Edelman, Cornelis Hendrik (1903-1964)

 
English | Nederlands

EDELMAN, Cornelis Hendrik (1903-1964)

Edelman, Cornelis Hendrik, bodemkundige (Rotterdam 29-1-1903 - Wageningen 15-5-1964). Zoon van Hendrik Cornelis Edelman, onderwijzer, en Maria Catharina van Schoonneveldt. Gehuwd op 5-4-1928 met Johanna van Werkhoven. Na echtscheiding op 13-2-1953, hertrouwd met Alida Wilhelmina Vlam op 7-3-1953. Uit het eerste huwelijk werden 6 zoons en 1 dochter geboren. Het tweede was kinderloos. afbeelding van Edelman, Cornelis Hendrik

Edelman bezocht te Rotterdam de lagere school en de HBS. In Delft behaalde hij in 1924 op 21-jarige leeftijd het diploma mijnbouwkundig ingenieur. Door toedoen van zijn leermeester prof. J.A. Grutterink werd hem een geologische opdracht in de afdeling onderzoek van de N.V. Bataafsche Petroleum Maatschappij gegeven. Na een vierjarig assistentschap in de mineralogie in Delft volgde zijn benoeming tot conservator aan het nieuwe Geologische Instituut van de Universiteit van Amsterdam, waar hij met subsidie van de Bataafsche Petroleum Maatschappij bovendien een eigen sediment petrologisch laboratorium inrichtte.

In die periode verrichtte Edelman reeds baanbrekend werk op het gebied van de ruimtelijke verbreiding van associaties van zware mineralen. Samen met zijn medewerker, die het Tertiair had bewerkt, de latere Wageningse hoogleraar D.J. Doeglas, legde hij de basis voor een nieuwe richting in het sediment petrologisch onderzoek. Op 27 september 1933 promoveerde hij in Amsterdam 'met lof op het proefschrift Petrografische provincies in het Nederlandsche kwartair. De ingangsdatum van de benoeming van Edelman tot hoogleraar in de minéralogie, de petrologie, de geologie en de agrogeologie aan de Landbouwhogeschool te Wageningen was 1 oktober 1933, vier dagen na zijn promotie. Hij werd hierdoor de opvolger van J. van Baren.

Tot de staf van Edelmans laboratorium in Wageningen behoorde ir. W.A.J. Oosting, die studie maakte van landschap en bodemprofiel. Door eigen aanleg en interesse voor de bestudering van ruimtelijke verschijnselen in hun onderlinge samenhang sprak Edelman dit werk geweldig aan en daarom richtte zich zijn aandacht na het overlijden van Oosting in 1942, in hoofdzaak op wat tegenwoordig de veldbodemkunde of fysiografische bodemkunde heet, waarvan de resultaten worden vastgelegd op bodemkaarten. Hij wist een aantal jonge mensen ook voor deze studie enthousiast te maken. Deze kwamen er door zijn stimulans toe zich in een aantal gebieden van ons land bezig te houden met bodemkartering. Toekomstige gebruikers, zoals landbouwkundigen, cultuurtechnici, planologen etc. werden, dank zij de bijzondere begaafdheid van Edelman ook op het gebied van de public relations, overtuigd van de grote betekenis van dit onderzoek. Niets lag meer voor de hand dan hem te benoemen tot directeur van de in augustus 1945 tot stand gekomen Stichting voor Bodemkartering, Deze functie werd tot maart 1955 door hem vervuld.

