Feith, jhr. Rhijnvis (1868-1953)

 
English | Nederlands

FEITH, jhr. Rhijnvis (1868-1953)

Feith, Jhr. Rhijnvis, president van de Hoge Raad (Amsterdam 14-12-1868 - 's-Gravenhage 16-7-1953). Zoon van jhr. Pieter Rutger Feith, vice-president van de Hoge Raad, en Jacoba Johanna Petronella Dronsberg. Gehuwd op 21-5-1896 met jkvr. Maria Clasina de Ranitz. Na haar overlijden op 23-4-1917 hertrouwd op 17-6-1920 met jkvr. Maria Vincentia Schorer. Uit het eerste huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Feith, Jhr. Rhijnvis

Feith studeerde sinds 1887 na eindexamen gymnasium, rechten te Leiden waar hij in 1892 promoveerde op het proefschrift De decisoire eed. Hij werd ambtenaar van het openbaar ministerie bij het kantongerecht te 's-Hertogenbosch. In 1900 werd hij rechter in de arrondissementsrechtbank achtereenvolgens te Breda en sinds 1905 in Den Haag. In 1909 volgde zijn benoeming tot raadsheer in het gerechtshof aldaar. In 1913 werd hij benoemd tot raadsheer in de Hoge Raad; in 1931 werd hij vice-president en in 1933 president van dit College, welk ambt hij tot 1939 bekleedde. Voor de Nederlandsche Juristen-Vereeniging schreef hij in 1910 een preadvies over het bewijs in strafzaken; in 1925 over de stichtingen; in 1933 over wenselijke wijzigingen in de rechterlijke organisatie. Gedurende 25 jaar was hij medewerker van het Weekblad van het Recht. Sinds 1910 maakte hij deel uit van de Staatscommissie tot herziening van het Wetboek van Strafvordering. Voor het nieuwe gebouw voor de Hoge Raad heeft hij zich zeer beijverd. Bij de inwijding op 30 september 1938, welke samenviel met het 100-jarig bestaan van de Hoge Raad, hield hij een herdenkingsrede. Hij was tevens curator van de Rijksuniversiteit te Leiden, voorzitter van de Haagse volksuniversiteit, voorzitter van het Haagse gemeentelijke scheidsgerecht, regent van het Heilige Geesthofje en van het Oudemannenhuis. Hij werd bij K.B. van 5-6-1905 in de adel verheven.

P: Behalve de in de tekst genoemde werken: Rh. Feith, Genealogie van de familie Feith ('s-Gravenhage, 1924) 85, 117.

L: Nederlands Juristenblad 14 (1939) 14-15 en ibidem, 28 (1953) 618.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 469.

L.E. van Holk


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013