Ehrenfest, Paul (1880-1933)

 
English | Nederlands

EHRENFEST, Paul (1880-1933)

Ehrenfest, Paul (oorspronkelijk Oostenrijker; genaturaliseerd bij de Wet van 24-3-1922, Staatsblad no. 142) natuurkundige (Wenen 18-1-1880 - Amsterdam 25-9-1933). Zoon van Sigmund Ehrenfest, winkelier, en Johanna Jellinek. Gehuwd sinds 21-12-1904 met Tatiana Afanassjewa. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 2 zonen geboren. afbeelding van Ehrenfest, Paul

Paul Ehrenfest groeide te Wenen op in een uit een dorp van Moravië afkomstig joods gezin. Zijn ouders dreven een bloeiende zaak in levensmiddelen en huishoudelijke artikelen. Hoewel de Ehrenfests het orthodox joodse geloof opgegeven hadden, kreeg Paul toch enig onderricht in Hebreeuws en de geschiedenis van het joodse volk. Later werd door hem steeds de nadruk gelegd op zijn joodse afkomst.

Hoewel op de lagere school een uitblinker, excelleerde Ehrenfest op het Akademisches Gymnasium alleen in wiskunde. Hij was vaak gedeprimeerd en zijn oudste broer Arthur, een werktuigbouwkundig ingenieur, die na de dood van de vader in 1896 voogd werd, had moeite hem te laten doorzetten. Toen Paul evenwel naar het Franz Josef gymnasium overgestapt was, ging het beter en in 1899 werd het eindexamen met succes afgelegd. Hij liet zich aan de Technische Hogeschool inschrijven met als hoofdvak scheikunde, maar hij volgde ook colleges aan de Universiteit en wel in het bijzonder die van Ludwig Boltzmann over mechanische warmtetheorie. Deze voordrachten hadden een beslissende invloed en deden Ehrenfest besluiten zich vooral aan theoretische fysica te wijden; zij bepaalden tevens voor vele jaren zijn hoofdzakelijk werkgebied en gaven een voorbeeld van briljant doceren. In die tijd placht men in de Duitstalige wereld niet aan één universiteit te studeren en in 1901 trok Ehrenfest naar Göttingen, een tot 1933 belangrijk centrum voor wiskunde en theoretische natuurkunde. Daar vond de ontmoeting plaats met een jonge Russische mathematica, zijn toekomstige vrouw. In het voorjaar van 1903 tijdens een korte reis naar Leiden maakte hij kennis met H.A. Lorentz.

Inmiddels was een dissertatie voorbereid, een degelijke en in een aantal stilistische opzichten reeds karakteristieke, maar niet bijzonder belangrijke, studie over een onderwerp uit de klassieke mechanica getiteld Die Bewegung starrer Körper in Flüssigkeiten und die Mechanik von Hertz. Op 23 juni 1904 werd de doctorsgraad behaald te Wenen, waar hij in 1904 en 1905 verbleef.

Het echtpaar Ehrenfest keerde in september 1906 terug naar Göttingen. Zij zouden Boltzmann niet weerzien: deze maakte op 6 september in Duino bij Triest een eind aan zijn leven. Ehrenfest publiceerde over hem een uitvoerige herdenking, waarin diens levenswerk fraai uiteengezet wordt; over de mens Boltzmann heeft hij zich noch toen, noch later uitgelaten.

Felix Klein, de nestor der Göttinger mathematici en hoofdredacteur van de Enzyklopädie der mathematischen Wissenschaften had op Boltzmann gerekend voor een artikel over statistische mechanica. Nu verzocht hij Ehrenfest, hem bekend door publikaties en vooral een colloquiumvoordracht, deze taak op zich te nemen. Samen met zijn vrouw heeft Ehrenfest er de volgende jaren aan gewerkt; pas in 1911 verscheen het artikel in druk. Het is een uitzonderlijk goede uiteenzetting van het werk van Boltzmann en zijn volgelingen (aan de alternatieve benadering van Gibbs doet het niet volledig recht wedervaren) en het toont een geheel eigen stijl: scherpe logische analyse van de fundamentele hypotheses, heldere vaststelling van onopgeloste vraagstukken en toelichting van algemene beginselen door vernuftig gekozen eenvoudige voorbeelden.

Inmiddels was het echtpaar in 1907 naar St. Petersburg verhuisd. Ehrenfest vond er goede vrienden, vooral A.F. Joffe, voelde zich al spoedig thuis, maar was toch in wetenschappelijk opzicht enigszins geïsoleerd. Bovendien was er voor hem, Oostenrijks staatsburger en ongelovig, geen kans op een bezoldigde functie. Weliswaar had zowel Ehrenfest als zijn vrouw een bescheiden kapitaal geërfd zodat zij zonder enige vaste betrekking konden leven, maar op den duur was dit geen bevredigende toestand. Op een reis langs vele Duitstalige universiteiten in het begin van 1912 had hij wél succes met colloquiumvoordrachten. Hij leerde in Praag Einstein kennen en dit was het begin van een hechte vriendschap, maar een passende betrekking kwam voorlopig niet in zicht. Nog dit zelfde jaar 1912 kwam er een geheel onverwachte wending. H.A. Lorentz legde zijn ambt als gewoon hoogleraar neer en op zijn aanraden werd Ehrenfest tot zijn opvolger benoemd. In oktober arriveerde hij te Leiden, op 4 december hield hij zijn inaugurele oratie Zur Krise der Lichtaether-Hypothese .(Leiden , [1912]). Behoudens studiereizen en enkele gasthoogleraarschappen bleef hij daar tot zijn dood in 1933.

