Hopmans, Adrianus Petrus Willem (1865-1951)

 
English | Nederlands

HOPMANS, Adrianus Petrus Willem (1865-1951)

Hopmans, Adrianus Petrus Willem (Petrus), bisschop van Breda (Standdaarbuiten 22-8-1865 - Breda 18-2-1951). Zoon van Willem Hopmans, landbouwer, en Cornelia Blommerde. afbeelding van Hopmans, Adrianus Petrus Willem

Hopmans ontving na zijn opleiding aan de beide seminaries van het bisdom Breda op 12-10-1890 de priesterwijding. Hij zette zijn studies voort aan de universiteit te Leuven, waar hij in 1893 de graad van baccalaureus in de theologie verwierf. Na gedurende enige maanden kapelaan te zijn geweest in Kruisland, werd hij op 31-3-1894 benoemd tot leraar aan het klein-seminarie Ypelaar te Ginneken. Op 27-8-1897 volgde zijn aanstelling als secretaris van het bisdom. Op 17-11-1908 werd hij vicaris-generaal en pastoor van het begijnhof te Breda. Na het overlijden van mgr. Petrus Leijten werd hij op 8-9-1914 benoemd tot bisschop van Breda; de bisschopswijding had plaats op 1 november d.a.v. In 1945 vroeg hij een coadjutor aan, na diens benoeming trok hij zich in december 1945 grotendeels terug uit het bestuur van het bisdom.

Reeds als secretaris had hij op het beleid in het diocees een grote invloed uitgeoefend, want mgr. Leijten, die geen sterke persoonlijkheid was, liet veel aan hem over. Hij bevorderde toen met name het katholiek verenigingsleven, dat in het Bredase bisdom nog weinig ontwikkeld was. Vooral de drankbestrijding had zijn aandacht; in dit verband werkte hij nauw samen met dr. Ariëns. Ook toen hij bisschop was ging zijn belangstelling bijzonder uit naar zaken van organisatorische aard. Hij richtte talrijke nieuwe parochies op en streefde ernaar iedere parochie te voorzien van een katholieke school en een katholiek jeugdhuis.

Hopmans maakte in het dagelijks leven een wat wereldvreemde indruk, die nog versterkt werd door zijn reeds vroeg optredende neiging om zich als een oud man voor te doen. Toch waren zijn opvattingen niet zo conservatief als velen op grond van deze uiterlijke eigenaardigheden veronderstelden. Wel droeg zijn bestuur een zeer autoritair karakter. Door een uiterst regelmatige levenswijze, waarin voor ontspanning hoegenaamd geen plaats was ingeruimd, was hij in staat de administratie van het bisdom vrijwel geheel in eigen hand te houden. Een zekere hardheid, met name ten opzichte van de priesters van het bisdom, was aan zijn optreden aanvankelijk niet vreemd, maar in latere jaren werd zijn houding duidelijk milder. Ook toonde hij toen een opmerkelijke bereidheid om initiatieven van anderen over te nemen en te bevorderen; vooral de sociale en godsdienstige activiteiten van de priester Frans Frencken vonden in hem een warm voorstander.

L: Onderweg. Weekblad voor het bisdom Breda 9 (1965) 31 (14 aug.) 1, 4-5.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2A3919.

J.L.M. de Lepper


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013