Eesteren, Jacobus Pieter van (1901-1972)

 
English | Nederlands

EESTEREN, Jacobus Pieter van (1901-1972)

Eesteren, Jacobus Pieter van, aannemer van bouwwerken (Alblasserdam 18-6-1901 - Op de autoweg Breda-richting Antwerpen 15-11-1972). Zoon van Balten van Eesteren, aannemer, en Sietje Holleman. Gehuwd sinds 20-8-1924 met Annigje Stout. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren. Na de scheiding op 28-3-1953 gehuwd op 9-4-1953 met Neeltje Timmerman. afbeelding van Eesteren, Jacobus Pieter van

Van Eesteren was als één der zoons van de directeur van het grote aannemersbedrijf N.V. v/h Boele en Van Eesteren te Alblasserdam vrijwel voorbestemd tot hetzelfde vak, waartoe hij trouwens door zijn eigen aanleg mede gedreven werd. Net als zijn vader, die politiek actief was geweest, tot de oprichters van de Christelijke-Historische Unie had behoord en een sterke persoonlijkheid bezat, ging ook de zoon voor niemand opzij. Daarom was het niet te verwonderen, dat hij na zijn schooltijd, opleiding op een MULO en de ambachtsschool, aangevuld door privaatlessen in technische vakken, zich eerst in het aannemingsbedrijf W. Korevaar in zijn woonplaats als volontair voorbereidde op de praktijk van het vak. Vervolgens werd hij, ternauwernood volwassen, onderdirecteur en een paar jaar later mededirecteur in de onderneming van zijn vader. Zijn begenadigde ondernemersnatuur dreef hem spoedig tot groter zelfstandigheid. In 1932 vestigde hij met zes man personeel en een geleende betonmolen te Rotterdam de N.V. Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren, welke later nog enige gedaantewisselingen in de formele ondernemingsvorm zou beleven. Achtereenvolgens zou hij daarin de functies van directeur, lid van de Raad van Beheer en commissaris bekleden.

De nieuwe onderneming sloeg al spoedig haar vleugels krachtig uit. De jonge ondernemer voelde zich bezield door de dynamiek van de grote havenstad. Reeds na enkele jaren leverde Van Eesteren de krachtprestatie om in een economisch moeilijke tijd in Rotterdam-Zuid het grote Feyenoordstadion in 1937 voor f. 850.000 te bouwen waarvan hij f. 25000 garanderen moest - een voor die tijd groot waagstuk. In de oorlogsjaren wist hij het bedrijf gaande te houden door in opdracht van de Rijksgebouwendienst in 1943 bewaarplaatsen te bouwen voor de Nederlandse kunstschatten en voor de Koninklijke Bibliotheek. Na de oorlog ontplooide deze aannemer eerst recht zijn krachten. Reeds terstond wijdde hij zich aan de reconstructie van het woningbestand in de Betuwe en op Walcheren. Zonder op volledigheid te kunnen bogen zij herinnerd aan het herrijzend centrum van Rotterdam, zoals het Bouwcentrum (1949; met uitbreidingen in 1955 en 1965), het Groothandelsgebouw (1953; in combinatie), 2 bioscooptheaters (1955), de Euromast alsmede Rijnhotel en Stationspostkantoor (1959), het academisch ziekenhuis Dijkzicht (1961), het assurantiekantoor van de Stad Rotterdam (1962), de Antwoordkerk (1964) die hij in een week moest voltooien, het imposante kantoorgebouw van Phs. van Ommeren (1964), 3 flatgebouwen op de Maasboulevard (1965) en de Medische Faculteit (1972). Hij bepaalde voor een goed deel de nieuwe skyline van Rotterdam. Doch ook buiten de plaats van zijn vestiging ontplooide hij zijn rusteloze activiteit door vestigingen in Amsterdam, 's-Gravenhage, Limburg, Brussel en zelfs in de Congo. Het was misschien wel de kroon op zijn werk, dat hem in 's lands hoofdstad de bouw van het nieuwe hoofdkantoor van de Nederlandse Bank werd opgedragen. De oplevering van het laatste deel van het complex geschiedde op 1 december 1967.