Vooral na de oorlog bleek overigens dat Edelman in vele andere opzichten waardering en erkenning vond. Ook zijn organisatorische talenten werden dankbaar benut. In het studiejaar 1946-1947 was hij bovendien rector magnificus van de Landbouwhogeschool. Zijn werk en ook zijn persoon trokken niet alleen in ons land maar ook ver daarbuiten grote aandacht. Mede door zijn toedoen kwam o.a. in België de bodemkartering onder leiding van zijn vriend en collega prof. R. Tavernier van de Rijksuniversiteit te Gent, van de grond. Deze Universiteit verleende hem in 1946 een eredoctoraat, vooral wegens zijn geologisch, sediment petrologisch en mineralogisch werk. Op uitnodiging van internationale organisaties (o.a. de FAO) en buitenlandse regeringen bezocht hij vele landen om bodemkundige studies te maken en daarop gebaseerde adviezen t.a.v. grondgebruik in de meest ruime betekenis te geven. Dit bracht hem in aanraking met de problematiek van de ontwikkelingslanden, waarvoor hij de jonge Wageningers ook weer wist te enthousiasmeren. Hij volstond niet met het bezoeken van ontwikkelingslanden maar zorgde ook voor de totstandkoming van cursussen voor landbouwvoorlichters uit die landen. Voorts was hij een van de initiatiefnemers bij de oprichting van het inmiddels wereldbekend geworden International Agricultural Centre. In de stichting van het International Training Centre on Aerial Photography van prof. W. Schermerhorn te Delft (later in Enschede) had hij, speciaal wat betreft de fysiografisch bodemkundige interpretatie van luchtfoto's een beslissend aandeel. Vanaf het begin waren daar zijn oud-leerlingen en medewerkers achtereenvolgens docent aan dit centrum. Edelman was bovendien voorzitter van de na de oorlog heropgerichte Intern. Soil Science Society en hij werd belast met de organisatie van het IVe Internationale Bodemkundig Congres in 1950 in Amsterdam, waaraan bodemkundigen uit de hele wereld deelnamen.

Behalve het eredoctoraat in Gent viel Edelman nog een aantal binnen- en buitenlandse onderscheidingen ten deel. De belangrijkste hiervan zijn: erelid Société belge de Geologie, erepenning Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap, lid Kon. Ned. Akad. v. Wetenschappen, lid Monumentenraad, erelid Kon. Ned. Aardrijkskundig Genootschap en ereraadslid Consejo Superior de Investigaciones Científicas (Spanje).

Edelman heeft zowel nationaal als internationaal veel tot stand gebracht en zeer grote invloed gehad. Dit betrof in de eerste plaats de eigenlijke bodemkunde en de daarmee in verband staande praktische toepassingen der bodemkartering. Behalve de reeds genoemde geologie en sediment petrologie trok hij ook de hulpwetenschappen van de bodemkunde binnen zijn kring van aandacht: o.a. de fysische en historische geografie, geomorfologie, archeologie en toponymie. Dank zij zijn beoefening daarvan werden wegen geopend tot volslagen nieuwe inzichten, waarvan o.a. artikelen van M.J.M. Osse, M.W. Heslinga en A.J. Wiggers, Ph.H. Kuenen en R. Tavernier getuigenis afleggen. Hij was tot dit alles in staat door zijn vermogen zeer snel een inzicht te verkrijgen in de door hem beoefende wetenschappen en de mogelijkheden die deze hadden voor de toepassingen. Daarnaast voelde hij zich ook sterk geroepen zijn inzichten en resultaten de nodige bekendheid te geven, zowel in wetenschappelijke, als meer populariserende verhandelingen o.a. in weekbladen van allerlei aard. Ongeveer 250 publikaties staan op zijn naam. Talloze spreekbeurten werden in binnen- en buitenland vervuld en hij wist zijn gehoor enthousiast te maken en mee te slepen. Edelman was niet alleen een groot schrijver en spreker. Hij bezat de gave om mensen te wijzen op de mogelijkheden die ze in zich hadden en waarvan ze zich maar ten dele bewust waren.

P: Volledige bibliografie achter de hieronder genoemde artikelen van Osse en Pijls.

L: M.J.M. Osse, -Professor Dr.Ir. C.H. Edelman 25 jaar Hoogleraar aan de Landbouwhogeschool (1933-1 oktober 1958)', in Boor en Spade 10 (1959) 1-11; R. Tavernier, in Jaarboek Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België 26 (1964) 306-309; D.P. Blok, in Mededelingen van de Vereniging voor Naamkunde te Leuven en de commissies voor naamkunde te Amsterdam 40 (1964) 33-35; Ph.H. Kuenen, in Jaarboek der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1964-1965, 353-357; F.W.G. Pijls, in Boor en Spade 14 (1965) 9-11; M.W. Heslinga en A.J. Wiggers 'Over de betekenis van C.H. Edelman voor de geografie', in Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap 83 (1966) 4-14.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 416.

F.W.G. Pijls


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013