Harderwijk, Petrus Johannes van (1867-1948)

 
English | Nederlands

HARDERWIJK, Petrus Johannes van (1867-1948)

Harderwijk, Petrus Johannes van, oud-katholiek pastoor (Utrecht 1-7-1867 - Rijswijk (Z.H.) 23-12-1948). Zoon van Petrus Johannes van Harderwijk, edelsmid, en Barbara Johanna Gol. Hij was ongehuwd.

Van Harderwijk werd in 1880 opgenomen in het oud-katholiek Seminarie te Amersfoort, waar hij de overgang meemaakte van de Latijnse School naar het Gymnasium. Hier slaagde hij in 1886 voor het eindexamen en studeerde vervolgens theologie aan het oud-katholiek Seminarie. Hier beleefde hij in 1889 het totstandkomen van de Unie van Utrecht, waardoor de 'Roomsch-Katholieken van de Oude Bisschoppelijke Clerezie' uit hun isolement verlost werden en contact kregen met oud-katholieke kerken in het buitenland. Zo kon hij profiteren van de colleges, die door oud-katholieke hoogleraren aan de universiteit van Bonn gegeven werden. Hij maakte zich verdienstelijk door het catalogiseren van de pamflettenverzameling (zg. Varia) in de bibliotheek van het seminarie, die een levendig beeld gaf van de kerkelijke twisten in de 17de en 18de eeuw. Door zijn redacteurschap aan de Amersfoortsche Courant legde hij de grondslag voor zijn latere journalistieke werk.

Op 26 november 1893 ontving hij de priesterwijding uit de handen van aartsbisschop Gerardus Gul. Hij werd benoemd tot pastoor in Schiedam, waar hij zou blijven tot 31 december 1937. Hier maakte hij kennis met zware sociale problemen, die mede veroorzaakt werden door de vele distilleerderijen. In dit verband mag vooral zijn werk genoemd worden voor het tot stand komen van een neutrale huishoud- en industrieschool.

Het publicistisch werk bleef hem intussen boeien. In 1899 publiceerde hij (tegen Bolland) Petrus en het primaat m de oude Kerk (Rotterdam, 1899). Later werkte hij mee aan het Gedenkboek 1723-1923. Tweede Eeuwfeest der verkiezing van Cornelis Steenhoven tot Aartsbisschop van Utrecht (Utrecht, 1923) en aan Katholieke Stemmen (Rotterdam, 1928).

Zijn belangrijkste taak naast het pastoraat was het kerkelijk perswerk. In 1913 werd hij opgenomen in de redactie van De Oud-Katholiek en van 1918-1946 is hij hoofdredacteur geweest. Hij was voorzitter van de Commissie voor de inventarisatie van kerkelijke goederen van geschiedenis en kunst. Als hobby beoefende hij de filatelie, waarin hij het tot keurmeester heeft gebracht.

L: De Oud-Katholiek 65 (1949) l (l jan.) 1-4.

P.J. Maan


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013