Het welslagen van Van Eesteren was mede te danken aan zijn streven om zijn aannemingsbedrijf in een zeer vroeg stadium door voeling met de architecten te doen inschakelen in de voorbereiding van de grote werken, waardoor een team werd gevormd van verschillende betrokkenen, welke aan de uitvoering ten goede kwam. Ook overigens sloeg hij nieuwe wegen in. Doelmatigheid van de woningbouw had zijn grote belangstelling. Na studie van wat anderen hadden gepresteerd op het gebied van grote elementenbouw ontwikkelde hij in eigen huis wat de ERA-methode zou worden. Bij deze methode - Van Eesterens Rationeel - werd in een skelet in de vorm van een betonconstructie met massieve wanden en vloeren van beton een inbouwpakket ingeschoven, dat variabel van inhoud was. Hiermee had hij sinds 1964 alweer groot succes en bouwde duizenden woningen. Het lag ook geheel in zijn lijn, dat hij zich levendig interesseerde voor de Stichting Bouwcentrum te Rotterdam, waarvan hij een actief bestuurslid werd, evenals van enkele juridisch daarnevens werkende stichtingen, welke als onderdelen zijn te beschouwen. Van Eesteren bekleedde bovendien verscheidene functies in zijn branche. Van 1964 tot 1971 was hij lid van de Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Rotterdam, terwijl hij daarnaast diverse bestuursfuncties in werkgeversorganisaties in de bouwnijverheid vervulde zowel op lokaal als nationaal niveau. Als blijk van waardering werd hem het erelidmaatschap van de Nederlandse Aannemersbond en Patroonsbond voor de bouwbedrijven in Nederland (NAPB) aangeboden.

Zo bij uitstek actieve mensen zijn altijd degenen, die tijd weten te vinden voor ontplooiing in andere richtingen. Toen de Euromast in 1959 de voltooiing naderde schreef hij een prijsvraag uit voor de bepaling van het juiste tijdstip van de laatste storting van beton voor dit bouwwerk. Deze aardigheid leverde een vrij aanzienlijk bedrag op, waarvoor Van Eesteren een liefdadige bestemming zocht. Een relatie uit zijn werkzame leven maakte hem toen opmerkzaam op een aantal kinderen, die door epidemie van poliomyelitis zwaar beproefd werden. De spontane en gevoelige man organiseerde vervolgens op nog ruimere schaal de verlening van hulp aan in verschillende vorm gehandicapte medemensen, waarvoor de Stichting Bouwend Rotterdam in het leven werd geroepen. Hij trad daarin op als vice-voorzitter met volkomen persoonlijke inzet.

Van Eesteren was een man van grote spontaniteit en een ontwapenende openhartigheid die om zijn menselijkheid ruimschoots persoonlijke sympathie genoot en een sterk bindend element vormde in de kringen, waarin hij zich bewoog, ondanks de met zijn energie in de dagelijkse omgang gepaard gaande ook ongemakkelijke eigenschappen. Het lag in de lijn van de zorg voor zijn bedrijf en zijn 1800 medewerkers, dat hij zich op 65-jarige leeftijd uit de dagelijkse leiding begon terug te trekken en het complex van zijn ondernemingen in een groter concern deed opgaan. Om persoonlijke redenen vestigde hij zich in die latere jaren te Brasschaat in België. Tot zijn einde bleef hij met grote toewijding getrouw aan zijn ijver voor de gebrekkige medemens en het daarvoor in Rotterdam opgezette werk. Het was zijn noodlot, dat hij in de avond van 15 november van Rotterdam na een vergadering van de Stichting Bouwend Rotterdam naar huis terugkerend in België als gevolg van ijzelvorming op de weg door een auto-ongeval om het leven kwam.

L: Herdenkingsartikelen in De Driehoek. Contactorgaan van de N.V. Aanneming Maatschappij J.P. van Eesteren... (1972) 29 (december) 1-6; J.J. Waning sr., in De Aannemer 77 (1972) 22 (24 november) 9.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 420.

W.F. Lichtenauer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013