Gosses, Frans (1905-1960)

 
English | Nederlands

GOSSES, Frans (1905-1960)

Gosses, Frans, lector internationale en politieke geschiedenis (Amsterdam 5-6-1905 - Helsingør in Denemarken 20-8-1960). Zoon van Izaak Hendrik Gosses, historicus, en Jacoba Keij. Gehuwd op 26-11-1938 met Clara Catharina Joanna Azings Venema. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 1 zoon geboren.

Gosses, afkomstig uit een hoogleraarsgezin, bezocht het gymnasium te Groningen en studeerde daar van 1924 tot 1932 rechten en geschiedenis. Tijdens zijn studie was hij actief lid van het corps Vindicat atque Polit. Hoewel zijn kandidaats in de rechten en de geschiedenis snel volgden - resp. op 26 juni en 7 juli 1925 -deed hij het doctoraal rechten eerst op 20 december 1930.

Zijn maatschappelijke carrière was inmiddels aan de Groningse Universiteitsbibliotheek begonnen. Hij zou hier tot 1938 werkzaam blijven. Ondertussen werd door hem in de eerste helft van december 1932 het doctoraal geschiedenis behaald. Van 1938 tot 1941 was Gosses verbonden aan de bibliotheek van de Economische Hogeschool te Rotterdam en daarna tot 1954 aan de Universiteitsbibliotheek te Leiden, laatstelijk als conservator.

Zijn promotie in Groningen bij P.J. van Winter vond pas in 1945 plaats, omdat zijn bijna voltooide dissertatie bij het bombardement van Rotterdam verbrand was. Doordat Gosses van een zich te Groningen bevindende onvolledige kopie gebruik kon maken, was hij binnen enkele jaren opnieuw gereed. Zijn proefschrift droeg als titel Het bestuur der buitenlandse betrekkingen in Engeland vóór den eersten Wereldoorlog hoofdzakelijk in de periode van 1880 tot 1914 (Assen, 1945). Niet alleen werd hierin een beeld gegeven van de politieke machine in volle actie, maar ook toonde hij welke topambtenaren bij het functioneren betrokken waren en uit welke stand of sociale groep deze gerekruteerd werden. In 1946 verzorgde hij samen met de mediaevist J.F. Niermeyer, de uitgave van de Verspreide Geschriften (Groningen, 1946) van zijn vader. Diens werk werd gekenmerkt door vakmanschap en een verzorgde stijl - kwaliteiten die eveneens bij de zoon herkenbaar zijn, al produceerde deze minder tijdens zijn lectoraat in de internationale en politieke geschiedenis. Aanvankelijk moest hij deze functie - van 1950 t/m 1954-1955 geïncorporeerd in de faculteit der rechtsgeleerdheid en van 6 juli 1955 in die van letteren en wijsbegeerte -combineren met die van conservator van de Leidse UB. Zijn openbare les op 23 januari 1951 was getiteld De beoefening der moderne politieke geschiedenis in de moderne tijd (Leiden, 1951). Een verklaring voor de geringe produktie dient vooral gezocht te worden in zijn opvatting dat uitsluitend kwaliteitsprodukten met een uiterste aan acribie geleverd moesten worden, maar wellicht ook in zijn minder goede gezondheidstoestand. Een voorbeeld hiervan was zijn studie over 'Richard van Kühlmann en zijn tijd...' in Tijdschrift voor Geschiedenis (TvG) 64 (1951) 55-122. 'Soliditeit' en 'vormgeving' zijn hiervan de kenmerkende trekken. Zijn laatste grotere werk hield verband met het Westfaalse vredescongres van 1648 maar tot publikatie is hij niet meer gekomen.

Gosses was een goed didacticus, die naar inhoud en vorm in woord en geschrift de hoogste eisen stelde aan zichzelf en zijn studenten, voor wie hij zeer toegankelijk en behulpzaam was.

L: F.W.N. Hugenholtz, in Bijdragen voor de geschiedenis der Nederlanden 15 (1960) 307-308; Th.J.G. Locher, in Jaarboek der Rijksuniversiteit te Leiden I960, 168-170; idem, in TvG 74 (1961) 87-88; H.J. Scheltema, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1961-1962. Levensberichten 108-114.

J. Charité


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013