Erdbrink, Gerard Rudolph (1881-1954)

 
English | Nederlands

ERDBRINK, Gerard Rudolph (1881-1954)

Erdbrink, Gerard Rudolph, algemeen secretaris van het Gouvernement van Nederlands-Indië (Salatiga op Java 11-1-1881 - Baarn 22-2-1954). Zoon van Dirk Pieter Erdbrink, notaris, en Adriana Johanna Arnoldina van Rhijn. Gehuwd sinds 16-7-1906 met Carmen Constanze Bosscha. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 3 dochters geboren.

Na de dood van zijn moeder repatrieerde de driejarige Erdbrink met zijn vader naar Nederland, waar deze te Arnhem notaris werd. In deze plaats doorliep hij de lagere en middelbare school, om vervolgens aan de Indische Instelling te Delft de opleiding tot Indisch ambtenaar te volgen. Als een der hoogstgeplaatsten slaagde hij in 1903 voor het grootambtenaarsexamen, maar omdat in dat jaar het aantal gegadigden groter was dan de beschikbare posten in Ned.-Indië, besloot hij, daarbij financieel gesteund door zijn vader, op eigen gelegenheid naar Indië te gaan. Het gelukte Erdbrink inderdaad een voorlopige post als klerk op de Algemeene Secretarie toegewezen te krijgen. Hier maakte hij weldra snelle carrière: zo werd hij in 1906, kort na zijn huwelijk, reeds hoofdcommies, in 1910 3e Gouvernementssecretaris, na terugkomst van verlof in 1913 2e en vervolgens 1e secretaris (1916 a.i., 1917 vast). In 1918 werd Erdbrink door Gouverneur-Generaal J.P. graaf van Limburg Stirum tot de verantwoordelijke post van Algemeen Secretaris geroepen. In deze functie, met twee onderbrekingen voor Europees verlof tot 1931 door hem bekleed, diende hij onder vier opeenvolgende Gouverneurs-Generaal, Van Limburg Stirum, mr. D. Fock, jhr.mr. A.C.D. de Graeff en jhr.mr. B.C. de Jonge. Gedurende zijn Europese verlofperiodes was hij, reeds in 1913 en opnieuw in 1922-1923 voor enige tijd op het ministerie van Koloniën in Den Haag gedetacheerd. Bij de terugkeer van het Europese verlof in 1931 volgde Erdbrinks benoeming tot lid van de Raad van Indië, het hoogste bestuurs- en adviescollege van de Ned.-Indische regering, waarvan hij tot zijn pensionering in 1934 deel uitmaakte.

Als ambteloos burger te Bandoeng wonende, vervulde Erdbrink in 1934 nog het voorzitterschap van de, in verband met de economische crisis ingestelde, Suikercommissie. Dat hij deze taak tot een goed einde bracht was waarschijnlijk ook te danken aan het feit dat hij destijds als Gouvernementssecretaris onder G.G. A.F.W. Idenburg belast was geweest met het secretariaat van een commissie, die in de jaren van de Eerste Wereldoorlog naar maatregelen ter verzekering van de Ned.-Indische autarkie gestreefd had. Erdbrink had toen een belangrijk aandeel gehad in het ontwerpen van plannen voor de vestiging van de suikerindustrie, dezelfde die in de crisisjaren van 1930 gesaneerd diende te worden. In 1936 werd hij lid van de Tweede Begrootingscommissie.

In 1938 voor langere tijd naar Nederland teruggekeerd, belette het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog Erdbrink zijn verdere pensioenjaren in Ned.-Indië door te brengen. Hij overleed, zonder verder nog aan het openbare leven deelgenomen te hebben, in 1954 te Baarn.

Erdbrinks betekenis in het Ned.-Indische bestuur, vooral in zijn functie van Algemeen Secretaris, kan door onvoldoende bestudering van archiefmateriaal ter zake, moeilijk op de juiste waarde geschat worden. Dat hij voor een lange periode deze post onder Gouverneurs-Generaal van zeer verschillende opvattingen en karaktereigenschappen bleef bekleden is misschien nog de beste indicatie van het succes dat hij in die functie op de achtergrond had.

A: Collectie-Erdbrink is geregistreerd in Centraal register van familiearchieven te Utrecht.

L: B.C. de Jonge, Herinneringen. Uitg. door S.L. van der Wal (Groningen, 1968).

G.R. Bosscha Erdbrink


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013