Gratama, Seerp (1858-1923)

 
English | Nederlands

GRATAMA, Seerp (1858-1923)

Gratama, Seerp, vice-president van de Hoge Raad (Groningen 14-12-1858 - 's-Gravenhage 22-5-1923). Zoon van Bernard Jan Gratama, hoogleraar strafrecht en strafvordering te Groningen, en jkvr. Everdina Johanna de Jonge. Gehuwd op 26-10-1887 met Elizabeth Johanna Warmoldina Gelderman. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren.

afbeelding van Gratama, Seerp

Gratama bezocht het gymnasium te Groningen, studeerde rechten aldaar en promoveerde in 1883 cum laude op Een bijdrage tot de rechtsgeschiedenis van Drenthe, meer bijzonder de rechters en de rechtspleging betreffende. Hij studeerde enige tijd te Straatsburg, vestigde zich vervolgens als advocaat in zijn geboortestad en trad daar in 1885 op als privaatdocent. Zijn openbare les was getiteld Ook eene methode van beoefening der Nederlandsche rechtsgeschiedenis?. Inmiddels had hij een uitvoerige, overwegend rechtshistorische, studie over art. 2014b BW gepubliceerd. Van 1887-1896 was hij rijksarchivaris van Drenthe te Assen. In deze periode gaf hij o.a. Het beklemrecht in zijne geschiedkundige ontwikkeling (1895) uit. Van 1889 tot 1895 was hij wederom privaatdocent te Groningen. In 1896 volgde zijn benoeming tot rechter in de rechtbank te Rotterdam en in 1904 tot raadsheer in de Hoge Raad, van welk college hij in 1918 vice-président werd.

In 1907 kreeg Gratama de opdracht om in samenwerking met twee hoofdambtenaren aan de departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie een wetsontwerp voor te bereiden 'tot vaststelling van regelen betrekkelijk den rechtstoestand der van ouds genaamde "gemeene heiden en weiden van Gooiland"'. Het ontwerp van deze commissie werd in 1909 door de Regering ongewijzigd overgenomen. De Memorie van Toelichting bevatte als bijlage een uitvoerige historisch-juridische uiteenzetting, waarschijnlijk van de hand van Gratama. Het ontwerp, door hem als regeringscommissaris in de Staten-Generaal verdedigd, leidde tot de Erfgooiers-wet 1912, die een einde maakte aan geschillen en onlusten die deze materie teweeg had gebracht.

In 1907 werd hij lid, later volgde hij J.F. Houwing op als voorzitter, van een door de Nederlandse Juristen Vereniging ingestelde commissie voor het ontwerpen van een nieuwe burgerlijke procedure. In 1911 werd ook een Staatscommissie ingesteld -waarvan hij voorzitter werd - belast met het ontwerpen van een nieuwe burgerlijke procesorde. Het in 1920 gereedgekomen ontwerp voor een geheel nieuw wetboek is nooit tot wet geworden.

Gratama was echter vóór alles rechtshistoricus: een groot aantal publikaties getuigt daarvan, alsmede het feit dat hij in 1886 een der oprichters was van het Historisch Genootschap te Groningen en in 1891 van de Vereeniging van Archivarissen. Vanaf 1898 was hij bestuurslid der Vereeniging tot Uitgaaf der Bronnen van het Oud-Vaderlands recht.

Naast zijn werkzaamheden die samenhingen met zijn beroep vond Gratama voldoende tijd voor het vervullen van functies op maatschappelijk en kerkelijk terrein: van 1904-1908 bestuurslid van de Nederlandsche Juristenvereniging, lid van de Algemeene Synodale Commissie van de Waalse gemeente (1908), hoofdbestuurslid van Pro Juventute (sinds 1904) en voorzitter van de afdeling restauratie van de Rijkscommissie voor Monumentenzorg (1918).

Indien Gratema zich aan het einde van zijn leven een terugblik getroost heeft, dan zal daarin een zekere teleurstelling verwerkt zijn dat hij niet te Groningen het hoogleraarsambt in de rechtsgeschiedenis heeft vervuld. Hij bezat daartoe alle kwalificaties. Anderzijds is, in de eervolle ambten welke hij in het archiefwezen en in de magistratuur bekleedde, de veelzijdigheid van zijn talent beter tot zijn recht gekomen.

A: Familiearchief Gratama in het Drents Archief te Assen.

P: Volledige bibliografie achter hieronder genoemd 'Levensbericht' van L. Knappert.

L: 'Mr. Seerp Gratama†', in Rechtsgeleerd Magazijn 42 (1923) 496-498; W.H. de Savornin Lohman, in Weekblad van het Recht 85 (1923) 11032.4; R. Fruin, in Nederlandsch Archievenblad 31 (1923-1924) 67-73; A.S. de Blécourt, in Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis 6 (1925) 377-379; L. Knappert, in Handelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden en Levensberichten harer afgestorven medeleden 1925-1926, 17-29.

I: W.E. Goelema, 'Gratama, Seerp (1858-1923)', in Drentse biografie├źn V. Onder red. van Jan Bos en Willem Foorthuis (Groningen 1997) 49-54 [Foto: Rijksarchief Drenthe; detail].

L.E. van Holk


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013