Wat het eigen werk van Ehrenfest uit de periode 1912 tot 1933 betreft: zijn belangrijkste bijdrage is de theorie der 'adiabatische invarianten'. Het is een begrip uit de klassieke mechanica dat enerzijds kan dienen ter verscherping van bepaalde methodes uit de voorlopige mechanica der atomen - merkwaardig overigens dat Ehrenfest aanvankelijk Bohrs denkbeelden onacceptabel vond - anderzijds een verband legt tussen deze atoommechanica en de statistische mechanica. Verdere publikaties zijn in het algemeen wél verhelderend, - lossen een paradox op, geven een duidelijker formulering - of inspirerend, omdat zij een scherpe vraag stellen, maar ze betekenen geen werkelijke doorbraak, behelzen geen geheel nieuwe gezichtspunten. Het gaat in zijn publikaties bijna steeds om de formulering van de theorie, niet om de toepassing hiervan op concrete gevallen. Voorbeelden worden behandeld om de theorie toe te lichten, niet wegens hun inherente belang.

Ook in de prachtige, bezielende colleges kon men deze beperking constateren. Zijn werk als hoogleraar bestond voor hem echter geenszins alleen uit het geven van colleges. Zo organiseerde hij zijn instituut voor theoretische natuurkunde met, naar Göttinger voorbeeld, een mathematisch-fysische leeskamer waar boeken en tijdschriften steeds aanwezig moesten zijn en dus niet mochten worden uitgeleend. Deze 'leeskamer Bosscha' was een pied-à-terre ook voor jongere studenten en, totdat de aantallen te groot werden, maakte Ehrenfest persoonlijk kennis met iedere student die zich als lid van de leeskamer inschreef. Hij stimuleerde dispuutgezelschappen, was bereid ervoor te spreken en gaf zijn assistent opdracht er het oog op te houden.

Met de weinige door hem geaccepteerde studenten voor het hoofdvak theoretische natuurkunde - wat dat betreft was hij onvermurwbaar en zijn keuze soms wat grillig - werden vrijwel dagelijks lange discussies gevoerd. Onder zijn leerlingen waren de latere hoogleraren J.M. Burgers, G.H. Dieke, S.A. Goudsmit, G.E. Uhlenbeck, J. Tinbergen, H.B.G. Casimir en A.J. Rutgers. Beroemd tot ver buiten ons land was het woensdagavond-colloquium. Daar toonde hij zich iedere week opnieuw als de grote criticus, die vaagheden nooit over zijn kant liet gaan, lege pretenties ongenadig afstrafte maar die het mooie, het vindingrijke wist te waarderen en te onderstrepen. Ehrenfest onderhield relaties met vrijwel alle prominente fysici in binnen-en buitenland en vroeger of later lukte het hem wel ze naar Leiden te laten komen. Op internationale bijeenkomsten, de Solvay-congressen, de jaarlijkse bijeenkomsten in Bohrs instituut in Kopenhagen, was hij een onvervangbaar element, als 'geweten' en als animator.

Zijn einde is droevig geweest. Een twijfel aan eigen kunnen maakte zich steeds meer van hem meester. De machtsovername in Duitsland door de nazi's moet hem diep hebben geschokt. Problemen in zijn persoonlijk leven kwamen daarbij. Op 25 september 1933 maakte hij onder dramatische omstandigheden een einde aan zijn leven.

A: Collectie-Ehrenfest in Rijksmuseum voor de geschiedenis der Natuurwetenschappen te Leiden.

P: Collected Scientific Papers. Ed. by Martin J. Klein. With an introd. by H.B.G. Casimir (Amsterdam, 1959).

L: H.A. Kramers, in Physica 13 (1933) 273-276; W. Pauli, in Naturwissenschaften 21 (1933) 841-843; H.A. Kramers, in Nature 132 (1933) 667; idem, 'Physiker als Stilisten', in Naturwissenschaften 23 (1935) 297-301; A. Einstein, Out of my later years (New York, [1950]); G.E. Uhlenbeck, 'Reminicences of Professor Paul Ehrenfest', in American Journal of Physics 24 (1956) 431-433; Martin J. Klein, Paul Ehrenfest (Amsterdam, 1970) I.

I: Website Physique de rĂªve: http://arnaud.gossart.chez-alice.fr/physique/images/ehrenfest.jpeg [26-6-2007].

H.B.G. Casimir


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013