bij alles wat hij aanpakte. Een man ook van grote, soms te grote verbeeldingskracht waardoor hij, vooral in zijn jongere jaren, de realiteit nog al eens uit het oog verloor. Daarvan heeft hij enkele malen in zijn leven de bittere gevolgen ondervonden. Dit heeft hem echter nooit depressief en evenmin opstandig gemaakt. Hij aanvaardde de gevolgen en poogde dan gemaakte fouten te vermijden. Bij zijn dood in 1977 bleek dat men zeer veel waarde hechtte aan zijn positieve eigenschappen omdat men overtuigd was van de zuiverheid van zijn overtuigingen bij alles wat hij ondernam. Dit gold zeker voor de periode van zijn werkzaamheid in de omroep. Aan de ontwikkeling van dit medium in de vooroorlogse jaren heeft hij een groot aandeel gehad. Dat werk was niet enkel in het belang van het katholieke volksdeel maar ook in dat van het Nederlandse volk als geheel.

A: Archief KRO, Hilversum; Aartsbisschoppelijk Archief, Utrecht.

P: Artikelen in de Katholieke Radio-Gids in de jaren 1930-1941.

L: Paul de Waart in de Katholieke Radio-Gids 14 (1938) 38 (17 september) 2 en 3; ibidem, 16 (1940) 31 (3 augustus) 3; KRO 1925-1950 . . . [Door L. Lutz en T. van Tomputte. Hilversum, 1950]; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog (Den Haag, 1972) IV 651, 653-654, 662, 664-665; D. Verkijk, Radio Hilversum. 1940-1945 (Amsterdam, 1974) passim; H. v.d. Heuvel, Nationaal of Verzuild... (Baarn, 1976) passim.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 362.

H.W.A. Joosten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013