Hoeven, Henri van der (1843-1924)

 
English | Nederlands

HOEVEN, Henri van der (1843-1924)

Hoeven, Henri van der, jurist (Breda 13-3-1843 - Zundert 21-5-1924). Zoon van Govert George van der Hoeven, majoor der genie, en Henriëtte Ida Engelen. Gehuwd op 13-3-1866 met Marianne Caroline Cochius en na haar dood op 29-8-1866 hertrouwd met Elisabeth Plate op 18-2-1869. Uit dit laatste huwelijk werden 5 zoons en 1 dochter geboren.

Henri doorliep het Koninklijk Atheneum te Maastricht, studeerde vervolgens rechten aan de Rijksuniversiteit te Leiden en promoveerde daar in 1864 op het proefschrift getiteld: Opmerkingen over de Nederlandsche strafwetgeving voor het krijgsvolk te lande. Zijn proefschrift beleefde in 1866 een 2e druk. Hij vestigde zich in 1865 als advocaat en procureur te Breda. Tevens was hij daar leraar in de staathuishoudkunde en statistiek aan de Hogereburgerschool. Na sinds 1869 als substituut-offïcier van justitie en sinds 1873 als officier van justitie werkzaam te zijn geweest op het parket te Brielle, werd hij op 33-jarige leeftijd benoemd tot advocaat-generaal bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. In 1879 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in het strafrecht en strafvordering aan de Rijksuniversiteit te Leiden. Van der Hoeven stond bekend als een bescheiden, integere en zeer tolerante man. Bij zijn collega-hoogleraren was hij gezien, bij zijn studenten - die hem evenwel zeer waardeerden om zijn wijze van college geven -stond hij te boek als gevreesd. Zijn onderwijs was sterk op de praktijk gericht. Op 21 september 1908 werd hij eervol als hoogleraar ontslagen. In 1886 nam hij de uitnodiging van de regering aan een ontwerp- Wetboek van Militair Strafrecht voor de Zee- en Landmacht met Memorie van Toelichting alsmede een nieuwe Wet op de krijgstucht samen te stellen. Hij beëindigde dit werk in 1888 en was voor beide wetten in de periode van 1901-1903 regeringscommissaris. In 1886 richtte hij samen met zijn collega's M.S. Pols, G.A. van Hamel en J. Domela Nieuwenhuis het Tijdschrift voor Strafrecht op. Tot aan zijn dood was hij redactielid van dit tijdschrift, waarin hij vele artikelen over het strafrecht publiceerde. Naast zijn overige werk beheerde hij het secretariaat van het College van Zeevisserijen. Hij was sinds 1898 lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam.

P: Over de vaststelling en invoering van het Wetboek van Strafrecht (Leiden, 1880); De vraag: Mag het Wetboek van Strafrecht ongewijzigd ingevoerd worden? beantwoord (Leiden, 1884); Onze militaire strafwetgeving. Geschiedenis harer wording en vaststelling met toestemming van Z.M. den Koning uit de op Z.M.'s Kabinet berustende bescheiden en uit andere onuitgegeven offîciëele en niet-officiëele stukken geput (Leiden, 1884); Wetboek van Strafrecht, Rechtspraak en Nederlandsche Literatuur (tot 1 maart 1909) (Leiden, 1910). Uitg. door H. van der Hoeven e.a.. Wetgeving. Verzameling der stukken en beraadslagingen betr. voor de practijk of uit andere hoofde belangrijke wetten (1891-1899). (Leiden, 1892-1901); Militair Straf- en Tuchtrecht. Verzameling van Ontwerpen, stukken, beraadslagingen enz. ('s-Gravenhage, 1903-1904. 3 dln.).

L: Militair-Rechtelijk Tijdschrift 19 (1923) 600; Tijdschrift voor Strafrecht 34 (1924) I-IV; Jaarboek der Rijksuniversiteit te Leiden 1924, 98; Rechtsgeleerd Magazijn 43 (1924) 417; Almanak van het Leidsch Studentencorps 111 (1925) 211-213 ; W.P.J. Pompe, Geschiedenis der Nederlandse strafrechtswetenschap sinds de codificatie-beweging (Amsterdam, 1956) [= 1957] 355 vlg. [= Geschiedenis der Nedertandsche rechtswetenschap. II: 3].

L.J.M. Tonino


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013