Geelkerken, Cornelis van (1901-1976)

 
English | Nederlands

GEELKERKEN, Cornelis van (1901-1976)

Geelkerken, Cornelis van, politicus (Sint-Jans-Molenbeek (Belg.) 19-3-1901 - Ede 29-3-1976). Zoon van Willem van Geelkerken, spoorwegambtenaar en directeur van de arbeidsbeurs te Zeist, en Maria Joanna Lakerveld. Gehuwd op 15-12-1927 met Johanna Dorothea Eschauzier. Uit dit huwelijk waren geen kinderen. afbeelding van Geelkerken, Cornelis van

Afkomstig uit het milieu van gereformeerde kleine burgerij, bezocht hij de lagere school en de ULO en werd in 1916 klerk ter gemeentesecretarie van Zeist. Drie jaar later kwam hij op de provinciale griffie van Utrecht terecht waar hij het door zelfstudie tot commies bracht. Zijn politieke belangstelling ontwikkelde zich geheel in overeenstemming met de rechts-nationalistische sfeer, die ter griffie heerste. Hij sloot zich bij enige half- of heel -fascistische partijtjes aan: het Verbond van Actualisten van H.A. Sinclair de Rochemont en later de Nederlandsche Oranje-Nationalisten, een typisch Utrechtse groepering. Toen van 1925 tot 1927 tegen een ontwerp-verdrag met België, waarbij Antwerpen kanaalverbindingen door Nederland zou krijgen, een heftige campagne werd gevoerd, waarbij ir. A.A. Mussert de drijvende kracht was, kwam Van Geelkerken in contact met deze man, wiens alter ego hij zou worden.

In december 1930 trachtten Van Geelkerken en Mussert reeds een nationaal-socialistische partij te stichten; een jaar later, op 14 december 1931, lukte het pas en werd de eerste vergadering gehouden van de 'Nationaal-Socialistische Beweging' (NSB), waarbij Mussert het 'stamboeknummer' 1 kreeg, Van Geelkerken werd nummer twee, in meer dan de letterlijke betekenis: toen nog met een grote ijver bezield, deed hij alles, wat Mussert niet kon of wilde doen, organisatie, routinewerk, het voortdurend aansporen van de leden e.d. Toen op 1 mei 1934 Mussert en hem eervol ontslag uit hun functies werd verleend, aangezien het ambtenaren sinds kort verboden was lid van de NSB te zijn en zij in hun lidmaatschap volhardden, konden zij al hun tijd aan de partij geven. Op de dag van zijn ontslag richtte Van Geelkerken een formeel van de NSB staande 'Nationale Jeugdstorm' (NJS) op, waarvan hij zelf onder de titel 'Hoofd-stormer' de leiding op zich nam. Veel meer dan de Leider kon Van Geelkerken met de jeugd omgaan; in het algemeen met mensen trouwens. Dit, en zijn andere capaciteiten - hij was diplomatieker, minder naïef, sluwer en ook praktischer dan Mussert - maakten hem onmisbaar. Aanvankelijk voerde hij de titel 'algemeen secretaris' in de NSB; van 1936 tot 1940 leidde hij daarbij bovendien de propaganda. Zonder ooit formeel daartoe te zijn benoemd, werd hij in de loop van deze jaren steeds meer openlijk aangeduid met wat hij in werkelijkheid altijd al was, nl. plaatsvervangend leider van de NSB - dit tot groot ongenoegen van zijn rivaal en vijand mr. M.M. Rost van Tonningen.

Ook toen na de meidagen van 1940 Rost optimale steun van de Duitse bezetters kreeg, slaagde hij er niet in om Van Geelkerken uit diens positie te verdringen. Van Geelkerken volgde trouw de politieke lijn van Mussert, maar ging tactvoller en handiger met de Duitsers om. Zijn wens om greep te krijgen op het politie-apparaat zag hij echter door de bezetter, vooral door de SS, voortdurend verijdeld. In het zg. 'schaduw-kabinet', dat Mussert in januari 1943 samenstelde in de hoop op een spoedige machtsaanvaarding, werd Van Geelkerken Musserts' gemachtigde voor Binnenlandse Zaken en Nationale Veiligheid'. Hij had het toezicht op de samenstelling van de lijsten van 'pluto-cratenzoontjes' (studenten), die opgepakt moesten worden als represaille voor de moord in februari 1943 op generaal Seyffardt, stichter en zg. bevelhebber van het Nederlandse Vrijwilligerslegioen. Een zekere toenadering tot de SS en een begin van verwijdering tot Mussert ontstond, toen Van Geelkerken in november 1943 door Seyss-Inquart werd benoemd tot inspecteur-generaal van de Nederlandsche Landwacht, in opzet een gewapende 'zelf-beschermingsorganisatie' van de NSB (tegen aanslagen van de zijde van het verzet), in feite een soort hulppolitie die uiteindelijk aan de bevelen van de Höhere SS- und Polizeiführer Rauter was gebonden. De volledige breuk kwam, toen Mussert rond de jaarwisseling 1944/45 de restanten van de NSB begon te zuiveren. Zowel Rost van Tonningen als Van Geelkerken werden uit hun NSB-functies ontslagen, de laatste zelfs als lid geroyeerd, toen hij zijn bevel over de Landwacht niet wilde neerleggen. Na een korte schorsing door Seyss-Inquart werd hij nu door Himmler tot 'Kommandeur' van de Landwacht benoemd. Desondanks schijnt hij er in de laatste oorlogsmaanden in geslaagd te zijn te verhinderen, dat een aantal landwachters gedwongen werden frontdienst te verrichten. In 1950 werd hij tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld, in 1959 vrijgelaten.

P: Voor Volk en Vaderland. Tien jaren strijd van de Nalionaal-Socialistische Beweging der Nederlanden. 14 December 1931 - Mei 1941. Samengest. onder leiding van C. van Geelkerken. 2e uitgebr. dr. ([Utrecht], 1943).

L: M.M. Rost van Tonningen, Correspondentie. Ingel. en uitg. door drs. E. Fraenkel-Verkade in samenw. met A.J. van der Leeuw. ('s-Gravenhage, 1967. dl. 1); A.A. de Jonge, Het Nationaal-Socialisme in Nederland ('s-Gravenhage, 1968); L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1969, 1972) I en IV; R. Havenaar, Verrader voor het Vaderland. ('s-Gravenhage, 1978).

I: http://nl.wikipedia.org/wiki/Afbeelding:Cees_van_Geelkerken%2C_omstreeks_1938.jpg [Van Geelkerken omstreeks 1938].

N.K.C.A. in 't Veld


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013